Aangenaam; Robin de Wever, freelance journalist. Ik schrijf onder meer voor Trouw en De Correspondent over religie.


Imam stopt met preken vanwege bedreiging

Geschreven voor Trouw.nl

De Amsterdamse jongerenimam Yassin Elforkani is tijdelijk gestopt met preken. Hij wordt bedreigd door extremistische geloofsgenoten en zou concrete aanwijzingen hebben dat hij gevaar loopt.

Geruchten daarover kloppen, bevestigt Elforkani aan Trouw. Hij heeft van de politie vernomen dat het beter zou zijn als hij een tijdje minder actief is. Sinds drie weken laat hij daarom verstek gaan in de Utrechtse Omar al-Farouk-moskee, waar hij voorheen regelmatig het vrijdaggebed leidde. Verder wil hij er niets over loslaten.

De bedreigingen van radicalen aan Elforkani’s adres begonnen een jaar geleden. Zijn bedreigers zien de imam als geloofsverrader en afvallige, omdat hij jongeren oproept om niet naar Syrië en Irak af te reizen voor de jihad. Als woordvoerder van het Contactorgaan Moslims en Overheid (CMO) en frequente talkshowgast is hij de bekendste Nederlandse islamitische jihadcriticus. Zijn werkzaamheden voor het CMO heeft hij niet afgezegd.

Dreiging, maar ook steun
De preekstop zou aanvankelijk vier weken duren. Elforkani hoopt dat hij over twee weken weer ‘stevig op de preekstoel zit’. “Ik word bedreigd, maar krijg ook heel veel steun”, vertelt hij. “Ik ben al zo vaak gevraagd wanneer ik weer in de moskee het woord neem. Dat bemoedigt me enorm.” Voor zijn preekstop leefde hij ook met enige beveiliging. Zo liet hij zich na het vrijdaggebed door moskeepersoneel en vrienden naar zijn auto escorteren.

De eerdere bedreigingen varieerden van ‘we krijgen jou nog wel’ tot ‘je bent een kafier’ (een ongelovige, red.) en ‘het zal slecht met je aflopen’. Ze komen niet dagelijks, vertelde hij vorig jaar aan Trouw. Maar van geïsoleerde incidenten was ook geen sprake meer. Elforkani: “Iedereen die een beetje verstand heeft van de theologie van jihadisten weet wat ze kunnen bedoelen met ‘een kafier met wie het slecht kan aflopen’. Ze zeggen dat je gedood mag worden. Al hoop ik natuurlijk dat ze het niet zo bedoelen.”

Tijdens Elforkani’s Rotterdamse preekbeurten was weinig te merken van spanningen, meent Azzedine Karrat, die doorgaans in de Essalammoskee het vrijdaggebed leidt. “We hebben hem wel eens naar de auto laten escorteren, maar dat vonden we uiteindelijk toch een beetje overdreven.” Karrat verwacht niet dat hij ook doelwit wordt. “Deze mensen reageren vooral op wat er in de media verschijnt.”

Yassin Elforkani

‘Voor de zomer ging het nog om een strijd tegen Assad. Nu draait het om eindtijdverwachtingen’

‘We vormen een kwetsbare groep’
Jihadisten zijn wel degelijk aan het verharden, meent Eindhovens CDA-raadslid en jongerenwerker Ibrahim Wijbenga. Ook hij wordt al maanden bedreigd. “Voor de zomer ging het nog om een rebellenstrijd tegen Assad. Het draait het om eindtijdverwachtingen, om het verslaan van de Amerikanen en de andere troepen. Iedere keer als de politie een jihadreiziger tegenhoudt worden ze bozer.”

Doet de politie wel genoeg? Wijbenga: “Onze lijntjes met de politie zijn kort. Ze nemen onze aangiften serieus. Ik heb drie weken geleden nog aangifte gedaan. Maar de mensen die zich in de moslimgemeenschap afzetten tegen radicalisering vormen een hele kwetsbare groep.”

De nieuwe strategie van de Jehova’s Getuigen

Geschreven voor Trouw

“Nu heb je het gemist! Ze nam er twee!” Dat zul je net zien, zegt Djoyke Cruden (23). Terwijl haar geloofsgenote Linda Nagel (25) druk bezig was te vertellen over haar keuze om zich aan te sluiten bij de Jehova’s Getuigen, pakte een passant niet één maar twee studiegidsen uit hun mobiele boekenkastje. “Wat léuk!”

Het is het succesje waar de vrouwen een uur op stonden te wachten. De meeste forenzen op het Utrechtse Jaarbeursplein houden hun ogen strak gericht op hun bestemming: de roltrap richting Hoog Catharijne. Sommigen werpen een blik op de trolley met boekjes en leuzen (‘Wat leert de Bijbel écht?’). Een of twee keer per uur stopt iemand om een praatje te maken.

De terughoudendheid is onderdeel van de nieuwe predikingsstrategie van de Jehova’s Getuigen. Wie een lid van het protestantse eindtijdgenootschap aan de deur krijgt, moet direct beslissen of hij behoefte heeft aan een gesprek over geloof. Maar hier, bij het mobiele boekenkastje, ligt het initiatief bij geïnteresseerden. De vrouwen dringen zich niet op, maar staan onberispelijk gekleed, de een een rokje, de ander een jurk, op een paar meter afstand. Pas als iemand door de boekjes begint te bladeren, proberen ze een gesprek aan te knopen.

