Slechts een enkeling lijkt werkelijk overtuigd dat de wereld vrijdag vergaat. Toch is de Maya-apocalyps het gesprek van de dag. Wat maakt het einde der tijden toch zo aantrekkelijk? Cultuursocioloog Stef Aupers: ‘Onze cultuur is doordrenkt van het idee dat we toewerken naar een einde’.

In de jaren ’80 gingen de meeste rampenfilms nog over schepen. Nu lijkt de bioscoopbezoeker pas tevreden als hij de hele wereld ziet vergaan. Een veelzeggende verschuiving, vindt Aupers, die doceert aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam en vrijdag in Eindhoven een lezing geeft over de populariteit van het fenomeen apocalyps.

‘In films als The Day After Tomorrow wordt alles weggespoeld, maar het Vrijheidsbeeld en andere symbolen van menselijke maakbaarheid gaan er als eerste aan. Vaak is het aan een groepje overlevenden om opnieuw te beginnen. De vernietiging van de maatschappij is dus geen definitief einde, maar een radicale reiniging.’

We willen niet dat de wereld vergaat, maar dat hij beter en overzichtelijker wordt.

Aan dergelijke reiniging lijken we volgens Aupers steeds meer behoefte te hebben. ‘We leven in een tijd van onbehagen. Vroeger had je als burger vooral te maken met lokaal bestuur en kon je politici in de ogen kijken, nu zijn politiek, bureaucratie en technologie steeds ongrijpbaarder. Het wantrouwen is de afgelopen decennia flink toegenomen.’

‘De Occupy-beweging probeerde daar een antwoord op te formuleren. Anderen grijpen naar zen-meditatie.’ Ook de commotie over het einde der tijden moet volgens Aupers in dat licht moet worden gezien.

Dat we er niet in geloven hoeft nog niet te betekenen dat we er niet mee kunnen spelen. ‘Fantaseren over wat er zou gebeuren als de beschaving verdwijnt is zoeken naar hoop. We willen niet dat de wereld vergaat, wel dat hij beter en overzichtelijker wordt. Met dat idee wordt volop geflirt.’

Maar waarom flirten ook niet-religieuzen en zij die niet geloven dat de Maya’s een einde voorspelden dan met de apocalyps? ‘De aanname dat de geschiedenis toewerkt naar een onvermijdelijk eindpunt is diep verankerd in de Westerse cultuur.

Waar oosterse culturen en religies al eeuwenlang uitgaan van herhaling, denken wij in rechte historische lijnen: de geschiedenis is ooit begonnen en zal ook ooit weer ophouden. Een ontknoping ligt dan voor de hand.’

Singulariteit: technologische instorting
‘Verwachtingen over die ontknoping zie je terugkomen in het jodendom en het christendom, maar ook in de islam en bij filosofen als Hegel en Marx. Zelfs in de ICT-wereld vind je het geloof in een soort apocalyps terug. Futuroloog Ray Kurzweil (nu werkzaam bij Google, RdW) is populair vanwege zijn theorieën over de singulariteit. Computers zouden steeds intelligenter worden en ons uiteindelijk voorbijstreven. Ook dat is een vorm van lineair doemdenken.’

Dat uitgerekend de Maya’s nu voor apocalyptische commotie zorgen vindt Aupers ironisch. ‘Maya’s dachten voor zover bekend niet lineair. Ze gingen niet uit van een begin en een einde, maar van cycli die steeds 26 duizend jaar duurden. Spirituele denkers hebben daar vanaf de jaren ’60 hun eigen wereldbeeld op geprojecteerd.’

Vanwege ons lineaire tijdsbesef kunnen we ons maar moeilijk verplaatsen in culturen die cyclisch denken. ‘Oosterse filosofieën beschouwen reïncarnatie vooral als een eindeloos proces. Westerlingen zien het vaak als een optelsom: bij ieder leven kom je hoger in de komische orde en uiteindelijk bereik je het nirvana. Typisch lineair. In het oosten vinden ze dat veel minder interessant.’