“Nu heb je het gemist! Ze nam er twee!” Dat zul je net zien, zegt Djoyke Cruden (23). Terwijl haar geloofsgenote Linda Nagel (25) druk bezig was te vertellen over haar keuze om zich aan te sluiten bij de Jehova’s Getuigen, pakte een passant niet één maar twee studiegidsen uit hun mobiele boekenkastje. “Wat léuk!”

Het is het succesje waar de vrouwen een uur op stonden te wachten. De meeste forenzen op het Utrechtse Jaarbeursplein houden hun ogen strak gericht op hun bestemming: de roltrap richting Hoog Catharijne. Sommigen werpen een blik op de trolley met boekjes en leuzen (‘Wat leert de Bijbel écht?’). Een of twee keer per uur stopt iemand om een praatje te maken.

De terughoudendheid is onderdeel van de nieuwe predikingsstrategie van de Jehova’s Getuigen. Wie een lid van het protestantse eindtijdgenootschap aan de deur krijgt, moet direct beslissen of hij behoefte heeft aan een gesprek over geloof. Maar hier, bij het mobiele boekenkastje, ligt het initiatief bij geïnteresseerden. De vrouwen dringen zich niet op, maar staan onberispelijk gekleed, de een een rokje, de ander een jurk, op een paar meter afstand. Pas als iemand door de boekjes begint te bladeren, proberen ze een gesprek aan te knopen.

Het concept is komen overwaaien uit New York. Twee jaar geleden begonnen enkele Nederlandse kerkleden rond Utrecht Centraal met een proef. Inmiddels staan er ook bijna dagelijks getuigen op de stations van Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Groningen.

Gaan de getuigen stoppen met hun trouwe tochten langs de voordeuren – twee aan twee en uitgerust met geloofslectuur? Gelooft de kerk niet meer in haar oerstrategie? Linda Nagel moet erom lachen. “We stoppen daar echt niet mee. Maar we merken wel dat mensen steeds minder thuis zijn. Hier bereiken we mensen die zelf op zoek zijn.”

Van een stijlbreuk is geen sprake, bezweert ook Timo Stet, de coördinator van de Utrechtse stationsevangelisatie. “Zo zien we dat niet. Je kunt beter zeggen: het zwaartepunt is aan het verschuiven.” Stet heeft de gegevens paraat: de vijftig getuigen die in ploegendiensten rond Utrecht Centraal staan, reiken maandelijks 1000 boekjes uit. De honderd geloofsgenoten die in Utrecht langs de deuren gaan, maken meer uren maar slijten iedere maand slechts twintig stuks.

Volgens het landelijk kantoor van de kerk heeft het stationswerk nog niet geleid tot veel meer aanvragen van bijbelstudies. Maar toch, op het station zet een getuige dus honderd keer zo veel boekjes af als aan de deur. Zijn al die avonden aan de deur dan niet zonde van de moeite? Stet: “Nee, nee. Het gaat om kwaliteit: of mensen uiteindelijk meer van het geloof willen weten. Dat meet je niet af aan getallen.”

Een eventueel afschaffen van het deurwerk zou ook ingaan tegen de overtuiging van het genootschap. De Bijbel is volgens Jehova’s Getuigen glashelder over het langs de deuren gaan. In het bijbelboek Matteüs geeft Jezus zijn volgelingen de opdracht discipelen te werven en te onderwijzen. En in Lukas gebiedt hij discipelen om in groepjes van twee mensen thuis te bezoeken.

De gangbare Nederlandse vertalingen spreken niet specifiek over huis-tot-huis-verkondiging, maar de bijbelvertaling van de getuigen doet dat wel. Volgens het genootschap staat hun versie de Griekse grondtekst naderbij.

Bliksemsnel bladert Djoyke Cruden door haar zakbijbeltje. “Kijk, hier staat het, in de Handelingen van de Apostelen: ‘Zij bleven zonder ophouden elke dag in de tempel en van huis tot huis onderwijzen en het goede nieuws over de Christus, Jezus, bekendmaken’. Het is echt Bijbels.”

Dat de meeste getuigen balen van hun plicht tot evangelisatie is slechts een gerucht, meent coördinator Stet. “Natuurlijk, af en toe zijn er mensen die klagen dat ze aan de deur weinig succes hebben. Maar als je denkt in termen van succes heb je de boodschap niet begrepen. Het gaat om de mensen die je wél bereikt.”

Getuigen die thuisblijven mogen rekenen op een gesprekje met een ouderling. “Die vraagt dan wat er schort. Vaak zijn zulke mensen blij dat ze herinnerd worden aan het belang van prediking.”

Jehova's Getuigen op het Jaarbeursplein in Utrecht

Cruden en Nagel peinzen er naar eigen zeggen niet over thuis te blijven. Ze behoren tot de ‘pioniers’, de kerkleden die maandelijks zeventig uur op pad gaan. Een of twee middagen brengen ze door op het Utrechtse Jaarbeursplein, verder gaan ze vooral veel langs de deur.

Verkondiging op het station is niet voor iedereen weggelegd, vertelt Stet. “Daar zoeken we representatieve mensen voor: jong, goed gekleed, een vriendelijke glimlach. Even heel cru: door een kreupel oud mensje laten mensen zich niet overtuigen.”

Ondanks die jeugdige frisheid van de vrouwen lopen de meeste mensen door. Vinden ze het niet pijnlijk om voortdurend te zien hoe mensen letterlijk aan hun Bijbelse waarheden voorbijlopen? Cruden: “Ja, dat is lastig. Maar we geloven niet dat ze verloren zijn. Ook zij komen uiteindelijk bij God.” Nagel glimlacht. “We laten ons niet uit het veld slaan.” Cruden: “Ik werk ook als tandartsassistente. Erg leuk hoor, maar dit vind ik het belangrijkste. Na een dag als deze voel ik me heel nuttig.”

Plotseling steken de twee een hand in de lucht: “Hé, hallo!” Op de trap stiefelt een man met een plastic tasje. Beneden aangekomen haalt hij pakjes fruitdrank tevoorschijn. “Kijk eens, dames. Ik dacht: die hebben vast dorst.” Na een minuutje babbelen vertrekt hij weer. God en Bijbel zijn niet ter sprake gekomen, wel het benauwde weer. De man heeft hen al vaker op drinken getrakteerd, vertelt Cruden. Maar geen van beiden weet wie hij precies is en of hij Jehova al belijdt. Cruden: “Ik denk van niet. Maar dat maakt niks uit, joh. Je moet het niet opdringen.”

Prediken op de valreep
Jehova’s getuigen leven in de verwachting dat de wederkomst van Jezus spoedig zal plaatsvinden. Het aardse paradijs dat hij gaat stichten, is alleen bestemd voor getuigen en wordt geleid door een Hemelse Regering met Jezus aan het hoofd. Buitenstaanders kunnen op de valreep worden gered als ze de kerkelijke leer aannemen en zich laten dopen. Vorig jaar kozen twintig Nederlanders daarvoor. Jehova’s getuigen geloven niet in een hel en in het concept van de drie-eenheid. Ze vieren geen feestdagen en weigeren bloedtransfusies.

De kerk is eind negentiende eeuw opgericht in de Verenigde Staten en telt wereldwijd 7,8 miljoen leden. De meesten van hen wonen in de VS en Afrika. Nederland telt 30.000 getuigen.