Het concept is komen overwaaien uit New York. Twee jaar geleden begonnen enkele Nederlandse kerkleden rond Utrecht Centraal met een proef. Inmiddels staan er ook bijna dagelijks getuigen op de stations van Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Groningen.

Gaan de getuigen stoppen met hun trouwe tochten langs de voordeuren – twee aan twee en uitgerust met geloofslectuur? Gelooft de kerk niet meer in haar oerstrategie? Linda Nagel moet erom lachen. “We stoppen daar echt niet mee. Maar we merken wel dat mensen steeds minder thuis zijn. Hier bereiken we mensen die zelf op zoek zijn.”

Van een stijlbreuk is geen sprake, bezweert ook Timo Stet, de coördinator van de Utrechtse stationsevangelisatie. “Zo zien we dat niet. Je kunt beter zeggen: het zwaartepunt is aan het verschuiven.” Stet heeft de gegevens paraat: de vijftig getuigen die in ploegendiensten rond Utrecht Centraal staan, reiken maandelijks 1000 boekjes uit. De honderd geloofsgenoten die in Utrecht langs de deuren gaan, maken meer uren maar slijten iedere maand slechts twintig stuks.

Volgens het landelijk kantoor van de kerk heeft het stationswerk nog niet geleid tot veel meer aanvragen van bijbelstudies. Maar toch, op het station zet een getuige dus honderd keer zo veel boekjes af als aan de deur. Zijn al die avonden aan de deur dan niet zonde van de moeite? Stet: “Nee, nee. Het gaat om kwaliteit: of mensen uiteindelijk meer van het geloof willen weten. Dat meet je niet af aan getallen.”

Een eventueel afschaffen van het deurwerk zou ook ingaan tegen de overtuiging van het genootschap. De Bijbel is volgens Jehova’s Getuigen glashelder over het langs de deuren gaan. In het bijbelboek Matteüs geeft Jezus zijn volgelingen de opdracht discipelen te werven en te onderwijzen. En in Lukas gebiedt hij discipelen om in groepjes van twee mensen thuis te bezoeken.

De gangbare Nederlandse vertalingen spreken niet specifiek over huis-tot-huis-verkondiging, maar de bijbelvertaling van de getuigen doet dat wel. Volgens het genootschap staat hun versie de Griekse grondtekst naderbij.

Bliksemsnel bladert Djoyke Cruden door haar zakbijbeltje. “Kijk, hier staat het, in de Handelingen van de Apostelen: ‘Zij bleven zonder ophouden elke dag in de tempel en van huis tot huis onderwijzen en het goede nieuws over de Christus, Jezus, bekendmaken’. Het is echt Bijbels.”

Dat de meeste getuigen balen van hun plicht tot evangelisatie is slechts een gerucht, meent coördinator Stet. “Natuurlijk, af en toe zijn er mensen die klagen dat ze aan de deur weinig succes hebben. Maar als je denkt in termen van succes heb je de boodschap niet begrepen. Het gaat om de mensen die je wél bereikt.”

Getuigen die thuisblijven mogen rekenen op een gesprekje met een ouderling. “Die vraagt dan wat er schort. Vaak zijn zulke mensen blij dat ze herinnerd worden aan het belang van prediking.”

Jehova's Getuigen op het Jaarbeursplein in Utrecht

Cruden en Nagel peinzen er naar eigen zeggen niet over thuis te blijven. Ze behoren tot de ‘pioniers’, de kerkleden die maandelijks zeventig uur op pad gaan. Een of twee middagen brengen ze door op het Utrechtse Jaarbeursplein, verder gaan ze vooral veel langs de deur.

Verkondiging op het station is niet voor iedereen weggelegd, vertelt Stet. “Daar zoeken we representatieve mensen voor: jong, goed gekleed, een vriendelijke glimlach. Even heel cru: door een kreupel oud mensje laten mensen zich niet overtuigen.”

Ondanks die jeugdige frisheid van de vrouwen lopen de meeste mensen door. Vinden ze het niet pijnlijk om voortdurend te zien hoe mensen letterlijk aan hun Bijbelse waarheden voorbijlopen? Cruden: “Ja, dat is lastig. Maar we geloven niet dat ze verloren zijn. Ook zij komen uiteindelijk bij God.” Nagel glimlacht. “We laten ons niet uit het veld slaan.” Cruden: “Ik werk ook als tandartsassistente. Erg leuk hoor, maar dit vind ik het belangrijkste. Na een dag als deze voel ik me heel nuttig.”

Plotseling steken de twee een hand in de lucht: “Hé, hallo!” Op de trap stiefelt een man met een plastic tasje. Beneden aangekomen haalt hij pakjes fruitdrank tevoorschijn. “Kijk eens, dames. Ik dacht: die hebben vast dorst.” Na een minuutje babbelen vertrekt hij weer. God en Bijbel zijn niet ter sprake gekomen, wel het benauwde weer. De man heeft hen al vaker op drinken getrakteerd, vertelt Cruden. Maar geen van beiden weet wie hij precies is en of hij Jehova al belijdt. Cruden: “Ik denk van niet. Maar dat maakt niks uit, joh. Je moet het niet opdringen.”

