Aangenaam; Robin de Wever, freelance journalist. Ik schrijf onder meer voor Trouw en De Correspondent over religie.


Op tv: dominee Maasbach laat volgelingen breken met familie

Geschreven voor deze site

 Voor De Correspondent deed ik de afgelopen maanden onderzoek naar tv-prediker David Maasbach. Hij zet volgelingen aan om te breken met hun familie en vrienden, zo constateerde ik. EenVandaag vroeg me om er voor de camera over te vertellen. En ik schoof aan bij een paar radioprogramma’s:

NPO Radio 1
Den Haag FM
Groot Nieuws Radio
Omroep West (vanaf 26 minuten)

 

Lees hier het artikel:
Om bij de Happy Family van deze tv-dominee te horen, moesten leden met hun eigen familie breken

Robin de Wever

Protestantse Kerk neemt afstand van Jodenhaat Luther

Geschreven voor Trouw

Nederlandse protestanten nemen voor het eerst officieel afstand van de anti-Joodse tirades van hun geestelijke grootvader, Maarten Luther. Wat de Duitse reformator heeft gezegd over Joden ‘kan absoluut niet’, stelt de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) in een verklaring die vandaag wordt voorgelezen tijdens een studiedag in Utrecht.

Luther was in de Europese geschiedenis lang niet de enige Jodenhater, maar in het eeuwenlange antisemitisme heeft hij wat betreft de PKN wel een ‘akelige rol gespeeld’.

De kerk reageert daarmee op een oproep die Joodse prominenten afgelopen zomer in Trouw deden. De herdenking van 500 jaar Reformatie, die volgend jaar plaatsvindt, mocht van hen niet voorbijgaan zonder het nadrukkelijk afkeuren van Luthers schaduwzijde.

Luther trok tegen het einde van zijn leven flink tegen Joden van leer. Steek hun synagogen in brand, schreef hij in het boekje ‘Over de Joden en hun leugens’ (1543). Pak Joden op, neem ze hun waardevolle bezittingen af en stuur ze naar werkkampen. Protestantse kerken hebben die teksten vervolgens gebruikt om discriminatie en geweld tegen Joden te legitimeren. Daarmee droegen ze volgens historici bij aan het klimaat waarin de Holocaust kon ontstaan.

PKN staat met Luther in ‘traditie met zwarte bladzijden’
Onze kerk bestond in die roerige tijd nog niet, benadrukt de PKN in de verklaring. “In deze kerk wordt de band met Luther niet door iedereen op dezelfde manier gevoeld.” De PKN kwam in 2004 voort uit een aantal fusies. Maar: “Als voortzetting van de Lutherse Kerk weet Protestantse Kerk zich deel van een lutherse geschiedenis die zijn zwarte bladzijden kent.” Ze moet zich naar eigen zeggen steeds opnieuw ‘reformeren’.

Joodse prominenten zijn tevreden met de verklaring. De orthodoxe rabbijn Raphael Evers spreekt van een ‘duidelijke zelf-kritische analyse’. Guy Muller van het Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI) vindt het ‘goede stap’.

En toch, zeggen beiden, is de PKN nog niet klaar. “Ze moet ervoor blijven zorgen dat Luthers antisemitisme geen plaats krijgt in de kerk”, vindt Muller. Evers hoopt dat de kerk vanaf nu vaker laat weten dat ze de tirades afkeurt. “Dat moet je blijven doen”, meent hij. “Die teksten van Luther blijven immers bestaan.”

Maarten Luther

‘Wij weten ons deel van een lutherse geschiedenis die zijn zwarte bladzijden kent’

In februari gingen de prominenten al met de PKN in gesprek over het onderwerp. Dat gebeurde in een harmonieuze sfeer, zegt de liberale rabbijn Menno ten Brink. “Het is wel duidelijk dat PKN een paar eeuwen verder is.”

Nu een verklaring, volgend jaar herdenken
Of de PKN volgend jaar tijdens de Reformatieherdenking ook aandacht besteedt aan Luthers tirades is nog niet duidelijk. Dat ze deze verklaring nu al uitspreekt en hem geen onderdeel maakt van de herdenking, is niet omdat er tijdens de herdenking alleen aandacht moet zijn voor de vrolijke kanten van de Reformatie, zegt Eeuwout van der Linden van de PKN.

“Dit vormt de opmaat naar de herdenking. Het is zeker niet: zand erover en klaar. We besteden er nu in alle rust voldoende aandacht aan. We willen niets onder tafel moffelen.”

Hoe gevaarlijk is het salafisme?

Geschreven voor De Correspondent

Minister Lodewijk Asscher (Sociale Zaken, PvdA) is er klaar mee. Jihadisten, ‘haatpredikers:’ allemaal behoren ze tot die ene islamitische beweging, het salafisme. Asscher gaat nu extra hard ‘terugduwen’ op de ‘onverdraagzaamheid van de salafistische ideologie,’ zo maakte hij bekend. Is zijn angst voor de ultra-orthodoxe stroming terecht? Een explainer.

