Robin de Wever, journalist en spreker. Ik schrijf onder meer voor Trouw en werk aan docu's bij de EO.


Wat IS is, volgens IS: de theologie van terreur

Geschreven voor De Correspondent

Er worden veel verklaringen gegeven voor de gruwelijkheden waaraan IS zich schuldig maakt. Maar hoe rechtvaardigt de groepering zichzelf? Religiejournalist Robin de Wever onderzocht op basis van welke teksten en verhalen de beweging zich aan de wereld presenteert. Opmerkelijk: IS is daarbij regelmatig in tegenspraak met zichzelf.

‘Hier in Dabiq begraven we de eerste Amerikaanse kruisvaarder en wachten we tot de rest van jullie legers arriveert,’ sprak IS-strijder Jihadi John in november in een videoboodschap. Voor zijn voeten lag het bebloede hoofd van ontwikkelingswerker Peter Kassig. Het was geen toeval dat Islamitische Staat de dood van Kassig bekendmaakte in dit Noord-Syrische stadje.

Dabiq is namelijk niet zomaar een plaatsje. Een hadith die bijzonder populair is onder IS-aanhangers, voorspelt dat daar niets minder dan het einde van de geschiedenis zal aanbreken. ‘Op de Syrische velden zullen over niet al te lange tijd de legers van Medina (lees: IS) en de troepen van ‘Rome’ elkaar treffen, zo valt er te lezen.’

Er zijn zo veel hadith, dat iedere gelovige er wel één kan vinden om zijn positie te onderbouwen

‘Ze zullen ten strijde trekken,’ zou de profeet Mohammed volgens de profetie voorspeld hebben. Eenderde van de moslims zal wegvluchten, eenderde wordt vermoord. De overblijvers ‘zullen de veroveraars zijn van Constantinopel.’ Als het tijd is om te bidden, daalt de profeet Jezus neer en doodt Allah alle troepen van ‘Rome”. Voortaan zal Allah regeren.

Alle uitingen van IS staan bol van dit soort eindtijdsymboliek. Zelfs de keuze waar een bepaalde onthoofding plaatsvindt, wordt gebaseerd op oude bronnen waar wordt gerefereerd aan die eindtijd. Daarmee vormt de beweging een kleine minderheid binnen de hoofdstroming van de islam.

De theologie bepaalt de bronnen die IS gebruikt
De profetie die IS gebruikt om Dabiq aan te wijzen als de plek van de apocalyps, is nogal obscuur. Hij komt uit een hadith, waarvan de geschiedkundige betrouwbaarheid heel klein is – alleen al omdat er volgens islamgeleerden en historici bijzonder veel vervalsingen in omloop zijn. En omdat er zoveel hadith zijn, kan elke gelovige er wel een vinden om de eigen theologische positie te onderbouwen.

IS behoort dus tot de kleine groep soennieten die gelooft dat het einde der tijden nabij is, en dat ze die eindstrijd zelf een handje moeten helpen. Om aan te geven hoe marginaal die positie is: zelfs binnen Al-Qaeda speelt het einde der tijden nauwelijks een rol. Dat de beweging uitgerekend deze profetie uit de hadith plukt, laat zien dat het niet de bronnen zijn die de theologie bepalen, maar andersom.

IS neemt elk vers letterlijk…
IS doodde afgelopen zomer in Noordwest-Irak duizenden yezidi’s en nam er nog eens duizenden gevangen. Toen geruchten de ronde deden dat IS hen tot slaven had gemaakt, werd dit bevestigd door de groepering zelf. En ook hier had IS een verklaring voor, wederom gebaseerd op de hadith: het zouden geen moslims zijn. En ook nu speelde eindtijddenken een grote rol in de redenering van IS.

Het is ‘het eerste grote geval van slavendrijven sinds de tijden van weleer, toen de sharia nog alom werd nageleefd,’ schreef IS ronkend in de eigen glossy Dabiq.

Strijder Islamitische Staat

Yezidi’s bekleden voor IS een tussenpositie, legt het Dabiq-artikel uit. Ze zijn geen afvalligen, want ze hebben de islam nooit aangenomen. De doodstraf geldt voor hen dus niet. Maar voor de behandeling die Mohammed aan joden en christenen gaf, komen ze ook niet in aanmerking.

Joden en christenen mochten van Mohammed als aanhangers van een verwant geloof deelnemen aan de maatschappij, op voorwaarde dat ze een speciale belasting betaalden. IS-shariageleerden waren er volgens Dabiq duidelijk over: voor yezidi’s ‘was er geen mogelijkheid voor jizyah-betalingen.’

Daarom moeten ze volgens de geleerden behandeld worden zoals Mohammed polytheïsten behandelde. Waren ze niet de moeite van het redden of het doden waard, dan maakte je ze tot slaaf.

Om dat te bewijzen haalt het blad een hadith aan waarin de profeet Mohammed spreekt over de tijd waarin ‘de slavin haar meester baart.’ Vrij vertaald: de tijd waarin moslimmannen en slavenvrouwen samen kinderen op de wereld zullen zetten. Als die tijd zou aanbreken, dan was volgens Mohammed het einde der tijden nabij.