Prediken op de valreep
Jehova’s getuigen leven in de verwachting dat de wederkomst van Jezus spoedig zal plaatsvinden. Het aardse paradijs dat hij gaat stichten, is alleen bestemd voor getuigen en wordt geleid door een Hemelse Regering met Jezus aan het hoofd. Buitenstaanders kunnen op de valreep worden gered als ze de kerkelijke leer aannemen en zich laten dopen. Vorig jaar kozen twintig Nederlanders daarvoor. Jehova’s getuigen geloven niet in een hel en in het concept van de drie-eenheid. Ze vieren geen feestdagen en weigeren bloedtransfusies.

De kerk is eind negentiende eeuw opgericht in de Verenigde Staten en telt wereldwijd 7,8 miljoen leden. De meesten van hen wonen in de VS en Afrika. Nederland telt 30.000 getuigen.

Nederlanders ontdekken ‘voorloper van Adam en Eva’

Geschreven voor Trouw

Ze zijn al bijna een eeuw geleden gevonden, maar nu pas hebben Nederlandse onderzoekers de betekenis ontdekt van inscripties in Syrische kleitabletten uit de 13e eeuw voor Christus. Ze bevatten een oerversie van het verhaal van Adam en Eva.

Dat verhaal is achthonderd jaar ouder en verloopt anders dan de versie in het bijbelboek Genesis. Oudtestamentici veronderstellen al langer dat aan het bijbelse paradijsverhaal een oude mythe ten grondslag ligt.

Oudtestamenticus Marjo Korpel en emeritus hoogleraar semitische talen Johannes de Moor van de Protestantse Theologische Universiteit (Groningen en Amsterdam) stellen nu dus dat zij die mythe ontdekt hebben. De onderzochte kleitabletten zijn in 1929 in Syrië gevonden, als deel van een veel grotere collectie. In de jaren zeventig zijn ze (los van elkaar en gedeeltelijk) ontcijferd. Korpel en De Moor zijn de eersten die de twee tabletten in samenhang hebben bestudeerd.

Wel een boom en een slang, geen vrucht
In de inscripties wordt gesproken van een ‘wijngaard van de grote goden’. Die staat net als de bijbelse paradijstuin onder toezicht van een scheppergod, El. Adam komt in de mythe voor, al is hij geen mens maar een god.

“Net als in Genesis draait dit verhaal om een belangrijke boom waar Adam en zijn vrouw toegang toe hebben”, vertelt Korpel. “De god Horon lijkt sterk op de duivel. Hij probeert de plaats van El in te nemen, maar El straft hem door hem uit de vergadering van goden te zetten. Daarop besluit Horon om zich te veranderen in een slang en de boom te vergiftigen.”

Adam wil hem uitschakelen, maar wordt door Horon gebeten en verandert in een mens. Triest, maar een andere godheid, de zonnegodin, geeft Adam een troostprijs: hij mag zich voortplanten en heeft zo toch nog een beetje het eeuwige leven.

Een verhaal met deze kenmerken lijkt erg ver af te staan van wat de meeste joden en christenen geloven. Vooral het idee dat mensen afstammen van Goden staat haaks op de meeste christelijke theologie. Korpel wijst echter op de overeenkomsten: “Genesis zegt dat de mens is gemaakt naar Gods evenbeeld. Dat komt in de buurt van wat deze tekst vertelt. Maar de bijbelschrijver heeft Adam vermenselijkt. En Eva krijgt in de vroege versie nergens de schuld van. Dat is een heel opvallend verschil met het bijbelverhaal.”

'Adam en Eva' van Peter Paul Rubens

‘Niemand had de teksten eerder naast elkaar gelegd’
Volgens Korpel zijn de overeenkomsten tussen de kleitabletten en Genesis zo groot, dat ‘vrijwel alles’ erop wijst dat het om dezelfde Adam gaat. “Het wordt nu wel heel moeilijk om de tekst in Genesis letterlijk te lezen, zoals sommige christenen doen.”

Maar, zo vindt Korpel, je kunt nog prima geloven dat dit een verhaal is met goddelijke inspiratie. “Wetenschappers zien het al langer als een mythe, een verhaal dat niet draait om de feiten maar om de boodschap. Nu is ook duidelijk waar het vandaan komt.”

Dat het na de opgraving van de kleitabletten nog 85 jaar duurde tot het verhaal werd ontdekt, komt volgens haar doordat ze deel uitmaken van een veel grotere collectie. “Het was niet duidelijk dat ze bij elkaar horen. Wij zagen een inhoudelijke overeenkomst en hebben ze toen naast elkaar gelegd. Eerlijk gezegd vragen we ons af waarom niemand dat eerder had gedaan.” Er zijn nog vele kleitabletten niet bestudeerd, dus het duo houdt rekening met nog meer ontdekkingen. “Er ligt in musea nog veel materiaal te wachten op onderzoek.”

Waarom het ene dorp veel Joden redde en het andere niet

Geschreven voor Trouw.nl

Waarom telden sommige dorpen en steden veel onderduikers, terwijl Joden in andere plaatsen massaal werden opgepakt? Jarenlang was het onduidelijk. Een nieuwe data-analyse geeft antwoord.