‘Als je je raar wilt uitdossen en wilt leven als iemand van tien eeuwen terug, dan is dat aan jou.’

Lodewijk Asscher, PvdA-minister van Sociale Zaken, drukte zich donderdag een beetje ongelukkig uit.

Ja, de Tweede Kamer had hem in november opgeroepen om te onderzoeken of hij organisaties die salafistische ideeën verkondigen kan verbieden. En nee, hij was niet van plan om zo’n verbod in te voeren, vertelde hij op Radio 1.

Maar hij gaat aanhangers van de ultra-orthodoxe islamitische stroming wel lik op stuk geven: koranscholen die kinderen ‘impregneren met haat’ worden gelijk vervolgd en met de buitenlandse financiers van ultra-orthodoxe moskeeën gaat hij eens een stevig gesprek voeren. Want de ‘griezels’ van het salafisme verdienen een weerwoord.

Een goede beslissing? Om die vraag te kunnen beantwoorden, moet je weten wat het salafisme precies inhoudt.

Salafisten zijn orthodoxe moslims die streven naar ‘de ware, zuivere islam’. De meeste van hun geloofsgenoten zijn door de eeuwen heen afgedwaald, vinden ze. De voorschriften uit de Koran en de andere islamitische geschriften moeten letterlijk nageleefd worden. Hetzelfde geldt voor de verhalen over de profeet Mohammed: zijn gedrag is de norm der dingen.

Een deel van die eeuwenoude voorschriften gaat over individueel gedrag. Over eten met drie vingers – zo zou de profeet het ook gedaan hebben. En over de kleding van de profeet – zo willen salafisten zich ook kleden.

Maar dat is uiteraard niet waarom ze omstreden zijn. Hun ideeën over politiek zijn genoegzaam bekend: salafisten willen de democratie verruilen voor een theocratie op basis van de sharia. Bij andere gelovigen en niet-gelovigen blijven ze uit de buurt, want die doen aan ‘afgoderij.’

Aan dat afzonderen van de maatschappij zitten natuurlijk grenzen. Studeren, werken: dat doen veel salafisten wel gewoon.

Waarom wilde de Tweede Kamer salafistische organisaties dan verbieden?

In de woorden van PvdA-Kamerlid Ahmed Marcouch: omdat het salafisme ‘in wezen een politieke ideologie is, die in strijd is met onze wetgeving en openbare orde.’ En omdat voor salafisten ‘geweld is toegestaan als middel om hun streven, een islamitische staat, te realiseren.’ Salafisme, meent Marcouch, is het voorportaal van het jihadisme.

Voor hem was dat reden om eind november met de VVD een motie op te stellen die het Openbaar Ministerie opriep te onderzoeken of salafistische organisaties verboden kunnen worden. Die motie werd net voor Kerstmis aangenomen door een Kamermeerderheid. Asscher heeft donderdag dus laten weten dat hij die oproep, na onderzoek, naast zich neerlegt.

Had heeft Marcouch een punt?

Nee, bijna alle jihadisten in Europa zijn salafisten. Maar niet alle salafisten zijn jihadisten.

Het salafisme is namelijk bepaald geen overzichtelijke stroming. Toch kun je grofweg drie soorten salafisten onderscheiden: jihadistische, politieke en quiëtistische. Over die jihadisten horen en lezen we natuurlijk genoeg, maar die andere groepen halen minder vaak de media.

In het geval van de quiëtisten is dat logisch. Die zijn vooral bezig met hun persoonlijke geloof: bidden, de Koran lezen en preken luisteren. Daarin zijn ze erg fanatiek. Die kledingvoorschriften, die regels over eten met drie vingers: quiëtisten zorgen dat ze die zo letterlijk mogelijk naleven.

Lodewijk Asscher over salafisme

Sommige politieke salafistische moskeeën zoeken absoluut de grenzen van het betamelijke op

De politieke substroming is mondiger. Die organiseert bijvoorbeeld lezingen en conferenties waarbij predikers van leer trekken tegen allerlei vormen van shirk (afgoderij) die ze in de samenleving zien – van homoseksualiteit tot zionisme. De ‘politieken’ verkiezen de shariastaat boven de democratische rechtsstaat, maar hebben niet de illusie dat ze hier in Nederland de sharia ingevoerd krijgen, constateerden onderzoekers van de Universiteit van Amsterdam in 2010.

Politieke salafisten willen nog weleens sympathie hebben voor jihadisten. Maar, zo stelde de AIVD in september, gewelddadig zijn ze doorgaans niet. Ze keuren het principe van een heilige oorlog niet af, maar vinden dat je zo’n strijd alleen kunt voeren als het conflict aan een hele lijst voorwaarden voldoet. Kortom: ze leggen de lat erg hoog.

Dat betekent trouwens ook weer niet ze van onbesproken gedrag zijn. Integendeel. Opruiende taal over het goddeloze Westen, ronkende betogen over hoe ware moslims meer waard zijn dan andersgelovigen en ongelovigen: sommige politieke salafistische moskeeën zoeken absoluut de grenzen van het betamelijke op.