Dat de hadith over de slavin die haar meester baart weleens figuurlijk bedoeld kan zijn, is voor de theologen van Islamitische Staat uitgesloten. Net als fundamentalisten uit andere stromingen en religies gaan ze ervan uit dat de profetie geen diepere lagen heeft. Wat er staat, dat is wat er wordt bedoeld.

Lees verder…

Op de radio: Mohammeds beeldverbod, religie en geweld

Geschreven voor deze site
Afbeelding van Mohammed op het paard Burak

Op 11 januari 2015 legde ik in Radio 1-programma OVT uit waar het verbod op het afbeelden van Mohammed vandaan komt. Terugluisteren kan hieronder of op de website van Radio 1.

Op 19 januari 2015 vertelde ik in Radio 4-programma ‘De ochtend van 4’ over Karen Armstrong en het verband tussen religie en geweld. Terugluisteren kan hieronder of op de website van de NPO.

De profeet vond afbeeldingen maar gevaarlijk

Geschreven voor Trouw.nl

“We hebben de profeet gewroken”, riepen de mannen die op het kantoor van Charlie Hebdo een bloedbad aanrichtten. Het afbeelden van Mohammed is taboe, maar sommige moslims deden het toch.

Waarom heeft Allah eigenlijk zo’n moeite met satirische portretten van zijn profeet? Waarom menen extremisten als die in Parijs dat ze satire moeten wreken?

Wie de aanslag van woensdag theologisch wil doorgronden, vindt in de Koran weinig duidelijke antwoorden. Het heilige boek keurt het lasteren van God en zijn profeet af, maar meldt niet expliciet welke sanctie daar op staat. Laat het bestraffen van godslasteraars maar aan Allah over, is de teneur. Hij zal over hen oordelen.

Ook over de andere ‘zonde’ van de Franse striptekenaars is het heilige boek niet expliciet. De Koran verbiedt het afbeelden van de profeet niet letterlijk, maar is wel negatief over het aanbidden van afgodsbeelden. Soera 21 citeert instemmend de aartsvader Abraham. Die noemde het aanbidden van afgodsbeelden een ‘duidelijke fout’.

Straf voor ‘zij die afbeeldingen maken’
Rigoureuzer zijn de hadith, de uitspraken die aan Mohammed worden toegeschreven. Daarin wordt instemmend een ‘boodschapper van Allah’ geciteerd, die schande spreekt van ‘zij die afbeeldingen maken’. Wees gewaarschuwd, zondaars: jullie ‘zullen gestraft worden’ op de Dag des Oordeels. De zin duikt later in de hadith nog een aantal keren op.

Vroege moslims wisten waarschijnlijk precies wat er zo fout was aan ‘afbeeldingen’ en ‘afgodsbeelden’. Ze kenden de beeldjes uit de polytheïstische godsdiensten – culturen waarin een heel scala aan goden werden aanbeden. De god van de moslims was te verheven voor zulke doe-het-zelf-godsdienst. Hij oversteeg het menselijk voorstellingsvermogen en viel niet te vangen in een zelfgemaakt product.

Eindbestemming hel
Beeldenmakers proberen God te evenaren, waarschuwde de hadith. Op de Dag des Oordeels zullen ze door de mand vallen. Allah zal ze dan vragen om hun beelden leven in te blazen. Dat kunnen ze natuurlijk niet. Hun eindbestemming is de hel.

Nieuw was die afkeer van polytheïsme niet. In de Tien Geboden had de god Jahweh al een zelfde waarschuwing afgegeven. “Maak geen godenbeelden”, waarschuwde hij Mozes. “Geen enkele afbeelding van iets dat in de hemel hierboven is of van iets beneden op de aarde of in het water onder de aarde. Kniel voor zulke beelden niet neer, vereer ze niet, want ik de Heer, uw God, duld geen andere goden naast mij.” Die waarschuwing echode in de begintijd van de islam ongetwijfeld na, want veel vroege moslims waren bekeerde joden.

Latere generaties moslims namen die verboden zwaar op. Velen gingen het afbeelden van de profeet zien als een risico. Wie de profeet schilderde, was maar één stap verwijderd van persoonsaanbidding, en dat was godslastering. Aanbidding kwam alleen toe aan God. Mohammed was, hoe belangrijk ook, slechts een mens. Afbeeldingen werden al snel taboe.

Soennieten, die de grootste stroming binnen de islam vormen, gingen de profeet verbeelden als een roos. Die roos zou ontstaan zijn uit de geurende zweetdruppels van de profeet.

Afbeelding van de profeet Mohammed uit de 15 eeuw

Niet iedereen hield zich aan die verboden. Vooral sjiieten en soefi-moslims kennen een rijke traditie van Mohammed-schilderijen en -illustraties. Van hun werk is tijdens oorlogen veel verloren gegaan, maar niet alles. Populair waren de illustraties van Mohammed op Burak, een paard met het hoofd van een vrouw, vleugels van een engel en de staart van een pauw (zie afbeelding).