Waren sommige steden dapperder dan andere? Wisten sommige dorpelingen beter hoe ze de Duitsers op afstand moesten houden? Het zal ongetwijfeld een rol hebben gespeeld. Maar de lokale verschillen in de ‘reddingsgraad’ van Joden zijn niet alleen maar toeval, schrijft politicoloog Robert Braun in een proefschrift dat volgend jaar moet verschijnen. Braun promoveert aan de Cornell Universiteit in de staat New York.

In vergelijking met België en Frankrijk verloor Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog opvallend veel Joden. Slechts 27 procent van de Nederlandse Joden wist te overleven, tegen 60 procent in België en 75 procent in Frankrijk. Historici kunnen dat verschil wel verklaren: onderduikers werden in Nederland zo vaak ontdekt omdat de Sicherheitspolizei hier behoorlijk sterk was.

Minderheidskerken: gesloten maar succesvol
De verschillen op dorp-, stad- en wijkniveau hadden echter te maken met iets heel anders: kerken en politieke groeperingen. Een Jood had gemiddeld 20 procent meer kans gered te worden als hij in de buurt van een ‘minderheidskerk’ woonde, ontdekte Braun. ‘Die relatie is zeer significant.’

In katholieke steden als Maastricht en Heerlen waren de protestanten op elkaar aangewezen. Ze vormden daarom een hechte, gesloten groep. Hetzelfde gold voor, zeg, rooms-katholieken in Sneek en voor bijna alle orthodox-protestantse kerken. Die laatsten waren bijna overal een minderheid.

Minderheidskerken konden zich volgens Braun relatief makkelijk ontpoppen tot verzetsgroep. Iedereen kende elkaar en het onderling vertrouwen was groot: precies wat je nodig had als je in alle stilte vervoer, identiteitspapieren of voedsel moest regelen. De dominante kerken, waar een groot deel van de wijk of het dorp lid van was, hadden dat voordeel niet. Braun: ‘Dat was meer los zand.’

‘Je kerkgenoten verlink je niet’
Een mooi voorbeeld is Nieuw Vennep. Daar woonde Hannes Boogaard, een orthodoxe protestant die dankzij kerkgenoten zo’n honderd Joden wist te redden. Lang niet alle gemeenteleden waren daar enthousiast over, schrijft Braun. Maar niemand kon het over zijn hart verkrijgen om Boogaard te verlinken. Hij was toch één van hen.

Met hulp van vakgenoten verzamelde Braun voor zijn dissertatie een forse berg data. Hij achterhaalde met behulp van naziregisters het lot en de oorspronkelijke woonplaats van 93 procent van de Nederlandse Joden. Daarna prikte hij alle rooms-katholieke en protestantse kerken op een digitale kaart. Met politieke groepen, zoals communistische en socialistische netwerken, deed hij hetzelfde. Die resultaten publiceert hij later.

‘De uitkomsten van de kerkanalyse zijn in ieder geval erg duidelijk’, vertelt Braun. ‘Minderheidskerken speelden een heel belangrijke rol.’

Kerk Tweede Wereldoorlog

‘Bovendien telde ons land heel veel van die minderheidskerken. De versplintering van het Nederlandse kerklandschap – in hervormden, gereformeerden, vrijgemaakt-gereformeerden, noem maar op – was hier een positieve factor. Aan de andere kant was het kerkelijk verzet erg gefragmenteerd. Dat maakte het weer zwakker.’

‘Zonder die kerken waren er waarschijnlijk nog meer Joden gedeporteerd’, vermoedt Braun. ‘In Vlaanderen, waar bijna iedereen bij de katholieke kerk hoorde, kwam het religieus verzet nauwelijks van de grond.’

Katholieken geen grotere jodenhaters
Het onderzoek rekent ook af met het idee dat protestanten vaker in het verzet zaten omdat hun geloof meer nadruk legt op het Oude Testament. Sommige auteurs beweren dat ze zich daardoor meer solidair voelden met Joden. Katholieken zouden juist minder solidair zijn, omdat hun kerk Joden de schuld gaf van Christus’ dood.

Braun: ‘Dat is onzin. Uit mijn data blijkt duidelijk dat katholieke verzetsnetwerken net zo vaak voorkwamen als protestantse. In protestants Holland waren die netwerken vaak katholiek en beneden de rivieren vaak protestants. Met individuele naastenliefde had het ook weinig te maken: je was als verzetsheld pas succesvol als je een overzichtelijke en hechte groep vertrouwelingen had.’

De nieuwe beschermheilige van Arabische christenen: Poetin

Geschreven voor Trouw.nl

Wie denkt dat Arabische christenen lijdzaam blijven wachten op Westerse hulp, komt misschien bedrogen uit. Een deel van de Syrische christenen vertrouwt steeds meer op Rusland. Tot vreugde van president Poetin.

Het was een opmerkelijk bericht, vorige week op de website van het Russische persbureau Interfax. Zo’n 50 duizend inwoners van eeuwenoude christelijke dorpjes in Syrië zouden Russisch staatsburgerschap hebben aangevraagd.