Lees meer >>

Waarom Scientology altijd geld nodig heeft

Geschreven voor Trouw

Bijna niemand weet wat er zich afspeelt achter de muren van de Scientology Kerk. Trouw sprak de afgelopen maanden uitvoerig met ex-leden van de Nederlandse tak. Slot van een tweeluik: waarom Scientology volgens hen voortdurend geld nodig heeft. “We gaan niet naar huis voordat we anderhalve ton hebben opgehaald.”

Tienduizend euro, dat kon hij toch wel missen? Zijn geld was echt hard nodig, besefte hij dat? Was hij echt zo gehecht aan welvaart? Op die avond in augustus 2008 vuurden stafleden van de Amsterdamse Scientology Kerk het ene na het andere argument op hem af, herinnert Mike Steentjes zich. Uiteindelijk ging hij overstag. Deed hij een belofte: binnen een week staat die tienduizend euro op jullie rekening. “Uiteindelijk komt er iets in je naar boven”, zegt hij er nu over. “Iets dat ieder mens heeft. Je wilt helpen.”

‘Je kunt toch wel bij iemand een lening regelen? Van een ‘big being’ als jij zou je dat wel verwachten’

Het project waar hij zo genereus aan bijdroeg was een buitenkansje, hadden stafleden hem naar eigen zeggen verzekerd. Zijn geld zou gebruikt worden om scientology-boeken in Belgische bibliotheken te krijgen.

Totale vrijheid, ook voor de Belgen
Nog even en dan zouden ook de Belgen kennismaken met het verlichtende gedachtengoed van Scientology-oprichter L. Ron Hubbard (1911-1986). Dan konden ook zij lezen over de ‘totale vrijheid’ die de Amerikaan zijn aanhangers beloofde. Misschien werden ze wel enthousiast en meldden ze zich aan voor de cursussen en therapiesessies die Scientology aanbood.

Die cursussen zijn niet goedkoop, vertelde ex-scientoloog Henk van den Dorpel donderdag in Trouw. Hij kocht de eerste helft van Scientology’s ‘brug naar totale vrijheid’ en was daar ruim 45.000 euro aan kwijt.

De vier andere ex-scientologen die Trouw voor deze artikelen sprak, herkennen zich in zijn verhaal. Ook zij voelden zich onder druk gezet om cursussen en therapiesessies (‘auditing’) aan te schaffen. De afgelopen decennia gaf de kerk volgens hen een paar keer nieuw cursusmateriaal uit, met het argument dat het oude niet bleek te kloppen. Alle scientologen worden geacht het te kopen, zeggen zij.

Maar de cursussen zijn slechts de helft van het verhaal. Volgens de ex-scientologen verwacht de kerk van haar aanhangers dat ze net zo grif de portemonnee trekken voor donaties.

“Iedere week is er een nieuwe reden om een donatie te doen”, zegt Steentjes, een van die vroegere aanhangers (hij verliet de kerk in 2013). “Na een tijdje nam ik de telefoon niet meer op als de kerk of een onbekend nummer belde. Iedereen die ik kende, pakte het zo aan. Het is net telemarketing. Maar dan van het soort dat op je geweten speelt.”

Scientology en geld: onlosmakelijk verbonden

Wie de telefoontjes weet af te slaan, krijgt volgens de ex-scientologen tijdens speciale donatie-avonden de kans om dat goed te maken. Van die avonden zijn er soms meerdere per maand, zeggen zij. Steentjes: “De eerste die ik bezocht begon met de mededeling: ‘We gaan niet naar huis voordat we anderhalve ton hebben opgehaald’.”

“Dat bedrag hebben we niet gehaald. Het werd een aantal tienduizenden euro’s. Als je geeft, ben je in de ogen van Scientology een held, een sterk mens. Dan word je toegejuicht. Als je weg wilt is dat moeilijk. Bij de deur staan stafleden. Die proberen je op andere gedachten te brengen.” Herkenbaar, zeggen de andere ex-scientologen.

Lees verder…

Wat IS is, volgens IS: de theologie van terreur

Geschreven voor De Correspondent

Er worden veel verklaringen gegeven voor de gruwelijkheden waaraan IS zich schuldig maakt. Maar hoe rechtvaardigt de groepering zichzelf? Religiejournalist Robin de Wever onderzocht op basis van welke teksten en verhalen de beweging zich aan de wereld presenteert. Opmerkelijk: IS is daarbij regelmatig in tegenspraak met zichzelf.

‘Hier in Dabiq begraven we de eerste Amerikaanse kruisvaarder en wachten we tot de rest van jullie legers arriveert,’ sprak IS-strijder Jihadi John in november in een videoboodschap. Voor zijn voeten lag het bebloede hoofd van ontwikkelingswerker Peter Kassig. Het was geen toeval dat Islamitische Staat de dood van Kassig bekendmaakte in dit Noord-Syrische stadje.

Dabiq is namelijk niet zomaar een plaatsje. Een hadith die bijzonder populair is onder IS-aanhangers, voorspelt dat daar niets minder dan het einde van de geschiedenis zal aanbreken. ‘Op de Syrische velden zullen over niet al te lange tijd de legers van Medina (lees: IS) en de troepen van ‘Rome’ elkaar treffen, zo valt er te lezen.’