Mohammed zonder gezicht
In de loop der eeuwen werden illustratoren voorzichtiger. Tekenden ze Mohammed tussen de 13e tot de 15e eeuw nog van top tot teen, vanaf de 16e eeuw verbeeldden ze de profeet steeds abstracter. Soms was hij niet meer dan een kalligrafisch uitgeschreven naam. Ook opmerkelijk: sommige tekenaars beelden Mohammed af zonder gezicht. Hoe gedetailleerd hun illustraties ook waren, het gelaat van de profeet lieten ze blanco. Van zijn kin tot zijn kruin.

De Parijse aanslagplegers trekken zich van die historische feiten niets aan. Zij zien in de cartoons van Charlie Hebdo kennelijk een dubbele aanval: een schending van het beeldverbod én een belediging van de profeet. Provocatie van het ernstigste soort. Volgens de meeste fundamentalistische opvattingen kan maar één man hen vergeven: Mohammed zelf. Bij verstek nemen sommigen het recht maar in eigen handen.

Imam stopt met preken vanwege bedreiging

Geschreven voor Trouw.nl

De Amsterdamse jongerenimam Yassin Elforkani is tijdelijk gestopt met preken. Hij wordt bedreigd door extremistische geloofsgenoten en zou concrete aanwijzingen hebben dat hij gevaar loopt.

Geruchten daarover kloppen, bevestigt Elforkani aan Trouw. Hij heeft van de politie vernomen dat het beter zou zijn als hij een tijdje minder actief is. Sinds drie weken laat hij daarom verstek gaan in de Utrechtse Omar al-Farouk-moskee, waar hij voorheen regelmatig het vrijdaggebed leidde. Verder wil hij er niets over loslaten.

De bedreigingen van radicalen aan Elforkani’s adres begonnen een jaar geleden. Zijn bedreigers zien de imam als geloofsverrader en afvallige, omdat hij jongeren oproept om niet naar Syrië en Irak af te reizen voor de jihad. Als woordvoerder van het Contactorgaan Moslims en Overheid (CMO) en frequente talkshowgast is hij de bekendste Nederlandse islamitische jihadcriticus. Zijn werkzaamheden voor het CMO heeft hij niet afgezegd.

Dreiging, maar ook steun
De preekstop zou aanvankelijk vier weken duren. Elforkani hoopt dat hij over twee weken weer ‘stevig op de preekstoel zit’. “Ik word bedreigd, maar krijg ook heel veel steun”, vertelt hij. “Ik ben al zo vaak gevraagd wanneer ik weer in de moskee het woord neem. Dat bemoedigt me enorm.” Voor zijn preekstop leefde hij ook met enige beveiliging. Zo liet hij zich na het vrijdaggebed door moskeepersoneel en vrienden naar zijn auto escorteren.

De eerdere bedreigingen varieerden van ‘we krijgen jou nog wel’ tot ‘je bent een kafier’ (een ongelovige, red.) en ‘het zal slecht met je aflopen’. Ze komen niet dagelijks, vertelde hij vorig jaar aan Trouw. Maar van geïsoleerde incidenten was ook geen sprake meer. Elforkani: “Iedereen die een beetje verstand heeft van de theologie van jihadisten weet wat ze kunnen bedoelen met ‘een kafier met wie het slecht kan aflopen’. Ze zeggen dat je gedood mag worden. Al hoop ik natuurlijk dat ze het niet zo bedoelen.”

Tijdens Elforkani’s Rotterdamse preekbeurten was weinig te merken van spanningen, meent Azzedine Karrat, die doorgaans in de Essalammoskee het vrijdaggebed leidt. “We hebben hem wel eens naar de auto laten escorteren, maar dat vonden we uiteindelijk toch een beetje overdreven.” Karrat verwacht niet dat hij ook doelwit wordt. “Deze mensen reageren vooral op wat er in de media verschijnt.”

Yassin Elforkani

‘Voor de zomer ging het nog om een strijd tegen Assad. Nu draait het om eindtijdverwachtingen’

‘We vormen een kwetsbare groep’
Jihadisten zijn wel degelijk aan het verharden, meent Eindhovens CDA-raadslid en jongerenwerker Ibrahim Wijbenga. Ook hij wordt al maanden bedreigd. “Voor de zomer ging het nog om een rebellenstrijd tegen Assad. Het draait het om eindtijdverwachtingen, om het verslaan van de Amerikanen en de andere troepen. Iedere keer als de politie een jihadreiziger tegenhoudt worden ze bozer.”

Doet de politie wel genoeg? Wijbenga: “Onze lijntjes met de politie zijn kort. Ze nemen onze aangiften serieus. Ik heb drie weken geleden nog aangifte gedaan. Maar de mensen die zich in de moslimgemeenschap afzetten tegen radicalisering vormen een hele kwetsbare groep.”

De nieuwe strategie van de Jehova’s Getuigen

Geschreven voor Trouw

“Nu heb je het gemist! Ze nam er twee!” Dat zul je net zien, zegt Djoyke Cruden (23). Terwijl haar geloofsgenote Linda Nagel (25) druk bezig was te vertellen over haar keuze om zich aan te sluiten bij de Jehova’s Getuigen, pakte een passant niet één maar twee studiegidsen uit hun mobiele boekenkastje. “Wat léuk!”

Het is het succesje waar de vrouwen een uur op stonden te wachten. De meeste forenzen op het Utrechtse Jaarbeursplein houden hun ogen strak gericht op hun bestemming: de roltrap richting Hoog Catharijne. Sommigen werpen een blik op de trolley met boekjes en leuzen (‘Wat leert de Bijbel écht?’). Een of twee keer per uur stopt iemand om een praatje te maken.

De terughoudendheid is onderdeel van de nieuwe predikingsstrategie van de Jehova’s Getuigen. Wie een lid van het protestantse eindtijdgenootschap aan de deur krijgt, moet direct beslissen of hij behoefte heeft aan een gesprek over geloof. Maar hier, bij het mobiele boekenkastje, ligt het initiatief bij geïnteresseerden. De vrouwen dringen zich niet op, maar staan onberispelijk gekleed, de een een rokje, de ander een jurk, op een paar meter afstand. Pas als iemand door de boekjes begint te bladeren, proberen ze een gesprek aan te knopen.

Het concept is komen overwaaien uit New York. Twee jaar geleden begonnen enkele Nederlandse kerkleden rond Utrecht Centraal met een proef. Inmiddels staan er ook bijna dagelijks getuigen op de stations van Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Groningen.

Gaan de getuigen stoppen met hun trouwe tochten langs de voordeuren – twee aan twee en uitgerust met geloofslectuur? Gelooft de kerk niet meer in haar oerstrategie? Linda Nagel moet erom lachen. “We stoppen daar echt niet mee. Maar we merken wel dat mensen steeds minder thuis zijn. Hier bereiken we mensen die zelf op zoek zijn.”

Van een stijlbreuk is geen sprake, bezweert ook Timo Stet, de coördinator van de Utrechtse stationsevangelisatie. “Zo zien we dat niet. Je kunt beter zeggen: het zwaartepunt is aan het verschuiven.” Stet heeft de gegevens paraat: de vijftig getuigen die in ploegendiensten rond Utrecht Centraal staan, reiken maandelijks 1000 boekjes uit. De honderd geloofsgenoten die in Utrecht langs de deuren gaan, maken meer uren maar slijten iedere maand slechts twintig stuks.

Volgens het landelijk kantoor van de kerk heeft het stationswerk nog niet geleid tot veel meer aanvragen van bijbelstudies. Maar toch, op het station zet een getuige dus honderd keer zo veel boekjes af als aan de deur. Zijn al die avonden aan de deur dan niet zonde van de moeite? Stet: “Nee, nee. Het gaat om kwaliteit: of mensen uiteindelijk meer van het geloof willen weten. Dat meet je niet af aan getallen.”

Een eventueel afschaffen van het deurwerk zou ook ingaan tegen de overtuiging van het genootschap. De Bijbel is volgens Jehova’s Getuigen glashelder over het langs de deuren gaan. In het bijbelboek Matteüs geeft Jezus zijn volgelingen de opdracht discipelen te werven en te onderwijzen. En in Lukas gebiedt hij discipelen om in groepjes van twee mensen thuis te bezoeken.

De gangbare Nederlandse vertalingen spreken niet specifiek over huis-tot-huis-verkondiging, maar de bijbelvertaling van de getuigen doet dat wel. Volgens het genootschap staat hun versie de Griekse grondtekst naderbij.

Bliksemsnel bladert Djoyke Cruden door haar zakbijbeltje. “Kijk, hier staat het, in de Handelingen van de Apostelen: ‘Zij bleven zonder ophouden elke dag in de tempel en van huis tot huis onderwijzen en het goede nieuws over de Christus, Jezus, bekendmaken’. Het is echt Bijbels.”

Dat de meeste getuigen balen van hun plicht tot evangelisatie is slechts een gerucht, meent coördinator Stet. “Natuurlijk, af en toe zijn er mensen die klagen dat ze aan de deur weinig succes hebben. Maar als je denkt in termen van succes heb je de boodschap niet begrepen. Het gaat om de mensen die je wél bereikt.”

Getuigen die thuisblijven mogen rekenen op een gesprekje met een ouderling. “Die vraagt dan wat er schort. Vaak zijn zulke mensen blij dat ze herinnerd worden aan het belang van prediking.”

Jehova's Getuigen op het Jaarbeursplein in Utrecht

Cruden en Nagel peinzen er naar eigen zeggen niet over thuis te blijven. Ze behoren tot de ‘pioniers’, de kerkleden die maandelijks zeventig uur op pad gaan. Een of twee middagen brengen ze door op het Utrechtse Jaarbeursplein, verder gaan ze vooral veel langs de deur.

Verkondiging op het station is niet voor iedereen weggelegd, vertelt Stet. “Daar zoeken we representatieve mensen voor: jong, goed gekleed, een vriendelijke glimlach. Even heel cru: door een kreupel oud mensje laten mensen zich niet overtuigen.”

Ondanks die jeugdige frisheid van de vrouwen lopen de meeste mensen door. Vinden ze het niet pijnlijk om voortdurend te zien hoe mensen letterlijk aan hun Bijbelse waarheden voorbijlopen? Cruden: “Ja, dat is lastig. Maar we geloven niet dat ze verloren zijn. Ook zij komen uiteindelijk bij God.” Nagel glimlacht. “We laten ons niet uit het veld slaan.” Cruden: “Ik werk ook als tandartsassistente. Erg leuk hoor, maar dit vind ik het belangrijkste. Na een dag als deze voel ik me heel nuttig.”

Plotseling steken de twee een hand in de lucht: “Hé, hallo!” Op de trap stiefelt een man met een plastic tasje. Beneden aangekomen haalt hij pakjes fruitdrank tevoorschijn. “Kijk eens, dames. Ik dacht: die hebben vast dorst.” Na een minuutje babbelen vertrekt hij weer. God en Bijbel zijn niet ter sprake gekomen, wel het benauwde weer. De man heeft hen al vaker op drinken getrakteerd, vertelt Cruden. Maar geen van beiden weet wie hij precies is en of hij Jehova al belijdt. Cruden: “Ik denk van niet. Maar dat maakt niks uit, joh. Je moet het niet opdringen.”

Prediken op de valreep
Jehova’s getuigen leven in de verwachting dat de wederkomst van Jezus spoedig zal plaatsvinden. Het aardse paradijs dat hij gaat stichten, is alleen bestemd voor getuigen en wordt geleid door een Hemelse Regering met Jezus aan het hoofd. Buitenstaanders kunnen op de valreep worden gered als ze de kerkelijke leer aannemen en zich laten dopen. Vorig jaar kozen twintig Nederlanders daarvoor. Jehova’s getuigen geloven niet in een hel en in het concept van de drie-eenheid. Ze vieren geen feestdagen en weigeren bloedtransfusies.

De kerk is eind negentiende eeuw opgericht in de Verenigde Staten en telt wereldwijd 7,8 miljoen leden. De meesten van hen wonen in de VS en Afrika. Nederland telt 30.000 getuigen.

Nederlanders ontdekken ‘voorloper van Adam en Eva’

Geschreven voor Trouw

Ze zijn al bijna een eeuw geleden gevonden, maar nu pas hebben Nederlandse onderzoekers de betekenis ontdekt van inscripties in Syrische kleitabletten uit de 13e eeuw voor Christus. Ze bevatten een oerversie van het verhaal van Adam en Eva.

Dat verhaal is achthonderd jaar ouder en verloopt anders dan de versie in het bijbelboek Genesis. Oudtestamentici veronderstellen al langer dat aan het bijbelse paradijsverhaal een oude mythe ten grondslag ligt.

Oudtestamenticus Marjo Korpel en emeritus hoogleraar semitische talen Johannes de Moor van de Protestantse Theologische Universiteit (Groningen en Amsterdam) stellen nu dus dat zij die mythe ontdekt hebben. De onderzochte kleitabletten zijn in 1929 in Syrië gevonden, als deel van een veel grotere collectie. In de jaren zeventig zijn ze (los van elkaar en gedeeltelijk) ontcijferd. Korpel en De Moor zijn de eersten die de twee tabletten in samenhang hebben bestudeerd.

Wel een boom en een slang, geen vrucht
In de inscripties wordt gesproken van een ‘wijngaard van de grote goden’. Die staat net als de bijbelse paradijstuin onder toezicht van een scheppergod, El. Adam komt in de mythe voor, al is hij geen mens maar een god.

“Net als in Genesis draait dit verhaal om een belangrijke boom waar Adam en zijn vrouw toegang toe hebben”, vertelt Korpel. “De god Horon lijkt sterk op de duivel. Hij probeert de plaats van El in te nemen, maar El straft hem door hem uit de vergadering van goden te zetten. Daarop besluit Horon om zich te veranderen in een slang en de boom te vergiftigen.”

Adam wil hem uitschakelen, maar wordt door Horon gebeten en verandert in een mens. Triest, maar een andere godheid, de zonnegodin, geeft Adam een troostprijs: hij mag zich voortplanten en heeft zo toch nog een beetje het eeuwige leven.

Een verhaal met deze kenmerken lijkt erg ver af te staan van wat de meeste joden en christenen geloven. Vooral het idee dat mensen afstammen van Goden staat haaks op de meeste christelijke theologie. Korpel wijst echter op de overeenkomsten: “Genesis zegt dat de mens is gemaakt naar Gods evenbeeld. Dat komt in de buurt van wat deze tekst vertelt. Maar de bijbelschrijver heeft Adam vermenselijkt. En Eva krijgt in de vroege versie nergens de schuld van. Dat is een heel opvallend verschil met het bijbelverhaal.”

'Adam en Eva' van Peter Paul Rubens

‘Niemand had de teksten eerder naast elkaar gelegd’
Volgens Korpel zijn de overeenkomsten tussen de kleitabletten en Genesis zo groot, dat ‘vrijwel alles’ erop wijst dat het om dezelfde Adam gaat. “Het wordt nu wel heel moeilijk om de tekst in Genesis letterlijk te lezen, zoals sommige christenen doen.”