Praktisch had de stap weinig gevolgen, want de inwoners zouden niet direct willen verhuizen. Het verkrijgen van Russisch staatsburgerschap was vooral een eer’, de ideale manier om duidelijk te maken dat de christenen ‘bang zijn van de samenzwering van het Westen’ en de ‘haatdragende fanatici’ die een ‘gruwelijke oorlog’ tegen hun land voeren.

‘We verkiezen sterven boven ballingschap en leven in een vluchtelingenkamp’, verklaarde de groep in een communiqué. ‘We zullen ons land, eer en geloof verdedigen en de grond waarop Christus’ heeft gelopen niet verlaten.’

Poetins weigering om militaire interventie te steunen viel bij de ondertekenaars in goede aarde. Ze zien Moskou als een ‘krachtige factor van vrede en stabiliteit’, schrijven ze. ‘Rusland maakt zich sterk voor de verdediging van Syrië, diens bevolking en diens territoriale integriteit.’

De lof voor Rusland en de felle kritiek op het Westen doet vermoeden dat Syrische christenen lang niet zulke warme gevoelens hebben voor Europa en de VS als soms wordt beweerd. Het Westen mag dan christelijke wortels hebben, het flirt ook met islamitische rebellen. Daardoor staat het in ogen van de ondertekenaars duidelijk aan de verkeerde kant.

Bovendien hebben de Russische en Syrische orthodoxe kerken al lange tijd sterke banden (of de katholieke en protestantse gemeenschappen ook zo enthousiast zijn over Poetin is onduidelijk). Dat de religieuze verbondenheid nu ook politieke gevolgen heeft, hoeft niet te verbazen. De Russische kerk en staat trekken veel samen op en vormen één machtsblok.

Poetin kan de Syrisch-christelijke sympathie overigens goed gebruiken. Hij probeert zich de laatste jaren te ontpoppen tot een wereldleider die geliefd is tot ver over de Russische grenzen. Het Moskouse patriarchaat – het Vaticaan van de Russisch-Orthodoxe kerk – helpt hem daarbij. Ze beschouwt de massale aanvraag van staatsburgerschap als bewijs van Ruslands ‘grote gezag’ in het Midden-Oosten, ‘met name onder christelijke minderheden’.

Vladimir Poetin

Of Poetin ook beschermheilige kan worden voor christelijke minderheden in andere Arabische landen moet de komende tijd duidelijk worden. In ieder geval is het bepaald niet de eerste keer dat de Russen het opnemen voor hun Syrische broeders, merkt Vatican Insider op.

In augustus doneerde de kerk al 300 duizend euro aan het maronitische patriarchaat van de Turkse stad Antiochië, zodat het Syrische vluchtelingen beter kon helpen.

Twee weken geleden kondigde Russisch-Orthodoxe kerk aan dat ze in een populair Syrisch bedevaartsoord een sculptuur met de gestalte van Jezus gaat plaatsen. Het ‘symbool van vrede in een land dat verwoest is door oorlog’ moet christelijke Arabische pelgrims eraan herinneren wie hun echte vrienden zijn.

‘Ja, de weg naar Tunesische democratie is nog lang’

Geschreven voor Trouw

De democratisering van Tunesië verloopt moeizaam, beaamt Abdelfattah Moeroe. Toch ziet de oprichter en tweede man van de islamitische regeringspartij Ennahda geen reden voor pessimisme. In een interview met Trouw vertelt hij dat zijn regering voortaan ‘keihard’ gaat optreden tegen de oppositie van radicale moslims.

De internationale belangstelling was groot toen Ennahda in 2011 bij verkiezingen als grootste uit de bus kwam. Alleenheerser Ben Ali was verjaagd en het van oorsprong progressieve Tunesië zette als eerste Arabische land koers richting democratie. Voorop liep een islamitische partij die beloofde dat ze zich hard zou maken voor vrouwen en minderheden. Kritiek werd telkens gesust: de partij was geen islamitische wolf in schaapskleren. Echt niet.

Nu, twee jaar later, lijkt Tunesië te zijn beland in een politieke crisis. Ennahda-aanhangers, secularisten en extreem conservatieve salafistische moslims gunnen elkaar nauwelijks het licht in de ogen.

De oppositie houdt Ennahda verantwoordelijk voor de moord op een links politiek kopstuk, eerder dit jaar. In februari dreigde een van de twee seculiere regeringspartners op te stappen. Ennahda zou haar beloftes over werkgelegenheid en stabiliteit niet zijn nagekomen. ‘De revolutie heeft mensen geleerd dat ze moeten opkomen voor hun rechten’, vertelt Moeroe in een gesprek met Trouw. De Ennahda-prominent was afgelopen weekend in Nederland voor een spreekbeurt tijdens een islamitisch evenement.

‘Onze instituten nemen geen verantwoordelijkheid’
Moeroe: ‘Iedereen komt nu op voor zichzelf. Daardoor verliezen ze het landsbelang makkelijk uit het oog. De samenwerking is ver te zoeken. De vakbonden hebben in één jaar tijd meer dan twaalfduizend stakingen georganiseerd. Twaalfduizend! Instituten weigeren om hun verantwoordelijkheid te nemen. Dat vreet aan ons land.’