Er zijn zo veel hadith, dat iedere gelovige er wel één kan vinden om zijn positie te onderbouwen

‘Ze zullen ten strijde trekken,’ zou de profeet Mohammed volgens de profetie voorspeld hebben. Eenderde van de moslims zal wegvluchten, eenderde wordt vermoord. De overblijvers ‘zullen de veroveraars zijn van Constantinopel.’ Als het tijd is om te bidden, daalt de profeet Jezus neer en doodt Allah alle troepen van ‘Rome”. Voortaan zal Allah regeren.

Alle uitingen van IS staan bol van dit soort eindtijdsymboliek. Zelfs de keuze waar een bepaalde onthoofding plaatsvindt, wordt gebaseerd op oude bronnen waar wordt gerefereerd aan die eindtijd. Daarmee vormt de beweging een kleine minderheid binnen de hoofdstroming van de islam.

De theologie bepaalt de bronnen die IS gebruikt
De profetie die IS gebruikt om Dabiq aan te wijzen als de plek van de apocalyps, is nogal obscuur. Hij komt uit een hadith, waarvan de geschiedkundige betrouwbaarheid heel klein is – alleen al omdat er volgens islamgeleerden en historici bijzonder veel vervalsingen in omloop zijn. En omdat er zoveel hadith zijn, kan elke gelovige er wel een vinden om de eigen theologische positie te onderbouwen.

IS behoort dus tot de kleine groep soennieten die gelooft dat het einde der tijden nabij is, en dat ze die eindstrijd zelf een handje moeten helpen. Om aan te geven hoe marginaal die positie is: zelfs binnen Al-Qaeda speelt het einde der tijden nauwelijks een rol. Dat de beweging uitgerekend deze profetie uit de hadith plukt, laat zien dat het niet de bronnen zijn die de theologie bepalen, maar andersom.

IS neemt elk vers letterlijk…
IS doodde afgelopen zomer in Noordwest-Irak duizenden yezidi’s en nam er nog eens duizenden gevangen. Toen geruchten de ronde deden dat IS hen tot slaven had gemaakt, werd dit bevestigd door de groepering zelf. En ook hier had IS een verklaring voor, wederom gebaseerd op de hadith: het zouden geen moslims zijn. En ook nu speelde eindtijddenken een grote rol in de redenering van IS.

Het is ‘het eerste grote geval van slavendrijven sinds de tijden van weleer, toen de sharia nog alom werd nageleefd,’ schreef IS ronkend in de eigen glossy Dabiq.

Strijder Islamitische Staat

Yezidi’s bekleden voor IS een tussenpositie, legt het Dabiq-artikel uit. Ze zijn geen afvalligen, want ze hebben de islam nooit aangenomen. De doodstraf geldt voor hen dus niet. Maar voor de behandeling die Mohammed aan joden en christenen gaf, komen ze ook niet in aanmerking.

Joden en christenen mochten van Mohammed als aanhangers van een verwant geloof deelnemen aan de maatschappij, op voorwaarde dat ze een speciale belasting betaalden. IS-shariageleerden waren er volgens Dabiq duidelijk over: voor yezidi’s ‘was er geen mogelijkheid voor jizyah-betalingen.’

Daarom moeten ze volgens de geleerden behandeld worden zoals Mohammed polytheïsten behandelde. Waren ze niet de moeite van het redden of het doden waard, dan maakte je ze tot slaaf.

Om dat te bewijzen haalt het blad een hadith aan waarin de profeet Mohammed spreekt over de tijd waarin ‘de slavin haar meester baart.’ Vrij vertaald: de tijd waarin moslimmannen en slavenvrouwen samen kinderen op de wereld zullen zetten. Als die tijd zou aanbreken, dan was volgens Mohammed het einde der tijden nabij.

Dat de hadith over de slavin die haar meester baart weleens figuurlijk bedoeld kan zijn, is voor de theologen van Islamitische Staat uitgesloten. Net als fundamentalisten uit andere stromingen en religies gaan ze ervan uit dat de profetie geen diepere lagen heeft. Wat er staat, dat is wat er wordt bedoeld.

Lees verder…

Op de radio: Mohammeds beeldverbod, religie en geweld

Geschreven voor deze site
Afbeelding van Mohammed op het paard Burak

Op 11 januari 2015 legde ik in Radio 1-programma OVT uit waar het verbod op het afbeelden van Mohammed vandaan komt. Terugluisteren kan hieronder of op de website van Radio 1.

Op 19 januari 2015 vertelde ik in Radio 4-programma ‘De ochtend van 4’ over Karen Armstrong en het verband tussen religie en geweld. Terugluisteren kan hieronder of op de website van de NPO.

De profeet vond afbeeldingen maar gevaarlijk

Geschreven voor Trouw.nl

“We hebben de profeet gewroken”, riepen de mannen die op het kantoor van Charlie Hebdo een bloedbad aanrichtten. Het afbeelden van Mohammed is taboe, maar sommige moslims deden het toch.