Maar, zo vindt Korpel, je kunt nog prima geloven dat dit een verhaal is met goddelijke inspiratie. “Wetenschappers zien het al langer als een mythe, een verhaal dat niet draait om de feiten maar om de boodschap. Nu is ook duidelijk waar het vandaan komt.”

Dat het na de opgraving van de kleitabletten nog 85 jaar duurde tot het verhaal werd ontdekt, komt volgens haar doordat ze deel uitmaken van een veel grotere collectie. “Het was niet duidelijk dat ze bij elkaar horen. Wij zagen een inhoudelijke overeenkomst en hebben ze toen naast elkaar gelegd. Eerlijk gezegd vragen we ons af waarom niemand dat eerder had gedaan.” Er zijn nog vele kleitabletten niet bestudeerd, dus het duo houdt rekening met nog meer ontdekkingen. “Er ligt in musea nog veel materiaal te wachten op onderzoek.”

Waarom het ene dorp veel Joden redde en het andere niet

Geschreven voor Trouw.nl

Waarom telden sommige dorpen en steden veel onderduikers, terwijl Joden in andere plaatsen massaal werden opgepakt? Jarenlang was het onduidelijk. Een nieuwe data-analyse geeft antwoord.

Waren sommige steden dapperder dan andere? Wisten sommige dorpelingen beter hoe ze de Duitsers op afstand moesten houden? Het zal ongetwijfeld een rol hebben gespeeld. Maar de lokale verschillen in de ‘reddingsgraad’ van Joden zijn niet alleen maar toeval, schrijft politicoloog Robert Braun in een proefschrift dat volgend jaar moet verschijnen. Braun promoveert aan de Cornell Universiteit in de staat New York.

In vergelijking met België en Frankrijk verloor Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog opvallend veel Joden. Slechts 27 procent van de Nederlandse Joden wist te overleven, tegen 60 procent in België en 75 procent in Frankrijk. Historici kunnen dat verschil wel verklaren: onderduikers werden in Nederland zo vaak ontdekt omdat de Sicherheitspolizei hier behoorlijk sterk was.

Minderheidskerken: gesloten maar succesvol
De verschillen op dorp-, stad- en wijkniveau hadden echter te maken met iets heel anders: kerken en politieke groeperingen. Een Jood had gemiddeld 20 procent meer kans gered te worden als hij in de buurt van een ‘minderheidskerk’ woonde, ontdekte Braun. ‘Die relatie is zeer significant.’

In katholieke steden als Maastricht en Heerlen waren de protestanten op elkaar aangewezen. Ze vormden daarom een hechte, gesloten groep. Hetzelfde gold voor, zeg, rooms-katholieken in Sneek en voor bijna alle orthodox-protestantse kerken. Die laatsten waren bijna overal een minderheid.

Minderheidskerken konden zich volgens Braun relatief makkelijk ontpoppen tot verzetsgroep. Iedereen kende elkaar en het onderling vertrouwen was groot: precies wat je nodig had als je in alle stilte vervoer, identiteitspapieren of voedsel moest regelen. De dominante kerken, waar een groot deel van de wijk of het dorp lid van was, hadden dat voordeel niet. Braun: ‘Dat was meer los zand.’

‘Je kerkgenoten verlink je niet’
Een mooi voorbeeld is Nieuw Vennep. Daar woonde Hannes Boogaard, een orthodoxe protestant die dankzij kerkgenoten zo’n honderd Joden wist te redden. Lang niet alle gemeenteleden waren daar enthousiast over, schrijft Braun. Maar niemand kon het over zijn hart verkrijgen om Boogaard te verlinken. Hij was toch één van hen.

Met hulp van vakgenoten verzamelde Braun voor zijn dissertatie een forse berg data. Hij achterhaalde met behulp van naziregisters het lot en de oorspronkelijke woonplaats van 93 procent van de Nederlandse Joden. Daarna prikte hij alle rooms-katholieke en protestantse kerken op een digitale kaart. Met politieke groepen, zoals communistische en socialistische netwerken, deed hij hetzelfde. Die resultaten publiceert hij later.

‘De uitkomsten van de kerkanalyse zijn in ieder geval erg duidelijk’, vertelt Braun. ‘Minderheidskerken speelden een heel belangrijke rol.’

Kerk Tweede Wereldoorlog

‘Bovendien telde ons land heel veel van die minderheidskerken. De versplintering van het Nederlandse kerklandschap – in hervormden, gereformeerden, vrijgemaakt-gereformeerden, noem maar op – was hier een positieve factor. Aan de andere kant was het kerkelijk verzet erg gefragmenteerd. Dat maakte het weer zwakker.’

‘Zonder die kerken waren er waarschijnlijk nog meer Joden gedeporteerd’, vermoedt Braun. ‘In Vlaanderen, waar bijna iedereen bij de katholieke kerk hoorde, kwam het religieus verzet nauwelijks van de grond.’

Katholieken geen grotere jodenhaters
Het onderzoek rekent ook af met het idee dat protestanten vaker in het verzet zaten omdat hun geloof meer nadruk legt op het Oude Testament. Sommige auteurs beweren dat ze zich daardoor meer solidair voelden met Joden. Katholieken zouden juist minder solidair zijn, omdat hun kerk Joden de schuld gaf van Christus’ dood.

