Om de verkiezingen te winnen, zal Donald Trump aan de slag moeten op de Bible Belt. Van oudsher zijn de evangelicals fanatieke Republikeinen, maar op bezoek bij de nieuwste generatie krijg ik een ander verhaal te horen.

In Jackson, Tennessee zijn Gods boodschappers altijd binnen handbereik. Je hoeft maar af te stemmen op 88.1 FM: American Family Radio. Amerika ligt onder vuur, klinkt het daar. Presentatoren spreken er beurtelings over hoe het christendom in het hedendaagse Amerika in het gedrang raakt:

Atheïsme. Goddeloosheid wordt in heel Amerika de norm.
Abortus. ‘We’re killing millions of babies.’
Bandeloosheid. Seks buiten het huwelijk, seks voor de lol, seks met hetzelfde geslacht.
Multiculturalisme. De islam krijgt veel te veel ruimte. Ja, in gemeenten als New York is het Suikerfeest al een vrije schooldag.
Nestbevuiling. Christenen die verkondigen dat het met de vier bovenstaande punten allemaal wel meevalt en die achter seculieren aanlopen.

God zit in de verdrukking en de liberals hebben het gedaan: ik hoor het voortdurend tijdens mijn roadtrip door de Bible Belt. Soms letterlijk, zoals op 88.1 FM, soms omfloerster, van de voorzitter van ’s lands grootste protestantse kerkgenootschap bijvoorbeeld.

‘God, vergeef ons,’ bidt Steve Gaines van de Southern Baptist Convention als ik aan het begin van mijn reis zijn thuiskerk in Memphis bezoek. ‘Vergeef ons voor onze hebzucht, onze vooroordelen jegens andere rassen, voor seksuele bandeloosheid, het ‘homohuwelijk,’ voor abortus.’ Vrijwel iedere kerkganger bidt hardop mee. De tekst van zijn gebed prijkt op drie enorme schermen die boven hem uittorenen. ‘Homohuwelijk’ tussen aanhalingstekens.

En inderdaad: de god van Amerika’s conservatieven zit in de verdrukking. Zijn kerken lopen leeg, geen seks hebben voor het huwelijk is uit de mode en homo’s mogen nu trouwen. De witte conservatieve protestanten die zich een paar decennia opwierpen als het geweten van hun land en die flink wat politieke invloed hadden, verliezen hun grip. Hoe moet het nu verder met het christendom in Amerika?

Evangelicals

Evangelicals, die zich graag opwerpen als het geweten van hun land, verliezen hun grip

In Jackson leg ik die vraag voor aan de evangelicals die de toekomst gestalte moeten gaan geven. En ontdek: het roer moet en gaat langzaam om. De strijd tegen het homohuwelijk, zoals American Family Radio en Gaines die voeren, zal bijvoorbeeld gestaakt worden. En zo deed ik nog vier inzichten op, die samen laten zien dat de Bible Belt zich langzaam maar zeker losweekt van het oude rechtse denken.

Lees meer >>>

1. ‘De religieus conservatieven zijn te politiek geworden’
Neem Sam Jones (vierdejaars communicatie) en Angela Taylor (vierdejaars biochemie). Ik ontmoet de twee na afloop van een college op Union University, een conservatief-christelijk bastion aan de rand van Jackson met zo’n 4.000 studenten. De plek waar conservatief kerkleider Gaines ook ooit studeerde.

Tijdens het college vertelde Taylors godsdienstdocent dat die het komende semester het hele Nieuwe Testament zou gaan behandelen. ‘Als je nog geen persoonlijke relatie hebt met de levende God, dan hoop ik dat je dat tegen het einde van het semester wel hebt.’ Ik heb allang een relatie met God, glimlacht Taylor als we de collegezaal uitlopen. ‘Net als bijna iedereen hier.’

Maar zijn jullie niet bang dat progressief Amerika over jullie heen walst? Jones begint te lachen. ‘Volgens mij zijn liberals niet ons enige probleem. Wat dacht je van de conservatieven zelf?’ Hij is fel tegen abortus, dus wat dat betreft zit hij op dezelfde lijn als de Republikeinen. ‘Maar het is ook de partij van angstzaaierij: over moslims, over immigranten. En dat komt niet alleen door Donald Trump. Republikeinen deden dat al volop voordat hij presidentskandidaat werd.’

‘Dacht je voordat je naar Union kwam dat we allemaal rechts zouden zijn?’ zegt Taylor als we de koffiezaak van de universiteit binnenlopen. ‘Zo ongeveer alle vrienden van mijn ouders die naar de kerk gaan, stemmen Republikeins. Democratisch stemmen zien ze als iets voor mensen die niet geloven.’

