Verwarring in katholiek Brugge. Een van de kroonjuwelen, de relieken van een middeleeuwse kloosterling, blijken van iemand anders te zijn. Maar van wie? De zoektocht leidt nu onder meer naar de familie van Trouw-journalist Robin de Wever.

De onderzoekers die zich vorig jaar in Brugge over het stoffelijk overschot van de zalige Idesbaldus bogen, wisten precies wat hen te doen stond. Idesbaldus moest een gezicht krijgen. Letterlijk. Op basis van beenderen zouden de wetenschappers het gelaat van de dertiende-eeuwse abt uit de kustplaats Koksijde reconstrueren. Opdat de wereld een idee had van hoe hij er ooit uitzag.

‘Familie van een reliek!’, schatert hij. ‘Jongen, hoe krijg je het verzonnen’

De Vlaamse pers was uitgerukt. Een vertegenwoordiger van het bisdom Brugge en de overste van een lokale kloostergemeenschap was de eer te beurt gevallen om zijn loden kist te openen. En daar was hij, een verzameling botten, gelegen op een wit kleed. Zijn schedel stond rechtop, de holle oogkassen keken uit over de andere beenderen.

Direct na de ceremonie ging het mis. Al bij een van de eerste metingen bleek: het stoffelijk overschot van de lokale volksheld was veel te recent. Uit de zestiende eeuw, volgens de koolstofdatering. Toen was Idesbaldus toch echt al een paar eeuwen dood. De kist kwam uit dezelfde periode, en dus was er maar één conclusie mogelijk: de beenderen die al eeuwenlang werden vereerd door Belgische katholieken en waaraan het Vaticaan wonderen had toegeschreven, waren helemaal niet van Idesbaldus.

Maar van wie dan wel? “Van een man van ongeveer 50 jaar, die 1 meter 65 groot was en onder meer artrose in de nek had”, zei een van de onderzoekers tegen dagblad Het Laatste Nieuws. Daar moest katholiek Vlaanderen het mee doen.

Ik kom de soap op het spoor als iemand me wijst op een oproep op de website van de Katholieke Universiteit Leuven. Gezocht: mensen met de achternaam D’hondt, Teirlynck, Vaillant en De Wever. Of ze willen meedoen aan een DNA-onderzoek.

We hebben een vermoeden wie het mysterieuze skelet kan zijn, schrijft forensisch geneticus Maarten Larmuseau op de site. Hoogstwaarschijnlijk is het iemand die in de zestiende eeuw over de abdij van Koksijde de scepter zwaaide, een verre opvolger van Idesbaldus. De geneticus had er de boeken op nageslagen en telde vier mogelijke kandidaten: Petrus Vaillant, Christiaan De Hondt, Jan Teerlinck en Joost ‘Jodocus’ de Wevere.

Lees meer >>>

Wil u een DNA-test doen?

Zou hij familie van me zijn, de anonieme figuur die sinds zijn opgraving in de zestiende eeuw per abuis werd aangezien voor Idesbaldus? Tijd om Larmuseau te bellen. “Dat zou zeker kunnen”, zegt die. “Als het y-chromosoom in uw DNA sterk overeenkomt, is het duidelijk dat het om Jodocus de Wevere gaat en dat u verwant bent. Dan is hij waarschijnlijk een verre oom. Mannen geven het y-chromosoom van vader op zoon door, dus het uwe is vrijwel identiek aan dat van uw verre voorvaderen.” Waar komt u vandaan, vraagt de geneticus. Terneuzen, zeg ik. In Zeeuws-Vlaanderen. “Ah, dat is tof. Uit die regio hebben we nog niemand. Zou u wat slijmvlies van uw wang willen schrapen en naar Leuven willen sturen?”

Voordat Larmuseau de DNA-testkit op de post doet, wil hij weten wie mijn grootvader van vaders zijde was. Navraag in de familie leert dat opa Arthur werd geboren in 1924 in Hoofdplaat. Een dorpje aan de Westerschelde, tussen Terneuzen en Breskens. Inderdaad, op minder dan 50 kilometer van Brugge. En ja, familie De Wever is katholiek.

Larmuseau tempert de verwachtingen. Eerst, zegt hij, is het de vraag of we überhaupt een DNA-match gaan vinden tussen het skelet en een van de deelnemers. “We hebben nu ongeveer honderd DNA-stalen binnen. Zelfs als we een match vinden met een deelnemer die De Wever heet, is het de vraag of het gaat om uw familie.”