Braun: ‘Dat is onzin. Uit mijn data blijkt duidelijk dat katholieke verzetsnetwerken net zo vaak voorkwamen als protestantse. In protestants Holland waren die netwerken vaak katholiek en beneden de rivieren vaak protestants. Met individuele naastenliefde had het ook weinig te maken: je was als verzetsheld pas succesvol als je een overzichtelijke en hechte groep vertrouwelingen had.’

De nieuwe beschermheilige van Arabische christenen: Poetin

Geschreven voor Trouw.nl

Wie denkt dat Arabische christenen lijdzaam blijven wachten op Westerse hulp, komt misschien bedrogen uit. Een deel van de Syrische christenen vertrouwt steeds meer op Rusland. Tot vreugde van president Poetin.

Het was een opmerkelijk bericht, vorige week op de website van het Russische persbureau Interfax. Zo’n 50 duizend inwoners van eeuwenoude christelijke dorpjes in Syrië zouden Russisch staatsburgerschap hebben aangevraagd.

Praktisch had de stap weinig gevolgen, want de inwoners zouden niet direct willen verhuizen. Het verkrijgen van Russisch staatsburgerschap was vooral een eer’, de ideale manier om duidelijk te maken dat de christenen ‘bang zijn van de samenzwering van het Westen’ en de ‘haatdragende fanatici’ die een ‘gruwelijke oorlog’ tegen hun land voeren.

‘We verkiezen sterven boven ballingschap en leven in een vluchtelingenkamp’, verklaarde de groep in een communiqué. ‘We zullen ons land, eer en geloof verdedigen en de grond waarop Christus’ heeft gelopen niet verlaten.’

Poetins weigering om militaire interventie te steunen viel bij de ondertekenaars in goede aarde. Ze zien Moskou als een ‘krachtige factor van vrede en stabiliteit’, schrijven ze. ‘Rusland maakt zich sterk voor de verdediging van Syrië, diens bevolking en diens territoriale integriteit.’

De lof voor Rusland en de felle kritiek op het Westen doet vermoeden dat Syrische christenen lang niet zulke warme gevoelens hebben voor Europa en de VS als soms wordt beweerd. Het Westen mag dan christelijke wortels hebben, het flirt ook met islamitische rebellen. Daardoor staat het in ogen van de ondertekenaars duidelijk aan de verkeerde kant.

Bovendien hebben de Russische en Syrische orthodoxe kerken al lange tijd sterke banden (of de katholieke en protestantse gemeenschappen ook zo enthousiast zijn over Poetin is onduidelijk). Dat de religieuze verbondenheid nu ook politieke gevolgen heeft, hoeft niet te verbazen. De Russische kerk en staat trekken veel samen op en vormen één machtsblok.

Poetin kan de Syrisch-christelijke sympathie overigens goed gebruiken. Hij probeert zich de laatste jaren te ontpoppen tot een wereldleider die geliefd is tot ver over de Russische grenzen. Het Moskouse patriarchaat – het Vaticaan van de Russisch-Orthodoxe kerk – helpt hem daarbij. Ze beschouwt de massale aanvraag van staatsburgerschap als bewijs van Ruslands ‘grote gezag’ in het Midden-Oosten, ‘met name onder christelijke minderheden’.

Vladimir Poetin

Of Poetin ook beschermheilige kan worden voor christelijke minderheden in andere Arabische landen moet de komende tijd duidelijk worden. In ieder geval is het bepaald niet de eerste keer dat de Russen het opnemen voor hun Syrische broeders, merkt Vatican Insider op.

In augustus doneerde de kerk al 300 duizend euro aan het maronitische patriarchaat van de Turkse stad Antiochië, zodat het Syrische vluchtelingen beter kon helpen.

Twee weken geleden kondigde Russisch-Orthodoxe kerk aan dat ze in een populair Syrisch bedevaartsoord een sculptuur met de gestalte van Jezus gaat plaatsen. Het ‘symbool van vrede in een land dat verwoest is door oorlog’ moet christelijke Arabische pelgrims eraan herinneren wie hun echte vrienden zijn.

‘Ja, de weg naar Tunesische democratie is nog lang’

Geschreven voor Trouw

De democratisering van Tunesië verloopt moeizaam, beaamt Abdelfattah Moeroe. Toch ziet de oprichter en tweede man van de islamitische regeringspartij Ennahda geen reden voor pessimisme. In een interview met Trouw vertelt hij dat zijn regering voortaan ‘keihard’ gaat optreden tegen de oppositie van radicale moslims.

De internationale belangstelling was groot toen Ennahda in 2011 bij verkiezingen als grootste uit de bus kwam. Alleenheerser Ben Ali was verjaagd en het van oorsprong progressieve Tunesië zette als eerste Arabische land koers richting democratie. Voorop liep een islamitische partij die beloofde dat ze zich hard zou maken voor vrouwen en minderheden. Kritiek werd telkens gesust: de partij was geen islamitische wolf in schaapskleren. Echt niet.