Onzin, vindt ze nu. ‘Het hele idee dat je als christen rechts moet zijn, klopt gewoon niet. Democraten zijn bijvoorbeeld veel beter in het tonen van liefde voor de armen. Conservatieve kerken hebben zich te veel vereenzelvigd met één politieke partij.’

Op de campus van Union hoor ik het voortdurend: conservatief christendom is te politiek geworden. En vooral: te veroordelend. Of, zoals Jones het verwoordt: ‘Veel christenen hebben zoiets van: if you’re not Republican, you’re going to hell. Dat slaat dus echt nergens op.’

2. ‘De strijd van evangelicals tegen het homohuwelijk moet stoppen’
En inderdaad, in de dagen die ik op de campus van Union doorbreng – in de koffiezaak, in de mensa, op het bloedhete gazon bij de studentenkamers – hoor ik geen enkele keer strijdlustige taal over hoe de progressieven Amerika kapotmaken. De afgelopen jaren verschenen er opinieonderzoeken die ook doen vermoeden dat jonge evangelicals inderdaad progressiever zijn dan hun ouders. Het Public Religion Research Institute constateerde bijvoorbeeld dat 23 procent van de millennials zich ‘religieus progressief’ noemt, tegen 12 procent van de Amerikanen boven de 67 jaar.

Dus hoe moet die one nation under God er de komende decennia volgens deze jongeren uitzien? Met Jones en Taylor kwam ik er al achter dat ze de conservatieven te politiek vinden. Met Sam Jones, Angela Taylor én Kristine Burgess, Joshua Sander en Sarah Troxel, drie andere studenten op dit college, zie ik ook dat de nieuwe generatie gelovigen de strijd tegen het homohuwelijk wil staken.

Met de hele kerk vergeving vragen voor het homohuwelijk, de evangelicals-nieuwe-stijl hebben er niet zoveel mee. De wereld vergaat echt niet als homo’s mogen trouwen, hoor ik steeds. Sterker nog: veel studenten zijn niet overtuigd dat homo-zijn fout is, zoals veel oudere evangelicals denken. ‘Als je zo geboren wordt, is dat echt niet zondig,’ zegt Troxel, derdejaars cultuurstudies.

Anderen zijn sceptischer. Burgess (derdejaars verpleegkunde) en Sander (vierdejaars accounting) vinden dat de Bijbel er wel duidelijk over is. God heeft het huwelijk bedoeld als iets voor een man en een vrouw. Aan de andere kant, zegt Burgess, heeft het Hooggerechtshof nu beslist dat je als homo wel gewoon mag trouwen. ‘Daar kun je dan tegenaan blijven schoppen, maar wat heb je daaraan?’

Als we onderzoeksbureau Pew mogen geloven, zijn Troxel, Burgess en de andere studenten die ik sprak geen uitzonderingen. Homoacceptatie onder evangelicals neemt toe, vooral onder jongeren. ‘Ik ben blij dat ze nu kunnen trouwen,’ zegt Troxel. ‘Het is gewoon een kwestie van mensenrechten. En wat je er ook van vindt, we moeten homo’s het gevoel geven dat ze er mogen zijn. We zijn als christenen vaak zo bekrompen geweest.’

3. ‘De strijd tegen abortus moet menselijker’
Van de maatschappelijke kwesties waar evangelicals zich de afgelopen decennia druk over maakten, staat abortus duidelijk op één. Landelijk is abortus sinds de jaren zeventig toegestaan, maar veel staten hebben sindsdien wel allerlei restricties ingesteld. De drijvende kracht achter die restricties? Evangelicals. Protesten bij abortusklinieken, wetten om de bouw van klinieken tegen te houden, pogingen om hun subsidie af te nemen: ze haalden alles uit de kast.

Ook jongere evangelicals vinden dat het leven begint bij de conceptie. En abortus dus op moord neerkomt. Maar waarom zo focussen op abortus?, vraag ik aan Taylor. En niet op, zeg, honger in Syrië of mensenhandel in Bulgarije? Dat is ook erg, geeft ze toe. ‘Maar iedereen weet dat mensenhandel fout is. Abortus is maatschappelijk geaccepteerd geraakt. Dát maakt het zo onderdrukkend.’

Als ik de studenten op Union mag geloven, moet de strijd tegen abortus wel anders. Menselijker. Voortdurend protesteren bij klinieken is achterhaald, hoor ik steeds. Het is tijd om de handen uit de mouwen te steken.

Taylor en Troxel hebben op dat terrein al ambities. Ze zijn naar eigen zeggen stellig voornemens om een kind te adopteren, een kind dat anders geaborteerd zou worden. Taylor gaat bovendien binnenkort aan de slag bij een centrum in Jackson dat (ongewenst) zwangere vrouwen opvangt.

