“We hebben de profeet gewroken”, riepen de mannen die op het kantoor van Charlie Hebdo een bloedbad aanrichtten. Het afbeelden van Mohammed is taboe, maar sommige moslims deden het toch.

Waarom heeft Allah eigenlijk zo’n moeite met satirische portretten van zijn profeet? Waarom menen extremisten als die in Parijs dat ze satire moeten wreken?

Wie de aanslag van woensdag theologisch wil doorgronden, vindt in de Koran weinig duidelijke antwoorden. Het heilige boek keurt het lasteren van God en zijn profeet af, maar meldt niet expliciet welke sanctie daar op staat. Laat het bestraffen van godslasteraars maar aan Allah over, is de teneur. Hij zal over hen oordelen.

Ook over de andere ‘zonde’ van de Franse striptekenaars is het heilige boek niet expliciet. De Koran verbiedt het afbeelden van de profeet niet letterlijk, maar is wel negatief over het aanbidden van afgodsbeelden. Soera 21 citeert instemmend de aartsvader Abraham. Die noemde het aanbidden van afgodsbeelden een ‘duidelijke fout’.

Straf voor ‘zij die afbeeldingen maken’
Rigoureuzer zijn de hadith, de uitspraken die aan Mohammed worden toegeschreven. Daarin wordt instemmend een ‘boodschapper van Allah’ geciteerd, die schande spreekt van ‘zij die afbeeldingen maken’. Wees gewaarschuwd, zondaars: jullie ‘zullen gestraft worden’ op de Dag des Oordeels. De zin duikt later in de hadith nog een aantal keren op.

Vroege moslims wisten waarschijnlijk precies wat er zo fout was aan ‘afbeeldingen’ en ‘afgodsbeelden’. Ze kenden de beeldjes uit de polytheïstische godsdiensten – culturen waarin een heel scala aan goden werden aanbeden. De god van de moslims was te verheven voor zulke doe-het-zelf-godsdienst. Hij oversteeg het menselijk voorstellingsvermogen en viel niet te vangen in een zelfgemaakt product.

Eindbestemming hel
Beeldenmakers proberen God te evenaren, waarschuwde de hadith. Op de Dag des Oordeels zullen ze door de mand vallen. Allah zal ze dan vragen om hun beelden leven in te blazen. Dat kunnen ze natuurlijk niet. Hun eindbestemming is de hel.

Nieuw was die afkeer van polytheïsme niet. In de Tien Geboden had de god Jahweh al een zelfde waarschuwing afgegeven. “Maak geen godenbeelden”, waarschuwde hij Mozes. “Geen enkele afbeelding van iets dat in de hemel hierboven is of van iets beneden op de aarde of in het water onder de aarde. Kniel voor zulke beelden niet neer, vereer ze niet, want ik de Heer, uw God, duld geen andere goden naast mij.” Die waarschuwing echode in de begintijd van de islam ongetwijfeld na, want veel vroege moslims waren bekeerde joden.

Latere generaties moslims namen die verboden zwaar op. Velen gingen het afbeelden van de profeet zien als een risico. Wie de profeet schilderde, was maar één stap verwijderd van persoonsaanbidding, en dat was godslastering. Aanbidding kwam alleen toe aan God. Mohammed was, hoe belangrijk ook, slechts een mens. Afbeeldingen werden al snel taboe.

Soennieten, die de grootste stroming binnen de islam vormen, gingen de profeet verbeelden als een roos. Die roos zou ontstaan zijn uit de geurende zweetdruppels van de profeet.

Afbeelding van de profeet Mohammed uit de 15 eeuw

Niet iedereen hield zich aan die verboden. Vooral sjiieten en soefi-moslims kennen een rijke traditie van Mohammed-schilderijen en -illustraties. Van hun werk is tijdens oorlogen veel verloren gegaan, maar niet alles. Populair waren de illustraties van Mohammed op Burak, een paard met het hoofd van een vrouw, vleugels van een engel en de staart van een pauw (zie afbeelding).

Mohammed zonder gezicht
In de loop der eeuwen werden illustratoren voorzichtiger. Tekenden ze Mohammed tussen de 13e tot de 15e eeuw nog van top tot teen, vanaf de 16e eeuw verbeeldden ze de profeet steeds abstracter. Soms was hij niet meer dan een kalligrafisch uitgeschreven naam. Ook opmerkelijk: sommige tekenaars beelden Mohammed af zonder gezicht. Hoe gedetailleerd hun illustraties ook waren, het gelaat van de profeet lieten ze blanco. Van zijn kin tot zijn kruin.

De Parijse aanslagplegers trekken zich van die historische feiten niets aan. Zij zien in de cartoons van Charlie Hebdo kennelijk een dubbele aanval: een schending van het beeldverbod én een belediging van de profeet. Provocatie van het ernstigste soort. Volgens de meeste fundamentalistische opvattingen kan maar één man hen vergeven: Mohammed zelf. Bij verstek nemen sommigen het recht maar in eigen handen.