Een Britse ambtenaar die weigerde om homokoppels te registreren als partners mocht worden ontslagen, oordeelde het Europese Hof voor de Rechten van de Mens dinsdag. Wat betekent die uitspraak voor Nederlandse ‘weigerambtenaren’?

Kunnen onze gewetensbezwaarde trouw-ambtenaren nog wel in functie blijven, nu de hoogste juridische instantie van Europa vindt dat hun weigering neerkomt op discriminatie? 

’Door deze uitspraken ontstaat een soort Europese jurisprudentie’, vertelt Marysha Molthoff van het College voor de Rechten van de Mens (voorheen Commissie gelijke behandeling). ‘Die jurisprudentie geldt vooral voor het land en de zaak in kwestie, maar heeft ook effect op andere landen.’



‘Stel: een Nederlandse gemeente wil zijn weigerambtenaar ontslaan omdat die gemeente een non-discriminatiebeleid voert, maar de ambtenaar in kwestie stapt naar de rechter. De uitspraak van het Hof maakt duidelijk dat gemeente het tegengaan van discriminatie als argument kan gebruiken.’

‘Nederlandse rechter kan dit niet negeren’


De Raad van State stelde onlangs dat weigerambtenaren niét ontslagen hoeven te worden; de koppels die zij niet willen trouwen kunnen simpelweg kiezen voor een collega zonder bezwaren. Staat de gemeente door de uitspraak van het Hof nu sterker? 

Molthoff: ‘Zo scherp zou ik het niet willen formuleren. Maar inderdaad, de gemeenten kunnen wat er dinsdag in Straatsburg is besloten als argument gebruiken. Een Nederlandse rechter moet dat meenemen in zijn overwegingen.’

Slecht nieuws dus, voor de weigerambtenaar die momenteel in een juridische strijd is verwikkeld met de gemeente Den Haag. 

Het Hof liet zich ook uit over een Britse christen die van haar werkgever British Airlines geen kruisje op haar kleding mocht dragen. Zij werd in het gelijk gesteld. Haar recht op het uitdragen van haar geloofsovertuiging (een onderdeel van de godsdienstvrijheid) weegt zwaarder dan de wens van de luchtvaartmaatschappij om een bedrijfsidentiteit uit te stralen.



Nieuwe hoop voor de tramconducteur die een kruisje om zijn nek wilde dragen


Het lijkt goed nieuws voor Mickel Aziz, die vier jaar geleden het Gemeentelijk Vervoersbedrijf in Amsterdam (GVB) daagde. De hoofdstedelijke rechtbank oordeelde toen dat de GVB tramconducteur Aziz mocht verplichten om tijdens werktijd zijn kruisje af te doen. 

’Ik weet niet of hij nog bij de GVB werkt’, vertelt advocaat Bert Bakhuis van Unger Hielkema, het advocatenkantoor dat Aziz destijds in de hand nam. ‘En als hij mij zou bellen zou ik eerst de uitspraak van het Hof eens rustig willen lezen. Maar op het eerste gezicht is dit goed nieuws voor hem.’



Bedrijven die hun werknemers willen dwingen om religieuze symbolen te verbergen staan volgens Bakhuis nu minder sterk. ‘Iedere zaak is natuurlijk uniek. Toch kan ik me goed voorstellen dat anderen naar het Hof gaan verwijzen. Deze uitspraak kan in de toekomst dus nog gevolgen hebben.’