Nu, twee jaar later, lijkt Tunesië te zijn beland in een politieke crisis. Ennahda-aanhangers, secularisten en extreem conservatieve salafistische moslims gunnen elkaar nauwelijks het licht in de ogen.

De oppositie houdt Ennahda verantwoordelijk voor de moord op een links politiek kopstuk, eerder dit jaar. In februari dreigde een van de twee seculiere regeringspartners op te stappen. Ennahda zou haar beloftes over werkgelegenheid en stabiliteit niet zijn nagekomen. ‘De revolutie heeft mensen geleerd dat ze moeten opkomen voor hun rechten’, vertelt Moeroe in een gesprek met Trouw. De Ennahda-prominent was afgelopen weekend in Nederland voor een spreekbeurt tijdens een islamitisch evenement.

‘Onze instituten nemen geen verantwoordelijkheid’
Moeroe: ‘Iedereen komt nu op voor zichzelf. Daardoor verliezen ze het landsbelang makkelijk uit het oog. De samenwerking is ver te zoeken. De vakbonden hebben in één jaar tijd meer dan twaalfduizend stakingen georganiseerd. Twaalfduizend! Instituten weigeren om hun verantwoordelijkheid te nemen. Dat vreet aan ons land.’

Heeft Ennahda het ‘stichten’ van democratie onderschat? Moeroe: ‘We wisten dat het niet makkelijk zou worden. Het is naïef om te denken dat je in één jaar integere politieke instituten kunt opbouwen. Europa had twee eeuwen nodig om democratisch te worden. Vrijwel iedere Tunesische instantie is corrupt; dat is het gevolg van jarenlange verwaarlozing. Bovendien weten we pas sinds de revolutie wat er in het land speelt. De dictatuur van Ben Ali onttrok alle afwijkende politieke voorkeuren aan het zicht.’

‘Salafisten overtreden de wet. We pakken ze keihard aan’
Die onderdrukking heeft er volgens Moeroe toe geleid dat er in de marge radicale bewegingen opkwamen. ‘Salafisten geloven niet in overleg en proberen de invoering van democratie te dwarsbomen. Ze proberen de staat te ondermijnen, hebben eigen rechtbanken en een eigen politieapparaat opgericht. En vergis je niet, ze zijn uiterst gewelddadig.’

Ennahda’s regering heeft lange tijd mild gereageerd, in de hoop dat het de salafisten kon betrekken in het democratische proces. Dergelijke samenwerking is onmogelijk, oordeelt Moeroe nu. ‘Onze visie is heel duidelijk. Wie de wet overtreedt, wordt keihard aangepakt. We kunnen geweld en ondermijning van de staat gewoon niet tolereren.’

Dat het regime haar geduld met de salafisten heeft verloren, bleek vrijdag toen ze een belangrijke bijeenkomst van de ‘staatsgevaarlijke’ groep Ansar al-Sharia verbood. Aanhangers reageerden woedend; zondag raakten honderden van hen in Tunis slaags met de politie. Eén betoger overleed. Naar verluidt raakten minstens 15 betogers en agenten gewond.

abdelfattah_mourou

‘Voltooien wat het Westen in gang heeft gezet’
Ennahda (Arabisch voor ‘wedergeboorte’) beschouwt de Tunesische overgang naar democratie niet als een nieuw project. ‘Het is al eeuwen gaande’, meent Moeroe. ‘Het Westen heeft geprobeerd om humane beschavingen op te zetten, maar is er niet in geslaagd om iedereen mee te krijgen. Frankrijk is bijvoorbeeld niet naar Algerije en Tunesië gekomen om democratie te brengen, maar om te koloniseren.’

‘Wij willen nu alsnog toewerken naar zo’n samenleving op basis van consensus. Vergis je niet, dat doen we echt niet alleen vanuit ons eigenbelang. De democratie geeft een stem aan Ennahda, maar ook aan de marxisten en liberalen.’

In Moeroes ideale Tunesië ‘bloeit de wetenschap en werkt de politiek op basis van dialoog’. ‘Tunesië is van oudsher een pionier. We hebben als eerste de slavernij afgeschaft, als eerste een islamitische universiteit opgezet. Tunesië bestaat uit vierentwintig beschavingen. Van oudsher proberen die samen te leven. De diversiteit die jullie in het Westen hebben, die kennen wij ook.’

‘Onder ons zal Tunesië echt niet islamiseren’
In het Westen hebben partijen als Ennahda soms de schijn tegen. Critici vermoeden dat de revoluties van de ‘Arabische lente’ op lange termijn niet leiden tot democratie, maar tot meer macht voor radicale moslims.

Vrees voor islamisering van Tunesië is ongegrond, bezweert Moeroe. ‘Ons volk zal ons bestraffen als we van het democratische pad afdwalen. Inderdaad, we zijn een islamitische partij. Dat we werken vanuit de islam, merk je nu vooral aan het feit dat we islamitische waarden als vrijheid en gelijkheid willen garanderen.’

‘Onze regering draait niet om onze eigen politieke agenda, maar om vrijheid. Het is prima als er straks een andere partij dan Ennahda aan de macht komt. Dat zou bewijzen dat het democratisch proces wordt voortgezet.’