Heeft Ennahda het ‘stichten’ van democratie onderschat? Moeroe: ‘We wisten dat het niet makkelijk zou worden. Het is naïef om te denken dat je in één jaar integere politieke instituten kunt opbouwen. Europa had twee eeuwen nodig om democratisch te worden. Vrijwel iedere Tunesische instantie is corrupt; dat is het gevolg van jarenlange verwaarlozing. Bovendien weten we pas sinds de revolutie wat er in het land speelt. De dictatuur van Ben Ali onttrok alle afwijkende politieke voorkeuren aan het zicht.’

‘Salafisten overtreden de wet. We pakken ze keihard aan’
Die onderdrukking heeft er volgens Moeroe toe geleid dat er in de marge radicale bewegingen opkwamen. ‘Salafisten geloven niet in overleg en proberen de invoering van democratie te dwarsbomen. Ze proberen de staat te ondermijnen, hebben eigen rechtbanken en een eigen politieapparaat opgericht. En vergis je niet, ze zijn uiterst gewelddadig.’

Ennahda’s regering heeft lange tijd mild gereageerd, in de hoop dat het de salafisten kon betrekken in het democratische proces. Dergelijke samenwerking is onmogelijk, oordeelt Moeroe nu. ‘Onze visie is heel duidelijk. Wie de wet overtreedt, wordt keihard aangepakt. We kunnen geweld en ondermijning van de staat gewoon niet tolereren.’

Dat het regime haar geduld met de salafisten heeft verloren, bleek vrijdag toen ze een belangrijke bijeenkomst van de ‘staatsgevaarlijke’ groep Ansar al-Sharia verbood. Aanhangers reageerden woedend; zondag raakten honderden van hen in Tunis slaags met de politie. Eén betoger overleed. Naar verluidt raakten minstens 15 betogers en agenten gewond.

abdelfattah_mourou

‘Voltooien wat het Westen in gang heeft gezet’
Ennahda (Arabisch voor ‘wedergeboorte’) beschouwt de Tunesische overgang naar democratie niet als een nieuw project. ‘Het is al eeuwen gaande’, meent Moeroe. ‘Het Westen heeft geprobeerd om humane beschavingen op te zetten, maar is er niet in geslaagd om iedereen mee te krijgen. Frankrijk is bijvoorbeeld niet naar Algerije en Tunesië gekomen om democratie te brengen, maar om te koloniseren.’

‘Wij willen nu alsnog toewerken naar zo’n samenleving op basis van consensus. Vergis je niet, dat doen we echt niet alleen vanuit ons eigenbelang. De democratie geeft een stem aan Ennahda, maar ook aan de marxisten en liberalen.’

In Moeroes ideale Tunesië ‘bloeit de wetenschap en werkt de politiek op basis van dialoog’. ‘Tunesië is van oudsher een pionier. We hebben als eerste de slavernij afgeschaft, als eerste een islamitische universiteit opgezet. Tunesië bestaat uit vierentwintig beschavingen. Van oudsher proberen die samen te leven. De diversiteit die jullie in het Westen hebben, die kennen wij ook.’

‘Onder ons zal Tunesië echt niet islamiseren’
In het Westen hebben partijen als Ennahda soms de schijn tegen. Critici vermoeden dat de revoluties van de ‘Arabische lente’ op lange termijn niet leiden tot democratie, maar tot meer macht voor radicale moslims.

Vrees voor islamisering van Tunesië is ongegrond, bezweert Moeroe. ‘Ons volk zal ons bestraffen als we van het democratische pad afdwalen. Inderdaad, we zijn een islamitische partij. Dat we werken vanuit de islam, merk je nu vooral aan het feit dat we islamitische waarden als vrijheid en gelijkheid willen garanderen.’

‘Onze regering draait niet om onze eigen politieke agenda, maar om vrijheid. Het is prima als er straks een andere partij dan Ennahda aan de macht komt. Dat zou bewijzen dat het democratisch proces wordt voortgezet.’

Fiscus maakt einde aan belastingtruc Katholiek Nieuwsblad

Geschreven voor Trouw

Het Katholiek Nieuwsblad heeft dankzij een fiscale constructie onterecht belastingvoordelen genoten. Het blad vraagt lezers al jarenlang om giften over te maken naar een eigen liefdadigheidsinstelling, Stichting Arnulfus. Die sluist het geld door naar het Katholiek Nieuwsblad. De Belastingdienst tikt Arnulfus nu op de vingers.

Het steunfonds stond bij de fiscus bekend als een Algemeen Nut Beogende Instelling (ANBI). Daardoor konden donateurs hun giften aftrekken van hun inkomstenbelasting. Ook voor Arnulfus waren giften extra interessant: erfenissen en bepaalde schenkingen waren vrijgesteld van erfbelasting en schenkbelasting.

Geen goede zaak, vindt de Belastingdienst. Het steunfonds blijft bestaan, maar de ANBI-status en de bijkomende fiscale voordelen sneuvelen. Voor donateurs heeft deze stap grote gevolgen. Wie nu de spreekbuis van conservatief katholiek Nederland financieel wil steunen, moet zijn gift volledig uit eigen zak betalen. Lezers zijn daarom waarschijnlijk minder bereid om te doneren.

