Waarom telden sommige dorpen en steden veel onderduikers, terwijl Joden in andere plaatsen massaal werden opgepakt? Jarenlang was het onduidelijk. Een nieuwe data-analyse geeft antwoord.

Waren sommige steden dapperder dan andere? Wisten sommige dorpelingen beter hoe ze de Duitsers op afstand moesten houden? Het zal ongetwijfeld een rol hebben gespeeld. Maar de lokale verschillen in de ‘reddingsgraad’ van Joden zijn niet alleen maar toeval, schrijft politicoloog Robert Braun in een proefschrift dat volgend jaar moet verschijnen. Braun promoveert aan de Cornell Universiteit in de staat New York.

In vergelijking met België en Frankrijk verloor Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog opvallend veel Joden. Slechts 27 procent van de Nederlandse Joden wist te overleven, tegen 60 procent in België en 75 procent in Frankrijk. Historici kunnen dat verschil wel verklaren: onderduikers werden in Nederland zo vaak ontdekt omdat de Sicherheitspolizei hier behoorlijk sterk was.

Minderheidskerken: gesloten maar succesvol
De verschillen op dorp-, stad- en wijkniveau hadden echter te maken met iets heel anders: kerken en politieke groeperingen. Een Jood had gemiddeld 20 procent meer kans gered te worden als hij in de buurt van een ‘minderheidskerk’ woonde, ontdekte Braun. ‘Die relatie is zeer significant.’

In katholieke steden als Maastricht en Heerlen waren de protestanten op elkaar aangewezen. Ze vormden daarom een hechte, gesloten groep. Hetzelfde gold voor, zeg, rooms-katholieken in Sneek en voor bijna alle orthodox-protestantse kerken. Die laatsten waren bijna overal een minderheid.

Minderheidskerken konden zich volgens Braun relatief makkelijk ontpoppen tot verzetsgroep. Iedereen kende elkaar en het onderling vertrouwen was groot: precies wat je nodig had als je in alle stilte vervoer, identiteitspapieren of voedsel moest regelen. De dominante kerken, waar een groot deel van de wijk of het dorp lid van was, hadden dat voordeel niet. Braun: ‘Dat was meer los zand.’

‘Je kerkgenoten verlink je niet’
Een mooi voorbeeld is Nieuw Vennep. Daar woonde Hannes Boogaard, een orthodoxe protestant die dankzij kerkgenoten zo’n honderd Joden wist te redden. Lang niet alle gemeenteleden waren daar enthousiast over, schrijft Braun. Maar niemand kon het over zijn hart verkrijgen om Boogaard te verlinken. Hij was toch één van hen.

Met hulp van vakgenoten verzamelde Braun voor zijn dissertatie een forse berg data. Hij achterhaalde met behulp van naziregisters het lot en de oorspronkelijke woonplaats van 93 procent van de Nederlandse Joden. Daarna prikte hij alle rooms-katholieke en protestantse kerken op een digitale kaart. Met politieke groepen, zoals communistische en socialistische netwerken, deed hij hetzelfde. Die resultaten publiceert hij later.

‘De uitkomsten van de kerkanalyse zijn in ieder geval erg duidelijk’, vertelt Braun. ‘Minderheidskerken speelden een heel belangrijke rol.’

Kerk Tweede Wereldoorlog

‘Bovendien telde ons land heel veel van die minderheidskerken. De versplintering van het Nederlandse kerklandschap – in hervormden, gereformeerden, vrijgemaakt-gereformeerden, noem maar op – was hier een positieve factor. Aan de andere kant was het kerkelijk verzet erg gefragmenteerd. Dat maakte het weer zwakker.’

‘Zonder die kerken waren er waarschijnlijk nog meer Joden gedeporteerd’, vermoedt Braun. ‘In Vlaanderen, waar bijna iedereen bij de katholieke kerk hoorde, kwam het religieus verzet nauwelijks van de grond.’

Katholieken geen grotere jodenhaters
Het onderzoek rekent ook af met het idee dat protestanten vaker in het verzet zaten omdat hun geloof meer nadruk legt op het Oude Testament. Sommige auteurs beweren dat ze zich daardoor meer solidair voelden met Joden. Katholieken zouden juist minder solidair zijn, omdat hun kerk Joden de schuld gaf van Christus’ dood.

Braun: ‘Dat is onzin. Uit mijn data blijkt duidelijk dat katholieke verzetsnetwerken net zo vaak voorkwamen als protestantse. In protestants Holland waren die netwerken vaak katholiek en beneden de rivieren vaak protestants. Met individuele naastenliefde had het ook weinig te maken: je was als verzetsheld pas succesvol als je een overzichtelijke en hechte groep vertrouwelingen had.’