Waarom heeft Allah eigenlijk zo’n moeite met satirische portretten van zijn profeet? Waarom menen extremisten als die in Parijs dat ze satire moeten wreken?

Wie de aanslag van woensdag theologisch wil doorgronden, vindt in de Koran weinig duidelijke antwoorden. Het heilige boek keurt het lasteren van God en zijn profeet af, maar meldt niet expliciet welke sanctie daar op staat. Laat het bestraffen van godslasteraars maar aan Allah over, is de teneur. Hij zal over hen oordelen.

Ook over de andere ‘zonde’ van de Franse striptekenaars is het heilige boek niet expliciet. De Koran verbiedt het afbeelden van de profeet niet letterlijk, maar is wel negatief over het aanbidden van afgodsbeelden. Soera 21 citeert instemmend de aartsvader Abraham. Die noemde het aanbidden van afgodsbeelden een ‘duidelijke fout’.

Straf voor ‘zij die afbeeldingen maken’
Rigoureuzer zijn de hadith, de uitspraken die aan Mohammed worden toegeschreven. Daarin wordt instemmend een ‘boodschapper van Allah’ geciteerd, die schande spreekt van ‘zij die afbeeldingen maken’. Wees gewaarschuwd, zondaars: jullie ‘zullen gestraft worden’ op de Dag des Oordeels. De zin duikt later in de hadith nog een aantal keren op.

Vroege moslims wisten waarschijnlijk precies wat er zo fout was aan ‘afbeeldingen’ en ‘afgodsbeelden’. Ze kenden de beeldjes uit de polytheïstische godsdiensten – culturen waarin een heel scala aan goden werden aanbeden. De god van de moslims was te verheven voor zulke doe-het-zelf-godsdienst. Hij oversteeg het menselijk voorstellingsvermogen en viel niet te vangen in een zelfgemaakt product.

Eindbestemming hel
Beeldenmakers proberen God te evenaren, waarschuwde de hadith. Op de Dag des Oordeels zullen ze door de mand vallen. Allah zal ze dan vragen om hun beelden leven in te blazen. Dat kunnen ze natuurlijk niet. Hun eindbestemming is de hel.

Nieuw was die afkeer van polytheïsme niet. In de Tien Geboden had de god Jahweh al een zelfde waarschuwing afgegeven. “Maak geen godenbeelden”, waarschuwde hij Mozes. “Geen enkele afbeelding van iets dat in de hemel hierboven is of van iets beneden op de aarde of in het water onder de aarde. Kniel voor zulke beelden niet neer, vereer ze niet, want ik de Heer, uw God, duld geen andere goden naast mij.” Die waarschuwing echode in de begintijd van de islam ongetwijfeld na, want veel vroege moslims waren bekeerde joden.

Latere generaties moslims namen die verboden zwaar op. Velen gingen het afbeelden van de profeet zien als een risico. Wie de profeet schilderde, was maar één stap verwijderd van persoonsaanbidding, en dat was godslastering. Aanbidding kwam alleen toe aan God. Mohammed was, hoe belangrijk ook, slechts een mens. Afbeeldingen werden al snel taboe.

Soennieten, die de grootste stroming binnen de islam vormen, gingen de profeet verbeelden als een roos. Die roos zou ontstaan zijn uit de geurende zweetdruppels van de profeet.

Afbeelding van de profeet Mohammed uit de 15 eeuw

Niet iedereen hield zich aan die verboden. Vooral sjiieten en soefi-moslims kennen een rijke traditie van Mohammed-schilderijen en -illustraties. Van hun werk is tijdens oorlogen veel verloren gegaan, maar niet alles. Populair waren de illustraties van Mohammed op Burak, een paard met het hoofd van een vrouw, vleugels van een engel en de staart van een pauw (zie afbeelding).

Mohammed zonder gezicht
In de loop der eeuwen werden illustratoren voorzichtiger. Tekenden ze Mohammed tussen de 13e tot de 15e eeuw nog van top tot teen, vanaf de 16e eeuw verbeeldden ze de profeet steeds abstracter. Soms was hij niet meer dan een kalligrafisch uitgeschreven naam. Ook opmerkelijk: sommige tekenaars beelden Mohammed af zonder gezicht. Hoe gedetailleerd hun illustraties ook waren, het gelaat van de profeet lieten ze blanco. Van zijn kin tot zijn kruin.

De Parijse aanslagplegers trekken zich van die historische feiten niets aan. Zij zien in de cartoons van Charlie Hebdo kennelijk een dubbele aanval: een schending van het beeldverbod én een belediging van de profeet. Provocatie van het ernstigste soort. Volgens de meeste fundamentalistische opvattingen kan maar één man hen vergeven: Mohammed zelf. Bij verstek nemen sommigen het recht maar in eigen handen.

Imam stopt met preken vanwege bedreiging

Geschreven voor Trouw.nl

De Amsterdamse jongerenimam Yassin Elforkani is tijdelijk gestopt met preken. Hij wordt bedreigd door extremistische geloofsgenoten en zou concrete aanwijzingen hebben dat hij gevaar loopt.

