Ayaan Hirsi Ali sloeg eerder dit jaar alarm: wereldwijd voeren moslims oorlog tegen christenen. Zijn christenen inderdaad vaker het slachtoffer van geloofsvervolging dan andere minderheden? En hoe meet je dat eigenlijk, geloofsvervolging?

Een mysterieuze verhouding: de koptische christen Moerad Guirguis heeft een seksuele relatie met een lokale moslima, klonk het eind januari in Ameriya, een stadje in de buurt van Alexandrië. Een deel van de lokale moslimbevolking zou, nog voordat duidelijk werd wat er precies was gebeurd, in woede zijn ontstoken. Honderden gingen de straat op. Huizen werden belaagd, winkels met koptische eigenaren geplunderd. Intussen gaf Moerad, vrezend voor zijn leven, zichzelf aan op het politiebureau.

Kort daarna moesten acht koptische gezinnen het stadje verlaten. Ballingschap, meldden lokale mensenrechtenorganisaties. Die zou als straf zijn opgelegd door een lokaal comité van een koptische priester, moslimgeestelijken en wat politieagenten. Geweld tegen christenen, duidde een buitenlands persbureau. ‘In Egypte zijn de christelijk-islamitische spanningen de afgelopen maanden opgelopen.’ Ayaan Hirsi Ali zag het groter. Arabische christenen zijn niet alleen benauwd vanwege recente politieke omwentelingen, schreef zij in het Amerikaanse tijdschrift Newsweek (en later in NRC Handelsblad).

Sommige Syrische christenen zijn ronduit enthousiast over dictator Assad

In alle islamitische landen is het gewelddadig onderdrukken van christenen sinds enkele jaren de norm, zo stelt de gewezen Nederlandse politica. Kopten vluchten nu in groten getale het land uit – bang voor nog meer gewelddadige aanslagen. In Pakistan zuchten christenen onder draconische blasfemiewetten. Zelfs het belijden van de Drie-eenheid heet er godslastering en kan er tot de doodstraf leiden. In Nigeria worden christenen opgejaagd en aangevallen door moslimextremistische groeperingen. Het aan Al-Qaeda gelieerde Boko Haram heeft er verklaard dat het alle christenen zal doden, en lijkt vastberaden om die belofte in te lossen.

Dat geweld wordt niet centraal aangestuurd, schreef Hirsi Ali. Toch leidt die bijna universele christenhaat nu tot een oorlog, een ‘oprukkende genocide’. Sterker nog: het lot van het christendom staat op het spel. In Nederland waren columnisten Elma Drayer (Trouw) en Amanda Kluveld (de Volkskrant) het met Hirsi Ali eens…

Deze stille strijd verdient aandacht, dat hadden politici en journalisten zich veel eerder moeten realiseren.

Mengeling van sentimenten
Heeft Hirsi Ali gelijk? Is de ‘christofobie’ in islamitische landen zo ernstig dat we nu van een oorlog kunnen spreken? Is de in ballingschap gestuurde Moerad in zekere zin een oorlogsslachtoffer te noemen? Verscheidene mensenrechtenorganisaties hebben moeite met Hirsi Ali’s heftige diagnose. De situatie is complexer dan Hirsi Ali doet voorkomen, vindt woordvoerder Wimco Ester van Open Doors. In islamitische landen leven volgens hem volop antichristelijke sentimenten. “Maar die vormen niet één grote samenzwering. Soms worden christenen min of meer maatschappijbreed gezien als ketters. In een aantal landen hebben fundamentalistische groepen het op hen voorzien. Elders is het juist de islamitische overheid die hun het leven zuur maakt.”

Ester spreekt van een mengeling van sentimenten, die bijdragen aan de verslechtering van het leefklimaat voor christenen in de islamitische wereld. “Sommige moslims zien christenen als vertegenwoordigers van het Westen, dat ze voor het gemak op één lijn stellen met kolonialisme, bandeloosheid en de uitwassen van het kapitalisme. Het geloof dat Pakistaanse christenen medeverantwoordelijk zijn voor de politieke onderdrukking door het Westen is absurd, maar hardnekkig. En ja, in sommige landen leeft boosheid over hun gedrag. Kijk naar Libanon: daar hebben christenen niet altijd even nette spelletjes gespeeld.”

Het probleem van de christofobie lijkt enigszins op dat van de armoede, vindt Ester. “Dat heeft ook talloze complexe oorzaken en ook de armoede wordt er wereldwijd niet minder op. Veel christenvervolging speelt zich af in islamitische landen. Toch moet je het islamitisch gehalte niet overdrijven. Sommige christenen worden vervolgd omdat hun samenleving pluriformiteit afwijst. Is dat typisch islam?”

