Aangenaam; Robin de Wever, freelance journalist. Ik werk voor verschillende media en schrijf dagelijks voor Trouw.nl over religie en filosofie.


‘Ja, de weg naar Tunesische democratie is nog lang’

Geschreven voor Trouw

De democratisering van Tunesië verloopt moeizaam, beaamt Abdelfattah Moeroe. Toch ziet de oprichter en tweede man van de islamitische regeringspartij Ennahda geen reden voor pessimisme. In een interview met Trouw vertelt hij dat zijn regering voortaan ‘keihard’ gaat optreden tegen de oppositie van radicale moslims.

De internationale belangstelling was groot toen Ennahda in 2011 bij verkiezingen als grootste uit de bus kwam. Alleenheerser Ben Ali was verjaagd en het van oorsprong progressieve Tunesië zette als eerste Arabische land koers richting democratie. Voorop liep een islamitische partij die beloofde dat ze zich hard zou maken voor vrouwen en minderheden. Kritiek werd telkens gesust: de partij was geen islamitische wolf in schaapskleren. Echt niet.

Nu, twee jaar later, lijkt Tunesië te zijn beland in een politieke crisis. Ennahda-aanhangers, secularisten en extreem conservatieve salafistische moslims gunnen elkaar nauwelijks het licht in de ogen.

De oppositie houdt Ennahda verantwoordelijk voor de moord op een links politiek kopstuk, eerder dit jaar. In februari dreigde een van de twee seculiere regeringspartners op te stappen. Ennahda zou haar beloftes over werkgelegenheid en stabiliteit niet zijn nagekomen. ‘De revolutie heeft mensen geleerd dat ze moeten opkomen voor hun rechten’, vertelt Moeroe in een gesprek met Trouw. De Ennahda-prominent was afgelopen weekend in Nederland voor een spreekbeurt tijdens een islamitisch evenement.

‘Onze instituten nemen geen verantwoordelijkheid’
Moeroe: ‘Iedereen komt nu op voor zichzelf. Daardoor verliezen ze het landsbelang makkelijk uit het oog. De samenwerking is ver te zoeken. De vakbonden hebben in één jaar tijd meer dan twaalfduizend stakingen georganiseerd. Twaalfduizend! Instituten weigeren om hun verantwoordelijkheid te nemen. Dat vreet aan ons land.’

Heeft Ennahda het ‘stichten’ van democratie onderschat? Moeroe: ‘We wisten dat het niet makkelijk zou worden. Het is naïef om te denken dat je in één jaar integere politieke instituten kunt opbouwen. Europa had twee eeuwen nodig om democratisch te worden. Vrijwel iedere Tunesische instantie is corrupt; dat is het gevolg van jarenlange verwaarlozing. Bovendien weten we pas sinds de revolutie wat er in het land speelt. De dictatuur van Ben Ali onttrok alle afwijkende politieke voorkeuren aan het zicht.’

‘Salafisten overtreden de wet. We pakken ze keihard aan’
Die onderdrukking heeft er volgens Moeroe toe geleid dat er in de marge radicale bewegingen opkwamen. ‘Salafisten geloven niet in overleg en proberen de invoering van democratie te dwarsbomen. Ze proberen de staat te ondermijnen, hebben eigen rechtbanken en een eigen politieapparaat opgericht. En vergis je niet, ze zijn uiterst gewelddadig.’

Ennahda’s regering heeft lange tijd mild gereageerd, in de hoop dat het de salafisten kon betrekken in het democratische proces. Dergelijke samenwerking is onmogelijk, oordeelt Moeroe nu. ‘Onze visie is heel duidelijk. Wie de wet overtreedt, wordt keihard aangepakt. We kunnen geweld en ondermijning van de staat gewoon niet tolereren.’

Dat het regime haar geduld met de salafisten heeft verloren, bleek vrijdag toen ze een belangrijke bijeenkomst van de ‘staatsgevaarlijke’ groep Ansar al-Sharia verbood. Aanhangers reageerden woedend; zondag raakten honderden van hen in Tunis slaags met de politie. Eén betoger overleed. Naar verluidt raakten minstens 15 betogers en agenten gewond.

abdelfattah_mourou

‘Voltooien wat het Westen in gang heeft gezet’
Ennahda (Arabisch voor ‘wedergeboorte’) beschouwt de Tunesische overgang naar democratie niet als een nieuw project. ‘Het is al eeuwen gaande’, meent Moeroe. ‘Het Westen heeft geprobeerd om humane beschavingen op te zetten, maar is er niet in geslaagd om iedereen mee te krijgen. Frankrijk is bijvoorbeeld niet naar Algerije en Tunesië gekomen om democratie te brengen, maar om te koloniseren.’

‘Wij willen nu alsnog toewerken naar zo’n samenleving op basis van consensus. Vergis je niet, dat doen we echt niet alleen vanuit ons eigenbelang. De democratie geeft een stem aan Ennahda, maar ook aan de marxisten en liberalen.’

In Moeroes ideale Tunesië ‘bloeit de wetenschap en werkt de politiek op basis van dialoog’. ‘Tunesië is van oudsher een pionier. We hebben als eerste de slavernij afgeschaft, als eerste een islamitische universiteit opgezet. Tunesië bestaat uit vierentwintig beschavingen. Van oudsher proberen die samen te leven. De diversiteit die jullie in het Westen hebben, die kennen wij ook.’

‘Onder ons zal Tunesië echt niet islamiseren’
In het Westen hebben partijen als Ennahda soms de schijn tegen. Critici vermoeden dat de revoluties van de ‘Arabische lente’ op lange termijn niet leiden tot democratie, maar tot meer macht voor radicale moslims.

Vrees voor islamisering van Tunesië is ongegrond, bezweert Moeroe. ‘Ons volk zal ons bestraffen als we van het democratische pad afdwalen. Inderdaad, we zijn een islamitische partij. Dat we werken vanuit de islam, merk je nu vooral aan het feit dat we islamitische waarden als vrijheid en gelijkheid willen garanderen.’

‘Onze regering draait niet om onze eigen politieke agenda, maar om vrijheid. Het is prima als er straks een andere partij dan Ennahda aan de macht komt. Dat zou bewijzen dat het democratisch proces wordt voortgezet.’

Rechter zet gebedsgenezer Jan Zijlstra de kerk uit, ‘een coup’

Geschreven voor Trouw.nl

Gebedsgenezer Jan Zijlstra mag niet langer het bewind voeren over zijn kerk. Dat heeft de rechtbank in Den Haag woensdag bepaald. Zijlstra ligt in de clinch met de voorgangers. Zelf spreekt hij van een ‘ordinaire coup’.

Voorgangers Rolph en Hyona Hendriks hebben hem volgens de rechter terecht afgezet als ‘apostolisch overziener’ (geestelijk leider) van de Levensstroom Gemeente in Leiderdorp. Zijlstra benoemde het echtpaar in 2010 tot zijn opvolgers, maar bleef de touwtjes in handen houden.

De spanning liep op toen Zijlstra verregaande bezuinigingen wilde doorvoeren: het bestuur zette Zijlstra buiten. Toen ook een verzoeningspoging spaak liep, zat er volgens Zijlstra niets anders op dan naar een ‘wereldlijke rechter’ te stappen.

‘Ze wilden me kooien, zo werkt het niet’
Die oordeelt nu dat hij zich niet zo maar het ‘alomvattende leiderschap’ kan toedichten. Ook moeten de gemeente en de genezingscampagnes financieel en administratief uit elkaar worden getrokken. Zijlstra laat aan Trouw weten dat hij ‘niet de vrijheid krijgt’ om zijn genezingswerk te doen.

‘Ik moet de absolute vrijheid hebben’, vertelt hij. ‘Ze wilden me in een kooitje zetten en me er alleen uit laten komen als het hen beliefde. Zo werkt het niet.’ De Levensstroom komt binnenkort met een persverklaring en wil tot die tijd geen reactie geven.

Het voorgangersechtpaar zette volgens Zijlstra een streep door alles wat hem lief was. ‘De dvd’s, het magazine; het zou allemaal wegbezuinigd worden.’ Hij blijft doorgaan met zijn genezingsdiensten. ‘Jan Zijlstra is niet te stoppen. Schrijf dat maar op. Ik ben gebeld door mensen uit het hele land, van voorgangers in pinkstergemeenten tot de dominees uit Protestantse Kerk en rooms-katholieke priesters. Allemaal staan ze achter me.’

De uitspraak heeft volgens hem geen verregaande financiële gevolgen. ‘Mijn genezingswerk draait op giften en de inkomsten uit mijn boeken en dvd’s. Daar verandert niets aan. Of ik een nieuwe gemeente opricht? Misschien, daar denk ik nog over na. Een groot deel van de gemeente is het met mij eens en bezoekt de Levensstroom al niet meer. Men weet mij wel te vinden als ik iets nieuws begin.’