Geruchten daarover kloppen, bevestigt Elforkani aan Trouw. Hij heeft van de politie vernomen dat het beter zou zijn als hij een tijdje minder actief is. Sinds drie weken laat hij daarom verstek gaan in de Utrechtse Omar al-Farouk-moskee, waar hij voorheen regelmatig het vrijdaggebed leidde. Verder wil hij er niets over loslaten.

De bedreigingen van radicalen aan Elforkani’s adres begonnen een jaar geleden. Zijn bedreigers zien de imam als geloofsverrader en afvallige, omdat hij jongeren oproept om niet naar Syrië en Irak af te reizen voor de jihad. Als woordvoerder van het Contactorgaan Moslims en Overheid (CMO) en frequente talkshowgast is hij de bekendste Nederlandse islamitische jihadcriticus. Zijn werkzaamheden voor het CMO heeft hij niet afgezegd.

Dreiging, maar ook steun
De preekstop zou aanvankelijk vier weken duren. Elforkani hoopt dat hij over twee weken weer ‘stevig op de preekstoel zit’. “Ik word bedreigd, maar krijg ook heel veel steun”, vertelt hij. “Ik ben al zo vaak gevraagd wanneer ik weer in de moskee het woord neem. Dat bemoedigt me enorm.” Voor zijn preekstop leefde hij ook met enige beveiliging. Zo liet hij zich na het vrijdaggebed door moskeepersoneel en vrienden naar zijn auto escorteren.

De eerdere bedreigingen varieerden van ‘we krijgen jou nog wel’ tot ‘je bent een kafier’ (een ongelovige, red.) en ‘het zal slecht met je aflopen’. Ze komen niet dagelijks, vertelde hij vorig jaar aan Trouw. Maar van geïsoleerde incidenten was ook geen sprake meer. Elforkani: “Iedereen die een beetje verstand heeft van de theologie van jihadisten weet wat ze kunnen bedoelen met ‘een kafier met wie het slecht kan aflopen’. Ze zeggen dat je gedood mag worden. Al hoop ik natuurlijk dat ze het niet zo bedoelen.”

Tijdens Elforkani’s Rotterdamse preekbeurten was weinig te merken van spanningen, meent Azzedine Karrat, die doorgaans in de Essalammoskee het vrijdaggebed leidt. “We hebben hem wel eens naar de auto laten escorteren, maar dat vonden we uiteindelijk toch een beetje overdreven.” Karrat verwacht niet dat hij ook doelwit wordt. “Deze mensen reageren vooral op wat er in de media verschijnt.”

Yassin Elforkani

‘Voor de zomer ging het nog om een strijd tegen Assad. Nu draait het om eindtijdverwachtingen’

‘We vormen een kwetsbare groep’
Jihadisten zijn wel degelijk aan het verharden, meent Eindhovens CDA-raadslid en jongerenwerker Ibrahim Wijbenga. Ook hij wordt al maanden bedreigd. “Voor de zomer ging het nog om een rebellenstrijd tegen Assad. Het draait het om eindtijdverwachtingen, om het verslaan van de Amerikanen en de andere troepen. Iedere keer als de politie een jihadreiziger tegenhoudt worden ze bozer.”

Doet de politie wel genoeg? Wijbenga: “Onze lijntjes met de politie zijn kort. Ze nemen onze aangiften serieus. Ik heb drie weken geleden nog aangifte gedaan. Maar de mensen die zich in de moslimgemeenschap afzetten tegen radicalisering vormen een hele kwetsbare groep.”

De nieuwe strategie van de Jehova’s Getuigen

Geschreven voor Trouw

“Nu heb je het gemist! Ze nam er twee!” Dat zul je net zien, zegt Djoyke Cruden (23). Terwijl haar geloofsgenote Linda Nagel (25) druk bezig was te vertellen over haar keuze om zich aan te sluiten bij de Jehova’s Getuigen, pakte een passant niet één maar twee studiegidsen uit hun mobiele boekenkastje. “Wat léuk!”

Het is het succesje waar de vrouwen een uur op stonden te wachten. De meeste forenzen op het Utrechtse Jaarbeursplein houden hun ogen strak gericht op hun bestemming: de roltrap richting Hoog Catharijne. Sommigen werpen een blik op de trolley met boekjes en leuzen (‘Wat leert de Bijbel écht?’). Een of twee keer per uur stopt iemand om een praatje te maken.

De terughoudendheid is onderdeel van de nieuwe predikingsstrategie van de Jehova’s Getuigen. Wie een lid van het protestantse eindtijdgenootschap aan de deur krijgt, moet direct beslissen of hij behoefte heeft aan een gesprek over geloof. Maar hier, bij het mobiele boekenkastje, ligt het initiatief bij geïnteresseerden. De vrouwen dringen zich niet op, maar staan onberispelijk gekleed, de een een rokje, de ander een jurk, op een paar meter afstand. Pas als iemand door de boekjes begint te bladeren, proberen ze een gesprek aan te knopen.

