De Bulgaarse filosoof Elias Canetti wist het vijftig jaar geleden al: grote bijeenkomsten zonder programma kunnen levensgevaarlijk zijn. Een samengeschoolde massa heeft een doel nodig – anders sneuvelen er ruiten.

Wat bewoog de talloze jongeren die vrijdag naar Haren afreisden eigenlijk? Hoopten ze op een massaal en spontaan volksfeest? Of werden ze vooral aangetrokken door een soort onbestemde belofte – het idee dat Project X iets groots en onvergetelijks zou gaan worden?

Dat laatste is waarschijnlijk. Wie opgaat in een massa, geeft tijdelijk zichzelf op ten behoeve van iets groters, constateerde Elias Canetti (1905-1994) in zijn veelgeprezen werk Massa en Macht. Met die tijdelijke verheffing ontsnappen we even aan onze dagelijkse, begrensde realiteit. Het was onder meer voor die analyse dat de Bulgaars-Zwitserse denker in 1981 de Nobelprijs voor de Literatuur ontving.

De massa als organisme

‘Plots ziet het overal zwart van de mensen’, beschreef Canetti de typische samenscholing, ‘en komen er steeds meer bij, alsof de straten maar één richting kennen. De meerderheid weet niet wat er is gebeurd, maar ze haast zich naar de plaats waar de meeste anderen zijn.’

Een massa is bijna een op zichzelf staand organisme. Ze kan zo maar opduiken, bijvoorbeeld doordat er iets te gretig op een uitnodiging voor een feestje wordt gereageerd. Als de massa eenmaal een feit is, doen haar deelnemers er volgens Canetti alles aan om haar in stand te houden. ‘Ze hebben een doel, dat was er al voordat ze het onder woorden konden brengen. Het doel is de donkerste plaats, daar waar het het drukst is.’ Met andere woorden: de massa wordt al snel een doel op zich.

En wat dan?

Tja, dan loopt het makkelijk uit de hand. Het organisme genaamd Massa moet iets te doen hebben (in Canetti’s woorden: ze heeft ‘richting’ nodig). ‘Omdat desintegratie altijd op de loer ligt, zal ze ieder doel accepteren. Zo lang ze een onbereikbaar doel kan nastreven kan ze blijven bestaan.’

Misschien was het dus niet verkeerd geweest als de gemeente Haren vrijdag voor wat vertier had gezorgd. Dat de massa iets te doen gegeven, haar een doel verschaft. Nu kreeg ze, mede dankzij een groep ruziezoekers, de kans om haar duistere kant te etaleren: haar bereidheid om iedere potentiële bedreigingen te lijf te gaan.

Filosoof Elias Canetti

Oorlog met ‘de begrensdheid’

Een bedreiging is volgens Canetti alles dat haaks staat op de identiteit van de massa. Omdat de massa appelleert aan gevoelens van vrijheid, groei en onbegrensdheid moeten zaken die ‘begrensdheid’ uitstralen zo veel mogelijk worden geëlimineerd. Bloempotten, deuren en ramen van huizen – fysieke waren die grenzen markeren – moeten kapot. Ook de politie en ME leken vrijdag vijanden. Logisch, zij zijn de vleesgeworden begrenzing.

‘Het meest indrukwekkende vernietigingsmiddel is vuur’, meende Canetti. ‘Een meute die iets in brand steekt voelt zich onweerstaanbaar; zo lang het vuur zich verspreidt, slokt het alles op en wordt alle bedreigingen vernietigd.’

Na dat vernietigende schouwspel zal het vuur doven, voorspelde hij. Net als de ontspoorde meute. Als ze heeft bewezen dat een mens inderdaad deel kan uitmaken van iets groters, druipt ze af. Terug naar de orde van de dag.