Amnesty International vindt de term ‘oorlog tegen christenen’ niet de juiste. Woordvoerder Ruud Bosgraaf: “Het doet vermoeden dat enkel christenen het zwaar hebben en dat moslims consequent de agressors zijn. Dat beeld klopt niet: geweld tegen christenen komt lang niet alleen voor in islamitische landen. Bovendien zijn christenen niet het enige doelwit. In landen waar zij worden vervolgd, worden andere minderheden net zo goed vervolgd.”

Elke minderheid in de moslimwereld heeft het zwaar. Christenen zijn niet de uitzondering, maar de regel. De publieke opinie is er niet zozeer antichristelijk, vindt Bosgraaf, maar eerder vijandig tegenover alle afwijkende groepen en ‘vreemde’ geluiden. “Soms valt de afkeer van een bepaald geluid samen met de afkeer van een etnische of religieuze groep, zoals bij de kopten.” Dat we zelden over moslimvervolging horen, komt waarschijnlijk doordat islamitische organisaties weinig doen om er (in het Westen) ruchtbaarheid aan te geven. Christenen zijn goed georganiseerd en blinken juist uit in ‘pr’. Bosgraaf geeft een voorbeeld. “Wordt een Nigeriaanse kerk aangevallen, dan is de kans groot dat een missionaire organisatie een persbericht naar westerse hulporganisaties stuurt. Die spelen het door naar christelijke media of naar persbureaus als het ANP.”

Niet alleen christenen

Ook de rapporten van grote onderzoeksinstituten ondersteunen Hirsi Ali’s verhaal maar ten dele. In de landen die hoog scoren als het gaat om christenvervolging hebben zeker niet alleen christenen het zwaar. In vrijwel ieder land (islamitisch of niet) lijden andere kleine geloofsgroepen en dissidenten met hen mee.

In Saoedi-Arabië is de situatie voor christenen bedroevend – Open Doors plaatste het land deze winter op nummer 3 in zijn ranglijst christenvervolging. Kerken zijn er verboden, evangelisatie is uit den boze, afvallige moslims riskeren marteling. Het fundamentalistische koninkrijk heeft de discriminatie van religieuze minderheden diep juridisch verankerd, schreef Human Rights Watch (HRW) in zijn laatste rapport. Toch zijn vooral sjiitische moslims daarvan het slachtoffer. Zij vormen een veel grotere groep dan christenen. “Het beoefenen van het sjiitische geloof – privé of in het openbaar – kan leiden tot arrestatie en opsluiting”, weet HRW. “In oktober heeft de minister van Binnenlandse Zaken nog laten weten dat hij de ‘geradicaliseerde of ingehuurde onruststokers’ onder de sjiieten ‘met ijzeren hand’ zal vervolgen.”

In het sjiitische Iran (nummer 5) zijn juist soennieten de islamitische buitenbeentjes. Het regime verwoest hun moskeeën, belemmert hen om nieuwe godshuizen te bouwen en verbiedt gebedsbijeenkomsten. Triest is ook de situatie van de bahai, die geloven dat de stichters van wereldreligies allemaal een glimp van het goddelijke hebben opgevangen. Iran voert al jaren een heksenjacht tegen deze relatief kleine geloofsgemeenschap. Discriminatie is de norm, geweld wordt niet geschuwd. Iraanse christenen krijgen er vooral met het regime te maken als ze de islam verlaten en ze hun geloof proberen te verspreiden. Dat kan tot schrijnende situaties leiden. De tot het christendom bekeerde voorganger Joessef Nadarkhani bijvoorbeeld, werd vorig jaar ter dood veroordeeld. Tegelijk jaagt het regime net zozeer op politieke dissidenten en antiregeringsbetogers. In het land, waar politiek en het sjiitische geloof verweven zijn, is elke afwijking van de norm een potentieel staatsgevaar.

Ook in Pakistan (nummer 10) worden niet alleen christenen gediscrimineerd. Hindoes, sikhs en sjiieten zuchten er onder stelselmatige pesterijen en liggen er soms letterlijk onder vuur. De strenge blasfemiewetten, volgens Hirsi Ali een juridisch instrument tegen christenen, worden ook gebruikt tegen de aanhangers van oosterse religies. Tot overmaat van ramp vergrijpen de taliban zich regelmatig aan moslimburgers.

Minderheden zijn kortom overal ter wereld kwetsbaar. Toch heb je als lid van zo’n minderheid geen ‘garantie op ellende’. De Syrische dictator Bashar al-Assad nam christenen de afgelopen jaren in bescherming, omdat ze, net als hijzelf, tot zo’n minderheid behoren. Over de intimiteit van die vriendschap verschillen de meningen. Sommigen spreken van een strikt politiek verstandshuwelijk, sceptici menen dat de kerk soms ronduit enthousiast is over de kille dictator. In ieder geval bekleedden christenen hoge plaatsen in Assads regime.