Het concept is komen overwaaien uit New York. Twee jaar geleden begonnen enkele Nederlandse kerkleden rond Utrecht Centraal met een proef. Inmiddels staan er ook bijna dagelijks getuigen op de stations van Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Groningen.

Gaan de getuigen stoppen met hun trouwe tochten langs de voordeuren – twee aan twee en uitgerust met geloofslectuur? Gelooft de kerk niet meer in haar oerstrategie? Linda Nagel moet erom lachen. “We stoppen daar echt niet mee. Maar we merken wel dat mensen steeds minder thuis zijn. Hier bereiken we mensen die zelf op zoek zijn.”

Van een stijlbreuk is geen sprake, bezweert ook Timo Stet, de coördinator van de Utrechtse stationsevangelisatie. “Zo zien we dat niet. Je kunt beter zeggen: het zwaartepunt is aan het verschuiven.” Stet heeft de gegevens paraat: de vijftig getuigen die in ploegendiensten rond Utrecht Centraal staan, reiken maandelijks 1000 boekjes uit. De honderd geloofsgenoten die in Utrecht langs de deuren gaan, maken meer uren maar slijten iedere maand slechts twintig stuks.

Volgens het landelijk kantoor van de kerk heeft het stationswerk nog niet geleid tot veel meer aanvragen van bijbelstudies. Maar toch, op het station zet een getuige dus honderd keer zo veel boekjes af als aan de deur. Zijn al die avonden aan de deur dan niet zonde van de moeite? Stet: “Nee, nee. Het gaat om kwaliteit: of mensen uiteindelijk meer van het geloof willen weten. Dat meet je niet af aan getallen.”

Een eventueel afschaffen van het deurwerk zou ook ingaan tegen de overtuiging van het genootschap. De Bijbel is volgens Jehova’s Getuigen glashelder over het langs de deuren gaan. In het bijbelboek Matteüs geeft Jezus zijn volgelingen de opdracht discipelen te werven en te onderwijzen. En in Lukas gebiedt hij discipelen om in groepjes van twee mensen thuis te bezoeken.

De gangbare Nederlandse vertalingen spreken niet specifiek over huis-tot-huis-verkondiging, maar de bijbelvertaling van de getuigen doet dat wel. Volgens het genootschap staat hun versie de Griekse grondtekst naderbij.

Bliksemsnel bladert Djoyke Cruden door haar zakbijbeltje. “Kijk, hier staat het, in de Handelingen van de Apostelen: ‘Zij bleven zonder ophouden elke dag in de tempel en van huis tot huis onderwijzen en het goede nieuws over de Christus, Jezus, bekendmaken’. Het is echt Bijbels.”

Dat de meeste getuigen balen van hun plicht tot evangelisatie is slechts een gerucht, meent coördinator Stet. “Natuurlijk, af en toe zijn er mensen die klagen dat ze aan de deur weinig succes hebben. Maar als je denkt in termen van succes heb je de boodschap niet begrepen. Het gaat om de mensen die je wél bereikt.”

Getuigen die thuisblijven mogen rekenen op een gesprekje met een ouderling. “Die vraagt dan wat er schort. Vaak zijn zulke mensen blij dat ze herinnerd worden aan het belang van prediking.”

Jehova's Getuigen op het Jaarbeursplein in Utrecht

Cruden en Nagel peinzen er naar eigen zeggen niet over thuis te blijven. Ze behoren tot de ‘pioniers’, de kerkleden die maandelijks zeventig uur op pad gaan. Een of twee middagen brengen ze door op het Utrechtse Jaarbeursplein, verder gaan ze vooral veel langs de deur.

Verkondiging op het station is niet voor iedereen weggelegd, vertelt Stet. “Daar zoeken we representatieve mensen voor: jong, goed gekleed, een vriendelijke glimlach. Even heel cru: door een kreupel oud mensje laten mensen zich niet overtuigen.”

Ondanks die jeugdige frisheid van de vrouwen lopen de meeste mensen door. Vinden ze het niet pijnlijk om voortdurend te zien hoe mensen letterlijk aan hun Bijbelse waarheden voorbijlopen? Cruden: “Ja, dat is lastig. Maar we geloven niet dat ze verloren zijn. Ook zij komen uiteindelijk bij God.” Nagel glimlacht. “We laten ons niet uit het veld slaan.” Cruden: “Ik werk ook als tandartsassistente. Erg leuk hoor, maar dit vind ik het belangrijkste. Na een dag als deze voel ik me heel nuttig.”

Plotseling steken de twee een hand in de lucht: “Hé, hallo!” Op de trap stiefelt een man met een plastic tasje. Beneden aangekomen haalt hij pakjes fruitdrank tevoorschijn. “Kijk eens, dames. Ik dacht: die hebben vast dorst.” Na een minuutje babbelen vertrekt hij weer. God en Bijbel zijn niet ter sprake gekomen, wel het benauwde weer. De man heeft hen al vaker op drinken getrakteerd, vertelt Cruden. Maar geen van beiden weet wie hij precies is en of hij Jehova al belijdt. Cruden: “Ik denk van niet. Maar dat maakt niks uit, joh. Je moet het niet opdringen.”