Jan Zijlstra

‘Ze wilden me in een kooitje zetten en me er alleen uit laten komen als het hen beliefde. Zo werkt het niet’

‘Voorgangers zijn volledig omgeslagen’
Het is niet de eerste keer dat de evangelist breekt met de leiding van zijn kerk. In 2010 zag Zijlstra na een ruzie zijn protégé en toenmalig voorganger Arno van der Knaap vertrekken. Van der Knaap richtte een eigen gemeente op en nam een deel van de kerkgangers mee. De Levensstroom Gemeente ontstond toen Zijlstra in 1992 uit de kerk van zijn mentor Johan Maasbach stapte.

‘Het is mooi om voorganger te zijn van een grote gemeente als de Levensstroom’, analyseert Zijlstra. ‘Zo iemand denkt al snel: ik wil dit zelf runnen. In dit geval is er een ordinaire coup gepleegd. Toen ik het echtpaar Hendriks twee jaar geleden aanstelde als voorgangers, zaten we nog helemaal op één lijn. Ze zijn volledig omgeslagen. Ik was de oprichter en de voorzitter, dat moesten ze respecteren.’

Fiscus maakt einde aan belastingtruc Katholiek Nieuwsblad

Geschreven voor Trouw

Het Katholiek Nieuwsblad heeft dankzij een fiscale constructie onterecht belastingvoordelen genoten. Het blad vraagt lezers al jarenlang om giften over te maken naar een eigen liefdadigheidsinstelling, Stichting Arnulfus. Die sluist het geld door naar het Katholiek Nieuwsblad. De Belastingdienst tikt Arnulfus nu op de vingers.

Het steunfonds stond bij de fiscus bekend als een Algemeen Nut Beogende Instelling (ANBI). Daardoor konden donateurs hun giften aftrekken van hun inkomstenbelasting. Ook voor Arnulfus waren giften extra interessant: erfenissen en bepaalde schenkingen waren vrijgesteld van erfbelasting en schenkbelasting.

Geen goede zaak, vindt de Belastingdienst. Het steunfonds blijft bestaan, maar de ANBI-status en de bijkomende fiscale voordelen sneuvelen. Voor donateurs heeft deze stap grote gevolgen. Wie nu de spreekbuis van conservatief katholiek Nederland financieel wil steunen, moet zijn gift volledig uit eigen zak betalen. Lezers zijn daarom waarschijnlijk minder bereid om te doneren.

‘Waarschijnlijk voelden ze al nattigheid voordat de Belastingdienst kritische vragen ging stellen’

Volgens directeur François Vluggen is de ANBI-status ingetrokken omdat de regels voor goede doelen zijn veranderd. “Sinds kort voldoen we niet meer aan de criteria.”

Dankzij giften geen rode cijfers
In het tijdschrift voor donateurs vertelt de redactie dat ze dankzij de giften het hoofd boven water kan houden. Zonder die extra inkomsten zou het blad rode cijfers schrijven. Van 2008 tot 2011 haalde het ruim 1,3 miljoen euro aan giften op, gemiddeld bijna 263 duizend euro per jaar.

Volgens fiscalist Yvo Burkink van Jongbloed Fiscaal Juristen riekt dat naar concurrentievervalsing. “Het Katholiek Nieuwsblad had een speciale inkomstenbron. Sympathisanten waren vanwege de belastingvoordelen eerder geneigd om te doneren. Andere tijdschriften kennen dat voordeel niet.”

Het steunfonds komt naar eigen zeggen op voor ‘gedrukte landelijke media met een katholiek signatuur’. Het Katholiek Nieuwsblad, bij het grote publiek bekend vanwege de media-optredens van hoofdredacteur Mariska Órban-de Haas, beschouwt katholieke journalistiek als een activiteit van algemeen nut.

De Belastingdienst wil de intrekking van de zogeheten ANBI-status niet toelichten; het doet geen uitspraak over individuele gevallen. Of de weekkrant een naheffing of boete krijgt is nog onduidelijk.

Directeur François Vluggen werkt sinds het begin van dit jaar voor het Katholiek Nieuwsblad. Hij wist naar eigen zeggen niet dat zijn krant alleen gesteund mocht worden als die ook een goede doelenstatus had. Fiscalist Burkink vindt het echter ‘hoogst onwaarschijnlijk’ dat de organisatie niet op de hoogte was van de belastingregels. “Ik denk niet dat ze pas nattigheid voelden toen de Belastingdienst kritische vragen ging stellen. Het Nieuwsblad is een professionele organisatie.”

katholieknieuwsblad_orban

De fiscale regels voor goede doelen zijn de afgelopen decennia meermaals aangescherpt. Burkink: “Iedereen die zich beroepsmatig bezighoudt met ANBI’s is daarvan op de hoogte”.

Donateurs van het Katholiek Nieuwsblad zijn nog niet geïnformeerd over het wegvallen van de belastingvoordelen. De website van Arnulfus toonde zaterdagochtend nog steeds een ANBI-logo. De tekst die meldt dat donateurs giften kunnen aftrekken is vrijdagavond geschrapt. Directeur Vluggen laat weten dat donateurs binnenkort op de hoogte worden gebracht. “Niet netjes”, vindt Burkink. “Je hebt op zijn minst de morele plicht om dit direct te melden.”

Beroepsopleiding tot imam stopt

Geschreven voor Trouw

De enige Nederlandse HBO-imamopleiding houdt op te bestaan. Dat bevestigt hogeschool Inholland tegenover Trouw.

‘Dit is een van onze duurste trajecten’, vertelt bestuursvoorzitter Doekle Terpstra. ‘Van de huidige 105 studenten hebben er relatief veel intensieve begeleiding nodig. Je hebt toch te maken met studenten met verschillende culturele achtergronden.’



Ook telt de in Amstelveen gevestigde studie relatief veel langstudeerders. Nieuwe aanmeldingen worden nu geweigerd, maar de huidige student-imams mogen hun opleiding afmaken. In 2018 moet de laatste HBO-opgeleide imam afgestudeerd zijn.



‘Rendabel zal het nooit worden’


Terpstra noemt de bezuiniging onvermijdelijk. Hij werd aangesteld om de geplaagde instelling weer gezond te maken en houdt momenteel het volledige onderwijsaanbod kritisch tegen het licht. ‘We moeten heel eerlijk zijn. De imamopleiding kost veel geld en zal nooit rendabel worden. Zelfs de speciale subsidie van het ministerie van Onderwijs kan niet voorkomen dat we er flink op moeten toeleggen.’



Het Contactorgaan Moslims en Overheid (dat de betrokken islamitische organisaties vertegenwoordigt) vreest dat Nederland de grip op haar moskeeën zal verliezen. ‘Nederlandse moslims hebben erg veel behoefte aan eigen imams’, meent woordvoerder Yassin Elforkani. 

’Het tekort aan imams is al te groot’


’Nu al zit dertig tot veertig procent van de moskeeën zonder eigen imam. Veel jongeren luisteren naar preken van buitenlandse geestelijken. Den Haag zegt te streven naar volwaardige Nederlandse imams en spreekt zelfs van een maatschappelijke urgentie, maar niet iedereen draagt zijn verantwoordelijkheid. De kans dat Marokko of Saudi-Arabië zich gaat inmengen is nu erg groot.’



Inholland opende de opleiding in 2006, daartoe aangemoedigd door Mark Rutte, destijds staatssecretaris van onderwijs. Hij hoopte dat islamitische geestelijken zo beter zouden integreren in de Nederlandse cultuur. Moskeebesturen hoefden hun voorgangers niet langer te ‘importeren’ uit het buitenland als imams een studie konden volgen op eigen bodem.

Imamopleiding: jongen in moskee

‘
De ‘polderimams’ moesten bovendien helpen om een ‘Nederlandse islam’ te formuleren, zonder te veel inhoudelijke en financiële invloed uit het land van herkomst. De Vrije Universiteit begon in 2005 al met een speciale masteropleiding tot islamitisch geestelijk verzorger. 



De keuze om de HBO-opleiding af te bouwen valt Terpstra naar eigen zeggen zwaar. ‘Het is een prachtig en maatschappelijk relevant initiatief. We dragen de opgedane kennis over aan de islamitische koepelorganisaties waarmee we hebben samengewerkt. Misschien kunnen zij de studie elders onderbrengen.’ Terpstra is desondanks pessimitisch. ‘Ook bij andere instellingen zal dit een dure opleiding zijn.’

Het einde is van alle tijden

Geschreven voor Trouw.nl

Slechts een enkeling lijkt werkelijk overtuigd dat de wereld vrijdag vergaat. Toch is de Maya-apocalyps het gesprek van de dag. Wat maakt het einde der tijden toch zo aantrekkelijk? Cultuursocioloog Stef Aupers: ‘Onze cultuur is doordrenkt van het idee dat we toewerken naar een einde’.

In de jaren ’80 gingen de meeste rampenfilms nog over schepen. Nu lijkt de bioscoopbezoeker pas tevreden als hij de hele wereld ziet vergaan. Een veelzeggende verschuiving, vindt Aupers, die doceert aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam en vrijdag in Eindhoven een lezing geeft over de populariteit van het fenomeen apocalyps.

‘In films als The Day After Tomorrow wordt alles weggespoeld, maar het Vrijheidsbeeld en andere symbolen van menselijke maakbaarheid gaan er als eerste aan. Vaak is het aan een groepje overlevenden om opnieuw te beginnen. De vernietiging van de maatschappij is dus geen definitief einde, maar een radicale reiniging.’

We willen niet dat de wereld vergaat, maar dat hij beter en overzichtelijker wordt.

Aan dergelijke reiniging lijken we volgens Aupers steeds meer behoefte te hebben. ‘We leven in een tijd van onbehagen. Vroeger had je als burger vooral te maken met lokaal bestuur en kon je politici in de ogen kijken, nu zijn politiek, bureaucratie en technologie steeds ongrijpbaarder. Het wantrouwen is de afgelopen decennia flink toegenomen.’

‘De Occupy-beweging probeerde daar een antwoord op te formuleren. Anderen grijpen naar zen-meditatie.’ Ook de commotie over het einde der tijden moet volgens Aupers in dat licht moet worden gezien.

Dat we er niet in geloven hoeft nog niet te betekenen dat we er niet mee kunnen spelen. ‘Fantaseren over wat er zou gebeuren als de beschaving verdwijnt is zoeken naar hoop. We willen niet dat de wereld vergaat, wel dat hij beter en overzichtelijker wordt. Met dat idee wordt volop geflirt.’

Maar waarom flirten ook niet-religieuzen en zij die niet geloven dat de Maya’s een einde voorspelden dan met de apocalyps? ‘De aanname dat de geschiedenis toewerkt naar een onvermijdelijk eindpunt is diep verankerd in de Westerse cultuur.

Waar oosterse culturen en religies al eeuwenlang uitgaan van herhaling, denken wij in rechte historische lijnen: de geschiedenis is ooit begonnen en zal ook ooit weer ophouden. Een ontknoping ligt dan voor de hand.’

Singulariteit: technologische instorting
‘Verwachtingen over die ontknoping zie je terugkomen in het jodendom en het christendom, maar ook in de islam en bij filosofen als Hegel en Marx. Zelfs in de ICT-wereld vind je het geloof in een soort apocalyps terug. Futuroloog Ray Kurzweil (nu werkzaam bij Google, RdW) is populair vanwege zijn theorieën over de singulariteit. Computers zouden steeds intelligenter worden en ons uiteindelijk voorbijstreven. Ook dat is een vorm van lineair doemdenken.’

Dat uitgerekend de Maya’s nu voor apocalyptische commotie zorgen vindt Aupers ironisch. ‘Maya’s dachten voor zover bekend niet lineair. Ze gingen niet uit van een begin en een einde, maar van cycli die steeds 26 duizend jaar duurden. Spirituele denkers hebben daar vanaf de jaren ’60 hun eigen wereldbeeld op geprojecteerd.’

Vanwege ons lineaire tijdsbesef kunnen we ons maar moeilijk verplaatsen in culturen die cyclisch denken. ‘Oosterse filosofieën beschouwen reïncarnatie vooral als een eindeloos proces. Westerlingen zien het vaak als een optelsom: bij ieder leven kom je hoger in de komische orde en uiteindelijk bereik je het nirvana. Typisch lineair. In het oosten vinden ze dat veel minder interessant.’

Mormonen lijven Oranjes postuum in

Geschreven voor Trouw

Diverse leden van het Nederlandse Koninklijk Huis zijn na hun overlijden lid gemaakt van de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen. Leden van de kerk (beter bekend als mormonen) hebben met dat doel onder meer prins Claus, prins Bernhard en prinses Juliana plaatsvervangend gedoopt.

Dat blijkt uit niet-openbare gegevens uit de genealogische databank van de wereldwijde kerk, waarover Trouw beschikt.

De mormonen kennen een omstreden gebruik, waarbij kerkleden zich kunnen laten onderdompelen in plaats van een voorouder die dat bij leven niet heeft gedaan. Op die wijze zou de voorouder, die door genealogisch onderzoek is geïdentificeerd, alsnog in de hemel kunnen komen.