‘Waarschijnlijk voelden ze al nattigheid voordat de Belastingdienst kritische vragen ging stellen’

Volgens directeur François Vluggen is de ANBI-status ingetrokken omdat de regels voor goede doelen zijn veranderd. “Sinds kort voldoen we niet meer aan de criteria.”

Dankzij giften geen rode cijfers
In het tijdschrift voor donateurs vertelt de redactie dat ze dankzij de giften het hoofd boven water kan houden. Zonder die extra inkomsten zou het blad rode cijfers schrijven. Van 2008 tot 2011 haalde het ruim 1,3 miljoen euro aan giften op, gemiddeld bijna 263 duizend euro per jaar.

Volgens fiscalist Yvo Burkink van Jongbloed Fiscaal Juristen riekt dat naar concurrentievervalsing. “Het Katholiek Nieuwsblad had een speciale inkomstenbron. Sympathisanten waren vanwege de belastingvoordelen eerder geneigd om te doneren. Andere tijdschriften kennen dat voordeel niet.”

Het steunfonds komt naar eigen zeggen op voor ‘gedrukte landelijke media met een katholiek signatuur’. Het Katholiek Nieuwsblad, bij het grote publiek bekend vanwege de media-optredens van hoofdredacteur Mariska Órban-de Haas, beschouwt katholieke journalistiek als een activiteit van algemeen nut.

De Belastingdienst wil de intrekking van de zogeheten ANBI-status niet toelichten; het doet geen uitspraak over individuele gevallen. Of de weekkrant een naheffing of boete krijgt is nog onduidelijk.

Directeur François Vluggen werkt sinds het begin van dit jaar voor het Katholiek Nieuwsblad. Hij wist naar eigen zeggen niet dat zijn krant alleen gesteund mocht worden als die ook een goede doelenstatus had. Fiscalist Burkink vindt het echter ‘hoogst onwaarschijnlijk’ dat de organisatie niet op de hoogte was van de belastingregels. “Ik denk niet dat ze pas nattigheid voelden toen de Belastingdienst kritische vragen ging stellen. Het Nieuwsblad is een professionele organisatie.”

katholieknieuwsblad_orban

De fiscale regels voor goede doelen zijn de afgelopen decennia meermaals aangescherpt. Burkink: “Iedereen die zich beroepsmatig bezighoudt met ANBI’s is daarvan op de hoogte”.

Donateurs van het Katholiek Nieuwsblad zijn nog niet geïnformeerd over het wegvallen van de belastingvoordelen. De website van Arnulfus toonde zaterdagochtend nog steeds een ANBI-logo. De tekst die meldt dat donateurs giften kunnen aftrekken is vrijdagavond geschrapt. Directeur Vluggen laat weten dat donateurs binnenkort op de hoogte worden gebracht. “Niet netjes”, vindt Burkink. “Je hebt op zijn minst de morele plicht om dit direct te melden.”

Mislukken kon ik niet. Ik had niets te verliezen

Geschreven voor Trouw

Interview uit 2010 met Maarten van Roozendaal over zijn ultiem inspirerende zin, een fragment uit Jan Foudraines bundel ‘Wie is van hout’. ‘Ik dacht: ik moest mijn vuisten ballen. Iemand zei: open je hand. Ik was bang om door de mand te vallen. Iemand zei: er is geen mand.’

‘Het ergste dat me kan overkomen is dat ik word uitgelachen, bedenk ik me als ik gespannen in mijn kleedkamer zit. Waarom zou ik me, net voordat ik het podium van een theater op loop, zo druk maken? Een zaal die zich bescheurt om mijn afgang is het ergste dat me kan overkomen. Is dat nou zo’n ramp?

Ik moet van mijn krampachtigheid af, realiseer ik me dan. Me ontspannen en niet meer steeds naar die mondaine trots streven. Niet dat ik op zulke momenten een religieuze oefening doe, trouwens. Noem me een randgelovige – ik pik van wijze leermeesters af en toe eens iets mee, maar kan me nooit helemaal op één religie of gedachtegoed storten.

Na jaren van doelloos leven bleek ik ineens een geslaagde artiest

En toch, ondanks mijn constante cynisme, kom ik al jarenlang steeds terug bij een taalspelletje van Jan Foudraine, een Nederlandse psychiater. Die schrijft in zijn boek ‘Wie is van hout’: “Ik dacht: ik moest mijn vuisten ballen. Iemand zei: open je hand. Ik was bang om door de mand te vallen. Iemand zei: er is geen mand.”

In de jaren ’80, toen Freek de Jonge van het gedicht van Foudraine een lied maakte, gingen taalspelletjes als deze in tegen de heersende mentaliteit. Juist in de jaren ’80 moést je van alles. Tegen kruisraketten zijn bijvoorbeeld, of boos zijn op de regering. Ja, bóós zijn – dat hele decennium stond bol van de boosheid.

Foudraine en De Jonge gingen die krampachtigheid met oosterse filosofie te lijf. In plaats van met je vuist te zwaaien naar misstanden kon je je beter ontspannen. Bij confrontaties en meningsverschillen deed je er verstandiger aan lichtjes meebuigen. Niet om toe te geven, maar juist om zo samen aan een oplossing te kunnen werken.

Die gelatenheid heb ik altijd fascinerend gevonden. In plaats van altijd overal een mening over te moeten hebben, probeer ik observerend aan de zijlijn te staan. Wordt iemand boos, dan laat ik zijn woede over me heenkomen, in de hoop dat we het later alsnog eens kunnen worden.

Nog belangrijker is dat Foudraines rijmpje een troost voor me geweest is. Een baan krijgen, werd me tijdens die vermaledijde jaren ’80 constant verteld, kon ik als jongere wel vergeten. Prima, dacht ik, en voor ik het wist was ik jarenlang aan het niksen. Ik verliet op mijn zeventiende de middelbare school, begon te drinken, ging met andere vrijbuiters in een kraakpand wonen en trad zo nu en dan eens ergens op.

Na tien jaar begon dat bestaan natuurlijk te wringen. Ik leefde maar wat, gespeend van een doel of iets om trots op te kunnen zijn. Ik werd angstig en ziek van de doelloosheid die me in de greep hield. Wilde ik écht iets met mijn leven doen, dan moest ik mijn muzikale carrière serieus gaan nemen.

Maarten van Roozendaal

Maar wat als ik na alle moeite zou falen als zanger? Dan is er niets aan de hand, leerde ik van Foudraines strofe. Mislukken kon niet, want ik had niets te verliezen. Ik kon nu eenmaal niet door de mand vallen. Hij gaf me het vertrouwen om te doen wat ik eigenlijk al bleek te kunnen.
Toen ik eenmaal de moed had verzameld om voltijds artiest te worden, ging de rest eigenlijk vanzelf. Podiumervaring had ik in die tien jaar immers al opgedaan en levenservaring om doorleefde liedjes te schrijven had ik ook genoeg. Na jaren van doelloos leven bleek ik ineens een geslaagde artiest.

Dát is wat een goed motto kan doen. Foudraines poëzie is krachtig genoeg om steeds weer relevant te worden, om me steeds te motiveren en te troosten. Zonder zijn woorden was ik misschien altijd wel in die halfslapende toestand gebleven en was de drank me misschien nog liever geworden dan hij nu al is.’

Beroepsopleiding tot imam stopt

Geschreven voor Trouw

De enige Nederlandse HBO-imamopleiding houdt op te bestaan. Dat bevestigt hogeschool Inholland tegenover Trouw.

‘Dit is een van onze duurste trajecten’, vertelt bestuursvoorzitter Doekle Terpstra. ‘Van de huidige 105 studenten hebben er relatief veel intensieve begeleiding nodig. Je hebt toch te maken met studenten met verschillende culturele achtergronden.’



Ook telt de in Amstelveen gevestigde studie relatief veel langstudeerders. Nieuwe aanmeldingen worden nu geweigerd, maar de huidige student-imams mogen hun opleiding afmaken. In 2018 moet de laatste HBO-opgeleide imam afgestudeerd zijn.



‘Rendabel zal het nooit worden’


Terpstra noemt de bezuiniging onvermijdelijk. Hij werd aangesteld om de geplaagde instelling weer gezond te maken en houdt momenteel het volledige onderwijsaanbod kritisch tegen het licht. ‘We moeten heel eerlijk zijn. De imamopleiding kost veel geld en zal nooit rendabel worden. Zelfs de speciale subsidie van het ministerie van Onderwijs kan niet voorkomen dat we er flink op moeten toeleggen.’



Het Contactorgaan Moslims en Overheid (dat de betrokken islamitische organisaties vertegenwoordigt) vreest dat Nederland de grip op haar moskeeën zal verliezen. ‘Nederlandse moslims hebben erg veel behoefte aan eigen imams’, meent woordvoerder Yassin Elforkani. 

’Het tekort aan imams is al te groot’


’Nu al zit dertig tot veertig procent van de moskeeën zonder eigen imam. Veel jongeren luisteren naar preken van buitenlandse geestelijken. Den Haag zegt te streven naar volwaardige Nederlandse imams en spreekt zelfs van een maatschappelijke urgentie, maar niet iedereen draagt zijn verantwoordelijkheid. De kans dat Marokko of Saudi-Arabië zich gaat inmengen is nu erg groot.’



Inholland opende de opleiding in 2006, daartoe aangemoedigd door Mark Rutte, destijds staatssecretaris van onderwijs. Hij hoopte dat islamitische geestelijken zo beter zouden integreren in de Nederlandse cultuur. Moskeebesturen hoefden hun voorgangers niet langer te ‘importeren’ uit het buitenland als imams een studie konden volgen op eigen bodem.

Imamopleiding: jongen in moskee

‘
De ‘polderimams’ moesten bovendien helpen om een ‘Nederlandse islam’ te formuleren, zonder te veel inhoudelijke en financiële invloed uit het land van herkomst. De Vrije Universiteit begon in 2005 al met een speciale masteropleiding tot islamitisch geestelijk verzorger. 



De keuze om de HBO-opleiding af te bouwen valt Terpstra naar eigen zeggen zwaar. ‘Het is een prachtig en maatschappelijk relevant initiatief. We dragen de opgedane kennis over aan de islamitische koepelorganisaties waarmee we hebben samengewerkt. Misschien kunnen zij de studie elders onderbrengen.’ Terpstra is desondanks pessimitisch. ‘Ook bij andere instellingen zal dit een dure opleiding zijn.’