Toen het Syrische volk uitliep om hem te verjagen, zou het in de christelijke wijken goeddeels stil zijn gebleven. Saillant: de kerk zou wel hebben deelgenomen aan pro-Assad-demonstraties. Later keerden anti-Assad-betogers zich tegen hen en moest ook de christelijke gemeenschap geweld incasseren. Het is niet altijd eerlijk om internationale conflicten te bekijken door de bril van christenvervolging, vindt Bosgraaf van Amnesty. “Dat blijkt uit de Syrische situatie. Christenen vinden het soms lastig om te horen dat christenvervolging deel is van grotere problemen.”

Met focus is niets mis, meent Bosgraaf. “Ik begrijp het wel: je komt als gelovige graag op voor je eigen groep.” Wel spoort hij zijn collega’s bij Open Doors soms aan om het blikveld te verbreden. “Zet er in de folders ook eens anderen bij, zeg ik dan. Dan geef je een reëler beeld.”

Christenen vinden het soms lastig om te horen dat christenvervolging deel is van grotere problemen.

Open Doors riep onlangs in een soort nieuwsbrief op om te bidden voor de Syrische kerk, omdat ook die leed onder het wapengekletter. Waarom vertelde de organisatie daarbij niet over de verdrukking van andersgelovige minderheden? “Dat doen we soms echt wel”, vindt woordvoerder Ester. “Meestal kiezen we voor focus, want christenen worden vaak vergeten. Bovendien zijn ze wereldwijd het vaakst slachtoffer van vervolging.”

Christenen het meest vervolgd
Christenen zijn de meest vervolgde geloofsgroep. Maar dat hoeft niet te betekenen dat ze meer worden gehaat dan anderen. Rapporten van het Amerikaanse Pew Research lijken Ester gelijk te geven. Christenen zijn het vaakst slachtoffer van gebrek aan godsdienstvrijheid. De christen krijgt het vaakst te maken met onderdrukking door overheden, ontdekte Pew. Hij is bovendien het vaakst slachtoffer van ‘vijandige daden door individuen, organisaties en maatschappelijke groepen die de godsdienstvrijheid en de religieuze praktijk beknotten’. Worden de volgelingen van Jezus dan meer gehaat dan andere gelovigen? Daarover is Bosgraaf weer sceptisch. “Ik heb niet de indruk dat ze harder worden aangepakt. Misschien is het christendom vaker de klos omdat het de grootste godsdienst is.” Recente metingen bevestigen wat Bosgraaf vermoedt. In absolute zin worden christenen vaker vervolgd dan andere geloofsgroeperingen, maar als je het aantal gelovigen meeweegt, springen christenen er niet uit.

Pew heeft niet uitgezocht of moslimminderheden agressiever worden onderdrukt dan christelijke. We moeten het doen met de landenschetsen van Amnesty, Human Rights Watch en de overheidsinstituten waarvan er hier een paar voorbijkwamen. Die geven in ieder geval weinig aanleiding om aan te nemen dat christenen de ‘favoriete vijand’ zijn. Sterker nog: antimoslimgeweld en islamofobe discriminatie komt volgens Pew het meest voor in het Midden-Oosten. De eerdergenoemde islamitische minderheden (soms soennieten, vaak sjiieten) kunnen dus bepaald niet rustig slapen in de landen waar volgens Hirsi Ali een antichristelijke oorlog woedt.

Arabische Lente
Over één ontwikkeling zijn nog nauwelijks betrouwbare cijfers gepubliceerd: de gevolgen van de Arabische Lente. Hoe ziet de toekomst van Moerad eruit, de kopt die uit zijn woonplaats verjaagd werd? En wat betekent de keuze voor orthodoxe islampolitiek in Egypte, Libië en Tunesië, en het recente machtsspel in Syrië voor christenen en andere minderheden?

Voor betrouwbare cijfers is het volgens Ester nog te vroeg. “Pas aan het einde van dit jaar kunnen we er met zekerheid iets over zeggen.” Of het antichristelijke geweld in islamitische landen echt al jaren sterk toeneemt, zoals Hirsi Ali beweert, is volgens hem nog maar de vraag. “Zo’n trend laat zich moeilijk in cijfers vatten. De situatie verslechtert, maar eerder gestaag dan scherp. Wel zien we in landen als Nigeria en Irak verharding. Daar krijgen vooral christenen het nog zwaarder. In Egypte hebben orthodoxe moslims meer politieke invloed gekregen. Het geweld is daar voornamelijk gericht tegen christenen.”

Amnesty ziet in de statistieken ‘in ieder geval niets terug’ van een recente toename of van een voorzichtige stijging in de laatste jaren. “Wij monitoren religie in grote lijnen”, legt Bosgraaf uit. “Het is onmogelijk om van iedere aanslag te bepalen of die antichristelijk is. In ieder geval brengen de recente revoluties onzekerheid voort.” In een paar landen, voegt Ester toe, leiden de nieuwe spanningen soms tot geweld. “Denk aan Egypte. De landen van de Arabische Lente zijn nu instabiel: er is geen politie op straat en dus kan geweld sneller escaleren. Maar treft dat geweld vooral christenen? We weten het nog niet.”