V.l.n.r. Beatrix, Claus, Juliana, Bernhard

De mormonen baseren zich behalve op de Bijbel ook op meer recente openbaringen. De Amerikaanse grondlegger Joseph Smith zou die in de eerste helft van de negentiende eeuw rechtstreeks van God hebben ontvangen.

In de Verenigde Staten mag de kerk rekenen op veel interesse van de media. De Republikeinse presidentskandidaat Mitt Romney is al jarenlang actief in de kerk. De Nederlandse tak telt naar eigen zeggen 8900 leden.

Voor genealogische informatie putten de mormonen uit archieven van de burgerlijke stand. De kerk heeft alle provinciale archieven in Nederland aangeboden om de akten uit hun collecties gratis in te scannen. Voor de archieven, die hun collecties digitaal willen ontsluiten, is dat een gunstig aanbod.

Maar niet alle regionale historische centra willen meewerken aan het doel van de mormonen: het uitbreiden van hun genealogische databank, om steeds meer burgers postuum te dopen. Het Gelders archief laat kerkleden akten inscannen, het Utrechts archief niet. Het Overijssels archief twijfelt nog.

Mormonenkerk benadrukt: ‘Postume doop is gebaar van liefde’

Volgens de regels van de kerk mogen mormonen alleen hun eigen voorouders plaatsvervangend dopen. Lang niet alle kerkleden houden zich daaraan. Zo leidde berichtgeving over de doop van Holocaustslachtoffers als Anne Frank tot verontwaardiging in Joodse kring.

Theologie
Naar nu blijkt zijn ook leden van het Nederlandse koningshuis gedoopt. De doop van prins Claus werd in augustus 2004 (twee jaar na zijn overlijden) voltrokken in een mormoonse tempel in de Braziliaanse stad Campinas. Woordvoerder Hans Boom van de mormoonse kerk in Nederland vermoedt dat dit gedaan is door ‘te enthousiaste leden’.

Boom zegt niet te weten waar de belangstelling voor het koningshuis bij zijn geloofsgenoten vandaan komt. Mogelijk is die terug te voeren op de mormoonse theologische opvatting dat ‘edelen en groten’ zijn uitverkoren om leidinggevende taken op zich te nemen of ‘heerser in de kerk van God te zijn’.

De Rijksvoorlichtingsdienst wil niet reageren op de doopactiviteiten van de mormonen. Kerkwoordvoerder Boom zegt dat hij zich niet kan voorstellen dat er bezwaren zouden zijn tegen de postume doop. “Het is een gebaar van liefde.”

Worden christenen echt vaker vervolgd?

Geschreven voor De Nieuwe Koers

Ayaan Hirsi Ali sloeg eerder dit jaar alarm: wereldwijd voeren moslims oorlog tegen christenen. Zijn christenen inderdaad vaker het slachtoffer van geloofsvervolging dan andere minderheden? En hoe meet je dat eigenlijk, geloofsvervolging?

Een mysterieuze verhouding: de koptische christen Moerad Guirguis heeft een seksuele relatie met een lokale moslima, klonk het eind januari in Ameriya, een stadje in de buurt van Alexandrië. Een deel van de lokale moslimbevolking zou, nog voordat duidelijk werd wat er precies was gebeurd, in woede zijn ontstoken. Honderden gingen de straat op. Huizen werden belaagd, winkels met koptische eigenaren geplunderd. Intussen gaf Moerad, vrezend voor zijn leven, zichzelf aan op het politiebureau.

Kort daarna moesten acht koptische gezinnen het stadje verlaten. Ballingschap, meldden lokale mensenrechtenorganisaties. Die zou als straf zijn opgelegd door een lokaal comité van een koptische priester, moslimgeestelijken en wat politieagenten. Geweld tegen christenen, duidde een buitenlands persbureau. ‘In Egypte zijn de christelijk-islamitische spanningen de afgelopen maanden opgelopen.’ Ayaan Hirsi Ali zag het groter. Arabische christenen zijn niet alleen benauwd vanwege recente politieke omwentelingen, schreef zij in het Amerikaanse tijdschrift Newsweek (en later in NRC Handelsblad).