De meeste achternamen komen meerdere keren voor. “Dan heb je het over dus ongerelateerde families die alleen dezelfde achternaam hebben. Bij De Wever is daar zeker sprake van. In de loop der tijd gingen verschillende mensen die beroepsmatig weefden zich zo noemen. Hoe vaker een achternaam voorkomt, hoe groter de kans dat er sprake is van verschillende families.” De KU Leuven hoopt dit voorjaar het DNA geanalyseerd te hebben en de identiteit van de man in de kist te kunnen onthullen.

‘Een zeer wys man’

In afwachting van de DNA-kit vertel ik Paul van Geest, hoogleraar kerkgeschiedenis aan de Tilburg University, over de zoektocht. “Familie van een reliek!”, schatert die. “Jongen, hoe krijg je het verzonnen.” Direct buigt hij zich over zijn computer, en een paar minuten later verschijnt op zijn scherm een zeventiende-eeuwse geschiedschrijving over de abdij Ten Duinen in Koksijde. Op pagina 224 wordt melding gemaakt van abt Jodocus de Wevere, geboren te Brugge. Die stond bekend als ‘een ‘zeer wys man en vermaert predicant’. Toen hij overleed, deed hij dat ‘zeer godvruchtelyk’. Typisch een De Wever.

Veel meer is niet over hem bekend. Tijdens de beeldenstorm zijn de archieven grotendeels verwoest, zeggen ze bij het lokale abdijmuseum. Wel is schriftelijk vastgelegd dat Jodocus af en toe werd ingezet als mediator. In de abdij van het Zeeuws-Vlaamse Axel, bijvoorbeeld, waar nu een deel van mijn familie woont. Daar moest hij de lokale cisterciënzerzusters tot de orde roepen. Niemand weet nog wat ze precies hadden misdaan.

Een zalige van papier-maché

Dat De Wevere of een van de drie andere abten na zijn dood werd aangezien voor Idesbaldus, hoeft volgens Van Geest niet te verbazen. Graven van middeleeuwse zaligen en heiligen die van anderen blijken te zijn, dat is meer regel dan uitzondering. In Nederland hebben we ook zo iemand. In 1990 bleek dat het skelet van de oprichter van het Kerkraadse klooster Rolduc, Ailbert van Antoing, was samengesteld met beenderen van maar liefst vijf verschillende personen. En een paar ribben van papier-maché.”

Middeleeuwse Europeanen hadden een sterke behoefte aan contact met heiligen en zaligen, zegt Van Geest. “En dus zochten ze naar manieren om hen dichterbij te halen, naar objecten waarin de energie van die geestelijken nog aanwezig was. Wij zouden daar nu een foto voor gebruiken, zij deden het met beenderen. Het opgraven en identificeren van de populaire geestelijken verliep alleen niet zo professioneel.”

De pret niet bederven
Blijft de vraag hoe het verder moet met de Brugse relieken. Toen Rome in 1894 besloot om Idesbaldus zalig te verklaren, deed ze dat vooral vanwege de wonderen die aan hem konden werden toegeschreven. Een Vlaamse non die de reliek had bezocht, zou genezen zijn van zware migraine, en een andere vrouw zou verlost zijn van haar demonische bezetenheid. Voor zover bekend vroegen ze in hun gebed aan Idesbaldus om bij de Heer een goed woord voor hen te doen. Maar de beenderen waarbij ze biddend knielden, waren dus van iemand anders.

Moet Rome die niet eigenlijk gaan toeschrijven aan de persoon die voor Idesbaldus werd aangezien? “Goede vraag”, vindt Van Geest. “Het is technisch mogelijk dat het Vaticaan de zaak weer opent en besluit dat de wonderen eigenlijk zijn gedaan op voorspraak van de man die eigenlijk in die kist lag. Dat zou bijvoorbeeld kunnen gebeuren omdat uit de getuigenverklaringen niet duidelijk valt op te maken of die genezen zuster daadwerkelijk Idesbaldus heeft aangeroepen.” Hoe groot is de kans op zo’n revisie? Van Geest is even stil. “Klein”, zegt hij. “Het gebed zelf is het belangrijkst. Maar laten we de mogelijkheid openhouden. Ik wil je pret niet bederven.”

Lees het vervolg op de site van Trouw: Ben ik familie van een ‘zalige’ Vlaming? De uitslag is binnen