Prediken op de valreep
Jehova’s getuigen leven in de verwachting dat de wederkomst van Jezus spoedig zal plaatsvinden. Het aardse paradijs dat hij gaat stichten, is alleen bestemd voor getuigen en wordt geleid door een Hemelse Regering met Jezus aan het hoofd. Buitenstaanders kunnen op de valreep worden gered als ze de kerkelijke leer aannemen en zich laten dopen. Vorig jaar kozen twintig Nederlanders daarvoor. Jehova’s getuigen geloven niet in een hel en in het concept van de drie-eenheid. Ze vieren geen feestdagen en weigeren bloedtransfusies.

De kerk is eind negentiende eeuw opgericht in de Verenigde Staten en telt wereldwijd 7,8 miljoen leden. De meesten van hen wonen in de VS en Afrika. Nederland telt 30.000 getuigen.

Nederlanders ontdekken ‘voorloper van Adam en Eva’

Geschreven voor Trouw

Ze zijn al bijna een eeuw geleden gevonden, maar nu pas hebben Nederlandse onderzoekers de betekenis ontdekt van inscripties in Syrische kleitabletten uit de 13e eeuw voor Christus. Ze bevatten een oerversie van het verhaal van Adam en Eva.

Dat verhaal is achthonderd jaar ouder en verloopt anders dan de versie in het bijbelboek Genesis. Oudtestamentici veronderstellen al langer dat aan het bijbelse paradijsverhaal een oude mythe ten grondslag ligt.

Oudtestamenticus Marjo Korpel en emeritus hoogleraar semitische talen Johannes de Moor van de Protestantse Theologische Universiteit (Groningen en Amsterdam) stellen nu dus dat zij die mythe ontdekt hebben. De onderzochte kleitabletten zijn in 1929 in Syrië gevonden, als deel van een veel grotere collectie. In de jaren zeventig zijn ze (los van elkaar en gedeeltelijk) ontcijferd. Korpel en De Moor zijn de eersten die de twee tabletten in samenhang hebben bestudeerd.

Wel een boom en een slang, geen vrucht
In de inscripties wordt gesproken van een ‘wijngaard van de grote goden’. Die staat net als de bijbelse paradijstuin onder toezicht van een scheppergod, El. Adam komt in de mythe voor, al is hij geen mens maar een god.

“Net als in Genesis draait dit verhaal om een belangrijke boom waar Adam en zijn vrouw toegang toe hebben”, vertelt Korpel. “De god Horon lijkt sterk op de duivel. Hij probeert de plaats van El in te nemen, maar El straft hem door hem uit de vergadering van goden te zetten. Daarop besluit Horon om zich te veranderen in een slang en de boom te vergiftigen.”

Adam wil hem uitschakelen, maar wordt door Horon gebeten en verandert in een mens. Triest, maar een andere godheid, de zonnegodin, geeft Adam een troostprijs: hij mag zich voortplanten en heeft zo toch nog een beetje het eeuwige leven.

Een verhaal met deze kenmerken lijkt erg ver af te staan van wat de meeste joden en christenen geloven. Vooral het idee dat mensen afstammen van Goden staat haaks op de meeste christelijke theologie. Korpel wijst echter op de overeenkomsten: “Genesis zegt dat de mens is gemaakt naar Gods evenbeeld. Dat komt in de buurt van wat deze tekst vertelt. Maar de bijbelschrijver heeft Adam vermenselijkt. En Eva krijgt in de vroege versie nergens de schuld van. Dat is een heel opvallend verschil met het bijbelverhaal.”

'Adam en Eva' van Peter Paul Rubens

‘Niemand had de teksten eerder naast elkaar gelegd’
Volgens Korpel zijn de overeenkomsten tussen de kleitabletten en Genesis zo groot, dat ‘vrijwel alles’ erop wijst dat het om dezelfde Adam gaat. “Het wordt nu wel heel moeilijk om de tekst in Genesis letterlijk te lezen, zoals sommige christenen doen.”

Maar, zo vindt Korpel, je kunt nog prima geloven dat dit een verhaal is met goddelijke inspiratie. “Wetenschappers zien het al langer als een mythe, een verhaal dat niet draait om de feiten maar om de boodschap. Nu is ook duidelijk waar het vandaan komt.”

Dat het na de opgraving van de kleitabletten nog 85 jaar duurde tot het verhaal werd ontdekt, komt volgens haar doordat ze deel uitmaken van een veel grotere collectie. “Het was niet duidelijk dat ze bij elkaar horen. Wij zagen een inhoudelijke overeenkomst en hebben ze toen naast elkaar gelegd. Eerlijk gezegd vragen we ons af waarom niemand dat eerder had gedaan.” Er zijn nog vele kleitabletten niet bestudeerd, dus het duo houdt rekening met nog meer ontdekkingen. “Er ligt in musea nog veel materiaal te wachten op onderzoek.”