Sommige Syrische christenen zijn ronduit enthousiast over dictator Assad

In alle islamitische landen is het gewelddadig onderdrukken van christenen sinds enkele jaren de norm, zo stelt de gewezen Nederlandse politica. Kopten vluchten nu in groten getale het land uit – bang voor nog meer gewelddadige aanslagen. In Pakistan zuchten christenen onder draconische blasfemiewetten. Zelfs het belijden van de Drie-eenheid heet er godslastering en kan er tot de doodstraf leiden. In Nigeria worden christenen opgejaagd en aangevallen door moslimextremistische groeperingen. Het aan Al-Qaeda gelieerde Boko Haram heeft er verklaard dat het alle christenen zal doden, en lijkt vastberaden om die belofte in te lossen.

Dat geweld wordt niet centraal aangestuurd, schreef Hirsi Ali. Toch leidt die bijna universele christenhaat nu tot een oorlog, een ‘oprukkende genocide’. Sterker nog: het lot van het christendom staat op het spel. In Nederland waren columnisten Elma Drayer (Trouw) en Amanda Kluveld (de Volkskrant) het met Hirsi Ali eens…

Religiesatire: de grenzen van onze spot

Geschreven voor Openbaar Bestuur

Cartoonist Peter van Straaten tekende een biddende jongen met een crucifix in zijn achterste en ontving een prijs. De Deense ‘Mohammedcartoonisten’ en auteur Salman Rushdie veroorzaakten met hun visuele religiekritiek juist een internationale rel. De les: een volgende internationale crisis over religiesatire is niet ondenkbaar.

“Letterlijk en figuurlijk treffend, pijnlijk komisch en wrang.” In zijn rapport loofde de jury van de Inktspotprijs de ongenadige aanpak van cartoonist Peter van Straaten. Diens tekening Kruisverkrachting, waarop een biddende jongen ‘verkracht’ werd door een crucifix, gold vanaf januari als de beste politieke spotprent van 2010.
Van Straatens tekening verscheen in Vrij Nederland, als commentaar op de misbruikaffaires in de katholieke kerk. “De combinatie van de vredige pose van de jongen met de wrede aanslag op zijn lichaam blijft in je hoofd hangen”, complimenteerde het juryrapport. Religie, actualiteit en provocatie: ‘Kruisverkrachting’ smeedde ze tot een spraakmakend beeld. Slechts eenmaal viel een onvertogen woord. Een ‘man die het niet eens was met de inhoud van de tekening’ ontvreemdde de prent tijdens een tentoonstelling en bracht hem een week later terug.

Hoe anders verging het de ‘Mohammedcartoons’, de andere bekende casus van vileine religiespot. De prenten over de islamitische profeet leidden in 2006 tot protesten, vernielde ambassades en boycots. Uiteindelijk bekoelden ze zelfs de Deense relaties met Arabische landen. Had hij zich dan maar niet aan moslims moeten vergrijpen? 
Wie de rellen wil begrijpen, ontkomt niet aan diens voorgeschiedenis. Allereerst was daar een binnenlands debat over de vrijheid van meningsuiting. De tekenaars reageerden met hun prenten op een mediarel over auteur Kare Bluitgen, die in 2005 aan een kinderboek over de profeet Mohammed werkte. Hij vond naar eigen zeggen pas na veel moeite een illustrator: velen zouden zich enkel anoniem aan islamitische iconografie wagen. Tekenaars lieten zich muilkorven, meende Bluitgen. Slechts een enkeling was bereid om het islamitische verbod op het afbeelden van de profeet openlijk aan de laars te lappen.

Voor de cartoonist Westergaard geen prijs –  hij ontving voornamelijk dreigementen.

Zo veronachtzamen ze de vrijheid van meningsuiting, vreesde de voorname krant Jyllands-Posten. De redactie vroeg alle veertig leden van de Deense beroepsgroep voor cartoonisten om ‘Mohammed te tekenen zoals ze hem zagen’.

De oogst was divers. Twee cartoonisten zagen hem als een vechtlustige krijger, de veelbesproken Kurt Westergaard plaatste een bom op Mohammeds tulband. Anderen vermeden de politieke discussie: tekenaar Claus Seidel beeldde hem juist af als een doodgewone nomade. Een laatste groep richtte zich juist op de redactie. Lars Refn liet een schooljongen met de naam Mohammed op een schoolbord schrijven dat ‘de redactie van de Jyllands Posten een stel reactionaire provocateurs’ was. Divers of niet, de actie raakte het zere been van moslimgroeperingen. Imams drongen op voorhand bij toenmalig premier Anders Fogh Rasmussen aan op een publicatieverbod. Rasmussen wees hen af, en bedankte kort daarna ook voor contact met ambassadeurs van tien moslimlanden.

‘Gelooft u ook meer in het leven vóór de dood?’

Geschreven voor Trouw

Interview met Alexander Pechtold over zijn ultiem inspirerende zin. “Of ik ingedut ben? Nee zeg, absoluut niet. Ik ben juist optimaal effectief.”

“Hans van Mierlo, de overleden oprichter van D66, zei altijd: ’Ik ben agnost, maar ik doe er al jaren niets aan.’ Dat vind ik een mooie verwoording. Eén van de hardnekkige vooroordelen over D66 is dat de partij antireligieus is. Pijnlijk, want we zien religieuze verscheidenheid als iets natuurlijks. In de eerste plaats zijn we altijd pragmatisch.

Religie kan een leven kleur geven. Ik heb een praktiserend islamiet binnen mijn fractie, en doopsgezinde en katholieke christenen op andere prominente plaatsen. Zij kunnen hun godsdienst prima verenigen met hun politieke idealen.

Dat respect voor religie werkt ook de andere kant op: ik ben bereid me hard te maken voor religieuze vrijheden als die in het gedrang komen. Dan sta ik aan de interruptiemicrofoon tegenover Wilders de islam te verdedigen. Wat raar, denk ik dan achteraf. Waarom moet nu juist ik, de vrijzinnige democraat, op de bres voor de vrijheid van het bezitten van een koran?

Zelf ben ik, ondanks mijn katholieke doop en een huwelijksdienst in een doopsgezinde kerk, een areligieus mens. Dat ik de steun mis die sommigen menen te krijgen van God, vind ik soms jammer. Iemand op zijn sterfbed zich zien sterken aan zijn geloof is natuurlijk fascinerend.

Vroeger ging ik zo hard de confrontatie aan dat tegenstanders smekend hun ongelijk toegaven

Toch is er te veel dat me tegenhoudt. Het echte leven speelt zich nu af, niet pas in een hiernamaals. Wachten met écht leven totdat je overleden bent, gaat er bij mij niet in. Je hebt nú kansen en verantwoordelijkheden – daar moet je als mens mee aan de slag. Het Humanistisch Verbond sloeg een tijd geleden met een reclamecampagne de spijker op zijn kop. ’Gelooft u ook meer in het leven vóór de dood?’, vroeg die zich op posters en in reclamespotjes retorisch af. Zó mooi. Het leven vóór de dood is wat echt telt, dat vergeten we te snel.

Ik geloof dat iedereen zijn best zou moeten doen om zijn leven zinvol in te richten. Niet omdat dat volgens een bepaalde filosofie zou moeten, maar omdat het onze levens optimaal effectief maakt. We vermorsen zoveel tijd. Het leven is kort en toch stellen we vaak alleen maar uit. We willen die mooie verre reis wel maken, maar menen er geen tijd voor te hebben. We willen graag ooit nog een boek schrijven, maar kunnen ons er maar niet toe zetten. Zonde.

Zelf ben ik als persoon en politicus ook niet altijd even effectief geweest. Nu probeer ik, bijvoorbeeld als ik een politieke confrontatie aan moet, zo strategisch mogelijk na te denken. Neem het verwijt dat ChristenUnie-kamerlid Arie Slob ons een paar weken geleden maakte.

D66 leek, zo zei hij, meer op de Partij voor de Vrijheid dan over het algemeen gedacht werd. Mijn nekharen gingen overeind staan. Hij krenkte me, professioneel en persoonlijk. Vijf jaar geleden zou ik mijn emoties hebben laten spreken en een vlammend opiniestuk hebben geschreven.

Tegenwoordig ben ik rationeler. Fel tegen hem ingaan zou logisch zijn, maar niet erg constructief. In plaats daarvan heb ik geprobeerd om het debat aan te gaan. Zo laat je zien dat je redelijk blijft. Wie weet is de oplossing dan dichterbij dan je denkt. Vroeger ging ik tijdens debatten zó hard de confrontatie met tegenstanders aan dat ze smekend hun ongelijk moesten toegeven. Pas als ik iemand op de knieën kreeg, was ik tevreden.

Nu denk ik: zo iemand kom ik morgen wéér tegen, constructief debatteren en samen zo veel mogelijk uit zo’n situatie te halen is misschien verstandiger. Of ik ingedut ben? Nee zeg, absoluut niet. Ik ben, zo zou je kunnen zeggen, optimaal effectief. Alleen van dat lidmaatschap van het Humanistisch Verbond moet ik misschien nog een keer werk maken. Slap dat ik dat nog niet gedaan heb.”