Hun kerken zijn kapot, hun broeders en zusters veelal gevlucht. Toch blijven Syrische christenen het opnemen voor president Assad.

Hij volgt het wapengekletter niet op de voet, zegt Basilios Khamis. Maar in de zeven jaren dat zijn thuisland Syrië verscheurd raakte door oorlog, werd voor hem één ding steeds weer duidelijk: president Bashar al-Assad gebruikt minder geweld dan de oppositiegroepen. Dus ja, de pastoor van de Antiocheens-Orthodoxe Kerk in Amersfoort begrijpt wel waarom de leiders van de drie grootste Syrische kerken vorige week een felle verklaring uitdeden waarin ze het opnamen voor Assad.

‘Er is in onze parochie weleens kritiek op hem. Maar nooit grote dingen’

‘Brute agressie’, noemden de patriarchen van de Syrisch-orthodoxe kerk, de Melkitische Grieks-katholieke kerk en Khamis’ eigen nationale Grieks-orthodoxe kerk de Westerse luchtaanvallen op regeringsdoelen. En: ‘een ongerechtvaardigde aanval op een soeverein land’. De aantijging dat Assad chemische wapens bezit en had gebruikt vonden de patriarchen ‘ongegrond’. Het was niet voor het eerst dat de Syrische kerkgenootschappen zo resoluut achter Assad gingen staan. Wie de patriarchen volgt, weet: hun woorden zijn vaak nauwelijks te onderscheiden van de retoriek van Assad. Zelfde inhoud, zelfde toon.

Vanwaar die welwillendheid jegens een dictator die geweld tegen zijn eigen mensen niet schuwt? In tijden waarin je moet kiezen, is de president de meest logische optie, vindt Khamis. Zijn Moeder van God-parochie in Amersfoort telt nu zo’n honderd gezinnen; een groot deel van de parochianen is ook de oorlog ontvlucht. “Er is in onze parochie in Amersfoort weleens kritiek op hem”, erkent hij. Maar, zo bezweert hij, dat gaat nooit om grote dingen. “Geen kritiek op zijn persoon, of op het regime.”

Assad christenen

Samen tegen de soennitische meerderheid
Zulke taal hoor je vaker vanuit Syrische christelijke gemeenschappen, zegt Georges Fahmi, die aan de European University in Florence al enkele jaren onderzoek doet naar de positie van Syrische christenen. Al ver voor het begin van de burgeroorlog verleende Assad Syrië’s christenen bescherming en vrijheid, in ruil voor openlijke steun. Een geval van interreligieus pragmatisme: al jaren voor het uitbreken van de oorlog stonden Assad (als alevitisch moslim deel van een minderheidsgroepering) en de christenen (destijds 10 procent van de bevolking) samen tegenover de soennitische meerderheid.

Lees meer >>>

Maar onder dat bekende verhaal ligt volgens Fahmi een werkelijkheid die aanzienlijk minder overzichtelijk is. Ondanks de statements van de patriarchen en hun gedeelde verleden hebben de kerken weinig met Assad, zegt hij. “Ze zijn lang niet zulke goede bondgenoten als de verklaringen doen vermoeden. Assad bestrijdt de christelijke gemeenschappen niet actief, maar de afgelopen jaren deinsde hij er ook niet voor terug om, als hij dat strategisch nodig vond, kerken te bombarderen.” Aan de christelijke zijde is het enthousiasme evenmin groot. “De meeste christenen hebben niks met het regime. Ze zien dat Assads aanpak net zo destructief is als die van de oppositie.”

Fahmi sprak de afgelopen jaren in Libanon talloze Syrische christenen die hun land waren ontvlucht, en christenen die voor studie of werk tijdelijk de grens waren overgestoken. “Het viel me op dat er weinig verschil was tussen de jonge progressieve stedelingen en de oudere traditionelere mensen uit de dorpjes. Eén woord kwam tijdens de gesprekken steeds terug: ‘overleven’. Dat was al moeilijk genoeg. Ze wilden geen partij meer kiezen.” Logisch dat je die scepsis niet terugziet in de woorden van de patriarchen en andere geestelijken, vindt Fahmi. “Die moeten hun achterban beschermen.”

Het schrikbeeld: Irak
Klopt, zegt Heleen Murre-van den Berg, bijzonder hoogleraar oosters christendom aan de Radboud Universiteit. De leiders van de kerken weten in ieder geval wat ze niét willen: de instabiliteit die in Irak ontstond nadat Saddam Hussein was verjaagd. Murre-van den Berg: “Dat is echt een schrikbeeld. Een groot deel van de Iraakse christenen is gevlucht.” Betrouwbare bevolkingscijfers ontbreken, maar experts zijn het er wel over eens dat er de afgelopen zeven jaar relatief veel christenen uit het land zijn vertrokken. De patriarchen gaan uit van een halvering van de totale christenpopulatie.

Op papier is zo’n exodus alleen een verplaatsing, zegt Murre-van den Berg. “Maar als gemeenschappen Syrië verlaten, verandert hun karakter. Het is vaak lastig om ver van huis je religieuze en culturele identiteit vast te houden. In hun oorspronkelijke omgeving maken die gemeenschappen de meeste kans om overeind te blijven. De kerkleiders weten dat.”

Psychologie en ideologie spelen daar ook een rol in. “Ze willen niet dat hun godsdienst verdwijnt uit Syrië, uit het oorsprongsgebied van het christendom. Wat overblijft kan zo marginaal zijn dat het cultureel geen invloed meer heeft. Dat zou historisch zeker significant zijn. En het is een symbolische nederlaag: het christendom lijkt het te verliezen van de islam.”

Assad mag dan de voorkeur hebben, de kerkelijke relaties met de regering zijn ook weer niet heilig, zegt priester Khamis van de Amersfoortse gemeenschap uiteindelijk. “Wij willen dat de oorlog stopt. Het maakt niet uit door wie.” Dat de patriarch van zijn kerk tot die tijd stevige Assad-taal voorlopig blijft spreken, ach, hij snapt het wel. “Je moet soms een beetje… meedoen met de politiek hè. Dan kun je het misschien samen beter maken.”

Afgelopen zondag hield hij na afloop van de viering een herdenking voor de bisschop van zijn Syrische bisdom, Paulus al-Yazigi. Die werd vijf jaar geleden met een collega ontvoerd, en er is nog altijd niets van hem vernomen. Natuurlijk komt in veel van zijn diensten de oorlog ter sprake, zegt hij. Maar politiek wordt het nooit. “We bidden voor vrede. Niet voor de regering.”