4. ‘De buitenwereld is niet eng meer’
Troxel had vorig jaar een felle discussie met haar ouders. ‘Mijn vader had me een filmpje gestuurd over vluchtelingen in Duitsland. Heel negatief en respectloos allemaal, ze werden afgeschilderd als verkrachters. Toen ik daarna langskwam, beweerde mijn moeder dat moslims eropuit zijn om Amerika te islamiseren. Hun leider hoefde volgens haar alleen een teken te geven, en dan kwamen ze in opstand.’

Haar ouders zijn, net als die van veel andere Unionstudenten, trouwe kijkers van de radicaal-rechtse nieuwszender Fox News. ‘Dat is waar mijn moeder dit soort dingen hoort,’ meent Troxel. Op Union is Fox’ ideologie niet erg populair. Er wordt nauwelijks naar de zender gekeken. Deels omdat de meesten in hun dorms geen tv hebben, deels omdat de thema’s waar Fox zich over opwindt, hen niet zo lijken te interesseren. Immigratie, islamisering, betutteling door de overheid: ik hoorde er niemand over. Troxel: ‘Mijn moeder komt ook uit een ander tijdperk. Ze is bang voor zwarte mensen. Ze doet haar best om niet racistisch te zijn, maar ik merk dat ze het moeilijk vindt.’

5. ‘Begin niet over Donald Trump’
Union heeft sinds jaar en dag een club ‘College Republicans,’ die lezingen en debatten over conservatieve politiek organiseert. De College Democrats bestond ook, maar alleen op papier. Tot nu, want de club wordt nieuw leven ingeblazen. Eerder dit jaar werden op de campus al Bernie Sanders-T-shirts gesignaleerd.

Moeten de Republikeinen zich zorgen maken? Voorlopig valt dat waarschijnlijk wel mee: bij de vorige verkiezingen stemde zo’n 80 procent van de witte evangelicals tussen de 18 en 25 jaar op Mitt Romney.

Dat wil niet zeggen dat al die mensen nu klakkeloos op Donald Trump stemmen. Burgess: ‘Over hem moet je hier niet beginnen.’ Een informele peiling dit voorjaar, georganiseerd door de afdeling politicologie, bewees dat het enthousiasme voor hem inderdaad nihil is. Van de tientallen uitgebrachte stemmen gingen er maar twee naar Trump.

Dat de Republikeinen nu opgescheept zitten met Donald Trump, geeft aan hoe gevaarlijk het is om je als religieuze groepering vast te klinken aan één politieke partij, meent Sander (vierdejaars accounting): ‘Wat Trump zegt en doet, staat echt haaks op de christelijke waarden.’

Welke keuze de studenten van Union bij de verkiezingen in november ook maken, de universiteit houdt zich erbuiten. Op een prikbord in de gang van de afdeling politicologie prijkt een overzicht van de twee kandidaten, voorzien van hun belangrijkste beleidsvoornemens en werkervaring.

‘Voormalig First Lady, voormalig minister van Buitenlandse Zaken,’ staat er bij Clinton. ‘Voorzitter van de raad van bestuur en directeur van The Trump Organization,’ staat er bij Trump. En: ‘Presentator van The Apprentice.’ Of dat laatste relevante werkervaring is, mogen de studenten zelf beoordelen. ‘We beperken ons tot de feiten,’ grijnst hoofd van de afdeling politicologie Sean Evans als hij ziet dat ik naar het prikbord sta te kijken.

Dat zijn studenten andere politieke overtuigingen hebben dan zijn leeftijdgenoten, was hem ook al opgevallen. ‘Ik zie het ook bij hun leeftijdgenoten buiten de universiteit. Ze zijn opgegroeid in een pluralistische samenleving, waarin ze als christen altijd in de minderheid zijn geweest. Hun ouders niet: die groeiden op in een tijd waarin het christendom de toon zette.’

Vandaar dat de leiders van die generatie zich zo fel verzetten tegen ‘progressieve’ ontwikkelingen: ze zagen de wereld om hen heen veranderen. Ontwikkelingen – conservatieve politiek, het homohuwelijk, abortus, de Republikeinse partij – die de nieuwe generatie dus veel minder griezelig vindt.

Tien jaar geleden speelde Evans in zijn colleges advocaat van de duivel. ‘Dan zei ik, bij wijze van gedachte-oefening: leg me eens uit waarom homo’s eigenlijk niet mogen trouwen. Bij de studenten van nu hoef ik dat niet meer te doen. Voor hen moet ik het juist omdraaien: de meesten vinden dat homo’s moeten kunnen trouwen. Nu laat ik ze argumenten verzinnen tégen het homohuwelijk.’

Want? ‘Het nadeel van meer tolerantie is dat je té tolerant kunt worden,’ zegt hij. En het voordeel? ‘Dat Amerika’s christenen zich weer kunnen concentreren op waar het om gaat: being a shining moral example.’

Deze publicatie kwam tot stand met hulp van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten.